Een laatste kusje voor Jet.

Op de verjaardag van mijn moeder begint Jet’s motorolielampje te branden. Nu weet ik weinig van auto’s maar ik wist al wel dat dit geen negeerbaar waarschuwingslampje is. Dit was: stop zo snel mogelijk op de vluchtstrook.

Ik googelde het toch nog snel even.
AI schreeuwde meteen iets dat leek op:

stop!

Dus zette ik Jet tussen twee samenvoegstroken op de A2. Daar herinnerde ik mezelf eraan adem te halen.

Bellend met de garage vulde ik voor het eerst, daar op die vluchtstrook, haar olie bij. Ik goot een beetje mis maar dat was niet erg.

Wij reden toen weer, Jet en ik, maar het leed was nog niet gereden. Je zag de foto’s al.

Het lampje knippert al snel wéer. En bij een volgend tankstation, komt de garage checken wat er mis is. Maar er lijkt niks mis met de olie. Alles draaide goed. Aan de olie lag dat lampje niet.

Ik reed met een flikkerend waarschuwingslampje naar mijn moeder, (67x hoera gezongen, dutje gedaan) en weer terug naar huis.

Het lampje stopte op de terugreis met flikkeren, en brandde nu steady. Boven het geluid van de snelweg, hoorde ik dat wat later haar doodsreutels bleken te zijn.

Ik zette haar weer stil op de vluchtstrook. Weer op de A2. Nu miezerde het. En het was al 21:00 uur geweest en donker.

De sleepwagen kwam me 45 min later ophalen. Ik had een isolatiedeken dus koud was ik niet geworden. Ook van binnen niet want ik was het audioboek van Heated Rivalry aan het luisteren , iykyk.

Ik werd naar een benzinepomp gesleept. Daar wachtte wachtte wachtte ik tot het tankstation gesloten was en de ANWB-man mijn Jet ver na zijn diensttijd toch even heeft bekeken.

Er werd daar erg veel drugs gedeald, op die parkeerplaats. Ik had geen zin om de politie te bellen.

Ik wist het al. Die reutel. Ik wist het door de blikken in de ogen van de man van de sleepwagen toen die haar toch nog even moest starten en die van de tankwagenchauffeur die me hielp met jet naar een andere parkeerplaats duwen omdat we op de tankplek waren gedropt (ook tankstations moeten zelf betankt worden).

“Die moet naar je garage gesleept worden”, zei de ANWB-man. Tactisch niet zeggend wat hij nu al inschatte. De ANWB-man kan me geen leenauto geven want Sanne heeft geen rijbewijs bij zich en je mag géén kopietje laten zien want de politie zou je rijbewijs nou juist kunnen hebben ingenomen.

Dus het is kwart voor één. De treinen zijn opgehouden met rijden van Zaltbommel naar Utrecht. En je vriendin is net onbereikbaar in slaap gevallen.

Dus ik bel een vriend, van wie ik even niet wist of ik die nu kon bellen, maar goed ik was ook wel blij dat ik nu moest bellen want als je moet dan moet je en dan weet je ook of je die kan bellen of niet.

Een van de drugsdealer-auto’s is inmiddels al een paar keer langs mijn Jetje gereden. Dat vind ik een beetje gek.

De vriend stapt ondertussen slaapwarm in de auto en komt 40 minuten later te redding ter plaatse.

De drugsdealauto rijdt dan alweer langs. “Kan ik Jet nu wel hier zo alleen achterlaten?” vraag ik me af. Ik heb haar sleutel op de linkervoorband gelegd zodat de volgende sleepwagen haar op hun tijd kan komen ophalen, en ik niet hoef te wachten.

Voor ik begin te balen dat we toch die sleepwagen af moeten wachten, om steling van Jet te voorkomen, rijdt de drugsdealauto op ons af!

En ineens staat er op de voorruit van die auto “stop politie”. Stop politie??! Ik stap meteen verbijsterd uit. Vraag om hun politie-identificatiebewijzen. Iedereen kan wel zo’n lichtbordje kopen.  De politiegenten denken dat wíj een gestolen fiets aan het helen zijn. “Daar staat een kudde dakdekkers drugs te dealen! Ga hén oppakken” wijs ik. “Wist ik dat omdat ik daar net drugs had gekocht?” vraagt een van de agenten een-punt-makend. Ze hebben geen bewijs. Ze geloven ons verhaal over Jet.

En ik word thuisgebracht. De volgende dag hád ik toevallig al vrijgenomen. Wat een bof, ik had best wat extra slaap en bijkomtijd nodig.

Ik steek mijn hoofdje tot aan het nekje in het zand. En negeer de situatie een week. Dan gaat Pauline samen met mij mee naar de garage waar ze zeggen wat we allemaal al wisten. Jetje motor stuk.

Ze gaan nog één keer goed kijken bij de garage na ons gesprek, misschien zit er toch gewoon een kleine puppy in de motor en moeten ze die eruit halen, zodat Jet voor een heel klein bedragje toch weer rijden kan.

Een week later trek ik mijn hoofd weer uit het zand. En ga afscheid nemen van Jet bij de garage. Ze gaat naar de sloop.

Ik vind het jammer en baal van de €€€€ die ik in de XXXX heb gegooid. Maar ik ben blij dat ik niet meer ZOVEEL hoef te klussen aan Jet. Ik heb gevoeld hoe het is om een auto (met veel laadruimte) te hebben, wat het kost, wat ik moet doen, hoe irritant het is als je niet thuis kan parkeren, hoe lastig als je auto zo veel herrie maakt dat je zelf altijd een koptelefoon op wilt, niet te onderschatten hoeveel gedoe een auto op kan leveren. Maar ik mis ook haar vrijheid, dat ik naar alles kon rijden dat ik wil. Gelukkig hebben we dat ook een paar keer samen gedaan.

Als ik na de middag wake naar huis fiets en de deur open, zie ik een tovenaar de straat in lopen. Dat is een bekend teken dat er weer nieuwe mooie dingen zullen komen.

*Hans Klok

← Vorig bericht

1 reactie

  1. Pieter

    Leuk verhaal. Dat busje ziet eruit alsof ie nog net uit de jaren ’80 komt, 1989. Dan houdt het een keer op : )

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *