Ik liep de "GR131" op Tenerife: een afwisselende langeafstandwandeling van 85,4 km. De tocht voert langs de Teide: de grootste vulkaan van de Canarische eilanden. De hele reis beschreef ik in zeven delen. voorbereiden, dag 1, dag 2, dag 3, dag 4 , dag 5 en dag 6.

dag 4 – 13,6 km – van bos voorbij El Portillo tot La Orotava 

Waar zijn we? Het is rond middernacht. Ik lig in een tent in een dennenbos. Naast me ligt, in een andere tent, Jes te slapen en te draaien. Ik heb hem gisteren tijdens het wandelen ontmoet en we hebben samen kampement gemaakt. De temperatuur ligt rond het vriespunt. En mijn slaapzak is nat. 

Binnenin voel ik nog geen nattigheid maar aan de buitenkant, tussen het grondzeil waar ik onder lig en de slaapzak is het heel nat.

Ik dacht slim te zijn door onder het grondzeil te gaan liggen slapen. In de drie uur die ik heb geslapen, is al mijn zweet gecondenseerd op het plastic. En nu vries ik waarschijnlijk dood. (Spoiler: ik typ dit achteraf).

Ik neig er wel naar, maar gelukkig raak ik niet in paniek. Echt een héél fijn moment om niet in paniek te raken.

Het voelt klam-koud in mijn slaapzak, maar het blijft droog. Ik haal het grondzeil maar niet weg want dan bevriest de slaapzak misschien.

Fijn dat ik de warmtepleister heb, die ik op dag één van fitte 50’ers heb gekregen. Als je die openmaakt, verwarmt die zichzelf tot 50 graden en die blijft wel twaalf uur zo warm, zo is mij verteld.

Ik lig een tijdje wakker. Het is niet vervelend. Omdat ik zo vroeg ga slapen, lig ik vaker ’s nachts even wakker. Nu ook, en ik lig te mijmeren en naar de kleine kraakjes in het stille bos te luisteren. Af en toe hoor ik het gedraai van mijn koude, dichtbije buurman Jes. Ik laat zo zacht mogelijk heel vies ruikende scheten. Een zalig warme rug door de pleister.

bosochtend

Ik ben in de afgelopen dagen steeds meer gaan waarderen dat ik alles kan doen wat ik wil en wanneer ik het nodig heb. Ik luister graag naar mijn eigen gedachtes, en even niet die van anderen. Ik ontdek allerlei kanten van mezelf. En ik begin mezelf als een heel leuke vriendin en reisgenoot te ervaren. We doen alleen maar dingen die ik leuk vind!

Om 7:00 uur loop ik rillend en krakend over de glitterend witte bosbodem. Tijd voor een bospoep. Op een mooie plek, waar ik helemaal alleen ben, midden in een bos, op een grote buitenlandse berg. En het is zo’n je-hoeft-niet-te-vegen drol. Wat een feest.

tijd om te piekeren

Als we samen oplopen, begin ik te piekeren.

Het is niet vervelend met hem, maar ik loop liever alleen. Ik wil van ‘m af. Maar als ik dat zeg, dan blijven we elkaar, net als gisteren, de hele tijd tegenkomen. Vreselijk ongemakkelijk.

De gesprekken, dat ik me nu ineens weer tot iemand anders moet verhouden, het gebrek aan stilte, mij(n scheten) inhouden. Het staat me tegen.

Daarnaast of mede daardoor kom ik vandaag niet vooruit. Ik ben mentaal en fysiek moe.

Zo raak ik hem kwijt zonder mijn best te hoeven doen. Hij zet energieke, grote passen. Ik hobbel kleinstaps achetraan.Mijn gedachten zijn mistig. Mijn stappen zijn klein. Mijn rugzak is zwaarder dan gisteren.

Soms heb je dat. Ik neig naar na te gaan denken over de oorzaak van deze traagheid. Maar ik kies vandaag voor accepteren en oplossen.

Als ik denk aan “rusten in een hotel” voel ik een golf van opluchting en plezier door me heen spoelen, dat heb ik dus nodig.

alleen lopen

Dit deel van de wandeling was zwaar, maar ook fijn.

Ik stopte met lopen ondanks dat het van mijn plan afweek, ondanks dat ik minder doorzette dan ik vond dat ik moest, ondanks dat ik een zacht watje was omdat ik niet eens een paar uur met een vreemde wil wandelen.

Ik luisterde naar wat ik nodig had, in plaats van naar de oordelen die ik had over mijn behoeftes.

Terwijl je met jezelf loopt, ga je steeds beter luisteren naar jezelf.

Er is geen ruis van andere mensen. Er rest her en der nog wat ruis van mijn eigen oordelen over mijn behoeftes.

Het lopen en alleen maar luisteren naar waar het van binnen van begint te juichen, is een luxe die in het gewone leven

La Orotava

Het is nog even zoeken en lopen naar een dorpje met een hotel. En halverwege begint het te miezeren en ik krijg zin om te huilen, maar ik praat even tegen-met mezelf: “we zijn er bijna”, zeg ik. “Kijk daar is het stadje al. Ik ga nu eerst even een kop koffie zoeken en vervoermiddel naar het hotel. Als we daar zijn mag je huilen.”

Als ik een café binnenstrompel ben ik inmiddels het praten bijna verleerd, ik ben écht aan het eind van mijn Latijn.  Van een stamgast krijg ik een kop koffie cadeau, en ik weet in het semi-Spaans de tijden van de bus aan de eigenaresse te ontfrutselen.

De bus komt al vrij snel, maar ik mis ‘m toch omdat ik aan de verkeerde kant van de straat blijk te staan. Maar met het einde van mijn leed in zicht, en de cafeïne die begint te werken, maakt het mij niet meer uit.

Ik steek over en steek mijn duim omhoog. Ik lift wel.

Meteen neemt een charmante Fiat bezitter me mee. Op de radio speelt iets gezelligs Spaans. De zon schijnt weer. We scheuren voor de scherpe bochten naar het dorp. In de verte liggen de bomen, aan de andere kant die grote blauwe zee die naar je schittert. Hij kan me niet helemaal recht voor de deur afzetten vanwege eenrichtingsverkeer. Dat versta ik! Mijn Spaans wordt echt beter, maak ik mezelf wijs.

Ik loop stinkend het hotel binnen. Pas nu weet ik weer dat ik al vier dagen niet gedoucht heb. En mijn sokken… phoe.

Er is een kamer vrij en voor ik het weet sta ik met mijn stinkvoeten in de schone douche.

Ik ben blij met mijn pauze. Ik hoef ik niet door te lopen als ik niet meer wil. Wat een luxe.

 

—- nagedachtes —–

  • Jes ben ik daarna niet meer tegengekomen
  • Het hotel in La Orotava een aanrader