Ik gaf een presentie van 6 minuten en 40 seconden voor een groot publiek.

Ik had zoiets nog nooit gedaan en ik vond het spannend. Heel.

Dit stuk is geschreven voor wie PRECIES wil weten hoe het was, of voor wie zélf zo’n presentatie gaat geven en benieuwd is hoe een ander het ervaarde. Het is een heel lang artikel en dat terwijl ik het al enorm heb ingekort. Ik wilde graag heel veel delen. Dat is gelukt.

De vorm van mijn presentatie was een pecha kucha: 20 x 20 slides/afbeeldingen over iets interessants dat je doet of weet [ uitgebreidere definitie]. Ik werd gevraagd om mee te doen aan de avond van 20-02-2020 20:20 in Utrecht. Ik werd vrij laat gevraagd, twee weken vóór 20-02 , waarschijnlijk was ik vervanger voor iemand die toch niet kon/durfde. Mooi. Nu kon ik.

Ik wilde een presentatie geven om zo eens aan een groep mensen uit te leggen wat mijn werk eigenlijk inhoudt. Meestal noem ik een heleboel voorbeelden, maar wat was eigenlijk de kern? En als mensen dat dan begrepen, dan zouden ze me en masse mailen met nieuwe leuke opdrachten.

de pr

Ik concentreerde me eerst op het schrijven en inplannen van social media berichten zodat mensen wisten dat ik nog bestond. Of ze nou naar die presentatie kwamen of niet, dát ik een presentatie gaf, moest in elk geval wereldkundig zijn. Ik haalde mijn oude LinkedIn wachtwoord uit een stoffige lade en bereidde ook wat posts op andere platforms voor. Ik schreef er meteen een blog over. Leverde (bij de organisatie) direct een promo-tekst aan en een enthousiast glimlachende foto.

Prachtig, nu kon ik meteen ook echt niet meer terug. En ik had nog geen idee wat ik precies wilde vertellen.

de presentatie maken

Ik wilde in mijn presentatie duidelijk maken wat ik eigenlijk steeds doe, zodat mensen dat eindelijk snappen. Zodat ze me weten te vinden als ze zo iemand nodig hebben.

Ik wist niet hoe ik moest omschrijven wat ik doe, want het is zo divers. En sommige dingen die ik doe zijn weer bijproducten van mijn kernactiviteit. En sommige projecten passen er eigenlijk gewoon helemaal niet bij.

schetsen

Ik verzamelde foto’s van projecten, wat een beauties! Ik schreef lappen tekst, daartussen zette ik opeenvolgende nummers, ik deed of elke woordenreeks stond voor 20 seconden.

Dit zomaar beginnen en schuiven, besefte ik, dat was het schetsen. Ik zag zo de randen van wat ik wilde vertellen. Maar geordend was het nog niet.

Ik wilde alles vertellen, van het ontstaan van de Zelfgemaakte Markt en de Zelfgemaakte Scheurkalender. Ik wilde het hebben over Mevrouw Markt, over de boeken die ik schreef, ik had het zelfs over een de boeken voor je papieren hart willen hebben – een project waar ik pas sinds kort van aan het genieten ben.

Ik wilde alles zeggen, ging toen snoeien.

Het gevoel dat er te veel informatie is, dat ik door de bomen het bos niet meer zie, dat ik alles moet ordenen en rangschikken maar niet weet hoe, dat is mijn achilleshiel. Ik voel me dan heel incompetent. Dom dat ik het overzicht niet heb, ik krijg het gevoel dat het nooit gaat lukken om allerlei gebeurtenissen samen te vatten tot een coherent verhaal. Ik ben dom! Zo erg! Het is een Groot Thema, dat me vaak meesleurt in een vloedgolf van onzekerheid.

Ik moest die achilleshiel dus in de gaten houden. Als ik mezelf hoorde denken dat ik te dom was, dan probeerde ik dat te observeren en te reflecteren. “Oh ja, dit is die hiel. Er is niks aan de hand, het is dat ik bang ben dat ik het niet kan”.

“Je kánnnn dit ook niettttt”, riep er dan iemand.
Ik zo van: “ik merk dit op maar ik luister er niet naar”.

Ik maakte een woordenwolk en schreef daarin alles wat ik met die presentatie wilde bereiken. Ik onderzoek mijn doelen en was eerlijk. Ik vind het leuk als ik een presentatie geef, dat mensen vol bewondering kijken. Ik kan dat negeren omdat ik een oordeel over die ijdelheid heb, zonde. Als ik zicht heb op die ijdelheid, kan ik die een beetje sturen. Zo wordt het niet louter een kijk Sanne show. Ik viste er nog wat meer dingen uit:

Ik merkte mijn wens op een levensveranderende Ted-talkachtige opzwepende presentatie te geven. Prima, die wens kon ik meenemen en in de gaten houden, zodat mijn eigen eisen niet te hoog werden. Het moest wel leuk blijven. Een prima praatje vond ik ook goed.

Ik vond dat ik wat Grote Projecten moest delen (meer dan 40 markten georganiseerd, sohee, meer dan 2400 kalenders met de hand gemaakt, wajoo) als autoriteitsargument. Ik wilde die ervaring delen omdat ik dat in Ted Talks vaak zag gebeuren, een of andere mij onbekende Henk staat op het podium en laat dan even kort zien wat die allemaal al gedaan heeft en dan denk je ohh, die heeft veel / vette dingen gedaan, nou dan neem ik wat je gaat zeggen van je aan, Henk.

Nou ik begon er lol in te krijgen om het zo aan te pakken. Ik zag wat ik wilde bereiken, daardoor wist ik welke projecten aandacht moesten krijgen. Wat voor mij nieuw was, was dat ik besefte dat ik aan het schetsen was. Daardoor had ik er vrede mee dat het nog niet af was, dat het nog niet klopte, dat ik nog niet precies wist waar het heen ging. Ik had er vertrouwen in dat dat gaandeweg zou komen. Dat was een nieuwe ervaring.

Ik wil graag vertellen wat er veranderd is. Ik heb er een stuk over geschreven want die verandering moet los van deze pecha-kucha-novelle verteld worden. [hier staat het].

Maar voor nu kort: wat er veranderd is, is mijn leermentaliteit. Oh, dat woord. Het klinkt misschien als ouwe sokken in je oren, mij als muziek. Ik heb geleerd dat de manier waarop je naar leren kijkt, je leven enorm beïnvloedt. Je kunt statisch naar je leervermogen kijken, dan ben je ervan overtuigd dat je iets kunt of niet. Als mensen met deze instelling iets niet kunnen, dan balen ze want dan zijn ze niet capabel. Bij een groeigerichte leermentaliteit ga je ervan uit dat je kunt veranderen en leren, dat als je iets niet kunt, dat dat logisch is, omdat je namelijk aan het leren bent. Dat lijkt maar een heel kleine verandering van je denken, maar het heeft impact op ALLES. Het is je houding ten opzichte van het leven, kortom, lees mijn stuk daarover.

Ik sprak af met Pauline, die leert haar studenten presentaties te geven. Zij was een Heel Handige persoon om om hulp te vragen. Ik was heel gespannen toen we begonnen. Ik hou niet van overleggen. Gelukkig hebben we vroeger intensief samengewerkt, dus ze weet ook dat we niet met een blank canvas beginnen en lekker gaan 🤮 brainstormen, maar dat ik alles al bedacht heb en dat we daarop een beetje gaan variëren. En dat ze vaak moet zeggen dat ze vind dat het heel goed gaat en dat ik het goed doe.

Kortom: ik zocht een hulp die bij mijn werkwijze past. En een die voor me kookte en daarna wijn met me dronk.

Zij deelde mijn gedachten op in ± 20 vakken, maakte aantekeningen als ik praatte. En aan het einde van de avond, dacht ik dat het allemaal wel goed zou komen.

Ik genoot ervan dat ik, door deze pecha kucha te gaan geven, een hele grote stok achter de deur te hebben, om mijn eigen beweegredenen en bedrijfskeuzes onder de loep te nemen. En het was ook doodeng, want ik ging iets uitleggen dat ik zelf nog niet begreep en moest van al die informatie een coherent verhaal maken, ging dat lukken, ik was toch veel te dom? Oh, dat was die achilleshiel ja.

Met rasse passen kwam Zondag dichterbij en dan moest ik de beelden van de presentatie inleveren. En voor het maken van die beelden had ik echt veel meer nodig dan alleen die outline die ik op dat moment had.

Vorm

Ik had al wat foto’s uit mijn archieven gehaald voor die 20 slides, heel gezellig allemaal, maar de vorm klopte niet. Al eerder had ik een kwartier gepraat over de Scheurkalender, toen had ik de kernwoorden en -beelden op A6’jes geprint en dus een presentatie over de Scheurkalender gemaakt áls Scheurkalender. Dat leek me nu ook een passende vorm bij mijn verhaal.

uitwerken

Vrijdag was pittig, zo’n dag hoort er soms een beetje bij als je gaat presenteren, en je wat onzeker bent, maar allemachtig zeg…

Ik was ervoor gaan zitten. Ik schreef. Ik typte. Ik schoof met alle aantekeningen. Alles werd onlogisch.

Het sloeg allemaal nergens meer op. Ik had het de hele tijd over een “ruimte” die ik wilde scheppen, maar dat woord dat was helemaal klote. De volgorde was ook bagger. Ik merkte op dat ik streng werd voor mezelf. Ik dacht: “hoe kún je dit nou nu gaan doen? Terwijl je – soms om dingen hyperventileert, die objectief bezien veel minder erg zijn dan afgaan voor 200 mensen. Ben je helemaal gek geworden? “

Ik schreef mijn tekst uit en op een goed moment herinnerde ik me ineens dat ik gelezen had dat je soms even je innerlijke criticus de ruimte moest geven.

Dat probeerde ik. Ik schreef “ik kan dit” ” ik kan dit” waar ik eigenlijk “ik kan dit niet” wilde schrijven. Het duurde even voor ik kon opschrijven “ik kan dit niet” en daar achteraan hoe ongeschikt ik was, hoe ijdel en hoe .. . Alles.

Dat hielp een beetje. Maar het moest vandaag af. Oké het moest zondag af zijn, maar de tekst moest nú af want ik moest ook nog beelden verzamelen. Oh hoe ging ik dat nou leuk doen? En hoe kreeg ik dat af. In maar 2,5 dag (…) ?! Het moest echt af. Ik zette de camera aan, filmde mezelf terwijl ik praatte, dan kon ik het zien en timen.

Ik zag mezelf wegzakken. Ik wist dat ik moest pauzeren. Ik deed dat heel even, maar toen ik na een half uur weer begon, kwam er niks zinnigs. Het ging niet vandaag, maar ik moest. Ik was aardig overstuur aan het raken, maar het moest AF. Ik moest doorwerken. Ik weet inmiddels dat ik dan moest stoppen met werken, maar dat lukte niet. Ik werkte tóch door. Dat dat stoppen niet lukte, zorgde voor een dubbele faal: dan lukt het niet én het stoppen lukt niet. Ook die doorzag ik, maar nog ging ik door.

Is dat handig? Nee, maar het ging nou eenmaal zo. Laat ik me daar niet al te druk over maken.

Gelukkig werd het vanzelf half zes. Er kwamen twee vriendinnen eten. Het duurde even voordat ik daar zonder stotteren tegen kon praten. Maar die overtuigden me met woorden dat het goed zou komen en gewoon door hun aanwezigheid relativeerden ze mijn leed.

Pauline geloofde er geen bal van dat het onzin was wat ik wilde vertellen, we hadden het geoefend en het was gewoon een kwestie van schaven. En later zag ik dat ze gelijk had.

Toen ik die zaterdag wakker werd, had ik een leuke avond achter de rug en een kater. En weinig geslapen. Ineens was ik doodsbang dat ik totaal ongeschikt was voor werk. Dat ik nooit aan een baan zou komen en mijn huis zou verliezen. Het lukte me niet te relativeren. Ik wist niet meer wat ik moest doen met mezelf. Ik huilde in mijn muesli. Maakte ruzie met Steven. Lekker bezig!

Zo manifesteren zenuwen en onzekerheid zich ook, die nestelen zich in al je andere zorgen, ze vergroten ze. Dan lijkt het alsof je problemen andere problemen zijn, maar wat er vooral aan de hand is, is dat je een presentatie moet geven en die kater maakt het niet makkelijker dat onderscheid te maken.

Het duurde even voor ik mezelf weer in de spiegel zag. Die middag kwamen vrienden met hun kinderen bij me gourmetten. De miniaturen hadden binnen een kwartier de kussens van de zithoek zó verschoven dat mijn zithoek één groot zacht zitoppervlak werd. Dat was een wens die uitkwam voor ik ‘m gewenst had. Ze stonden te springen en ontdekten natuurlijk al snel dat als je op dat ene knopje drukte, dat dan de discolampen aangingen.

Door me te móeten concentreren op andere mensen, op andere bezigheden en op al het eten in hele kleine pannetjes gaar maken, trok mijn stemming weer bij. Ik negeerde die avond mijn staplust. Ik wilde liever helder zijn de volgende dag dan nu gaan dansen. Ik legde mijn ruzie met Steven een beetje bij, we waren in elk geval weer on speaking terms.

Het werd zondag, vandaag moesten de beelden voor de presentatie worden ingeleverd per mail. Daarvoor was het ook handig als ik de structuur van de presentatie helder had. Ik sliep uit, deed rustig aan. En begon.

de presentatie afmaken

Ik zette een timer: dertig minuten zou ik aan de presentatie werken en dan weer even pauze. Dit was nodig want ik ging ineens uitstelgedrag vertonen. Procrastinaten. Awww. Het was al lang geleden dat ik dat had gedaan. Die plotse behoefte om de afwas gaan doen of het huis op te ruimen. Daar helpt zo’n timer goed bij. Na de timer mocht ik korte metten maken met de vuile vaat. Eerst werken.

Ik zag dat ik inderdaad al ver was gekomen. Het was prettig dat ik straks de beelden af zou hebben, dan kon ik me daarna focussen op de inhoud.

Het skelet van de presentatie stond. Ik begon het prettig te vinden dat die deadline naderde, zo kon ik niet meer lang stilstaan bij details. Was het ongeveer wat ik wilde zeggen? Ja, dat was nu genoeg.

Ik moest nu hup de foto’s maken.

Het was namelijk midden februari en tot een uur of drie was er voldoende licht om foto’s te maken, daarna zag je het avond worden in de beelden, dat wilde ik niet.

Ik maakte het mezelf niet makkerlijker door een filmpje te willen maken. Ik wilde dat het omslaan van de pagina’s onderdeel was van de beelden. Dat kon op verschillende manieren, het makkelijkst was vier foto’s per 20 seconden maken: 17 seconden hetzelfde beeld, dan 3 beelden waarin wordt omgeslagen naar een nieuw beeld. Dat heeft als bijkomend voordeel dat je kunt zien wanneer de volgende slide eraankomt. 3,2,1 nu.

Had ik meer tijd dan had ik de opstelling mooier kunnen maken, de kleuren anders. Meer tijd voor veel betere beelden maar wat ben ik blij dat ik dat niet had want je kunt altijd blijven verbeteren. En ik vond het goed zo. Kom op, doorrrr.

Voor de eerste slides had ik een idee in mijn hoofd. Had ik meer tijd gehad dan had ik de foto voor de vlabar leuker gemaakt, maarja. Ik maakte één slide met een lege pagina, daar kon ik digitaal nog wat op plakken. Zo had ik met die ene slide, heel veel slide-mogelijkheden. Koppie koppie.

Eerlijk, na de eerste slides deed ik maar wat. Ik maakte foto’s en omslabewegingen bij wat beelden die ik toevallig vond. Het was niet heel doordacht. Huphup. Oh, dit plaatje was ook wel leuk.

Bij het monteren miste ik allerlei shots. Ik sloeg de pagina om en dan kwam er het verkeerde beeld, dat versprong naar het goede beeld. Kon me niet schelen. Het is niet belangrijk.

Ik heb veel nagedacht over perfectionisme en mijn houding daar tegenover is inmiddels echt heel gezond. Ik wil gewoon wat goeds doen, niks perfects.

Ik monteerde het geheel en dat ging makkelijker dan ik dacht. Buiten werd het donkerder. Toen ik een filmpje had van 6 minuten en 40 seconden, exporteerde ik het en toen had ik de vorm van de presentatie af. Nice.

Inhoud schaven

Ik had mezelf de presentatie al zo vaak dit horen uitleggen, dat ik niet meer zeker was dat wat ik vertelde logisch was of dat het waarde had. Het was voor mij nu zó vanzelfsprekend. Maar ik vond vertrouwen terug. Ik had een abstractie gemaakt van mijn werk. Er iets uitgelicht dat inderdaad (voor sommigen) vanzelfsprekend is maar dat nuttig is om voor het voetlicht te brengen in de context van het zelfmaken. Ja ik had mezelf weer overtuigd dat het echt ok was wat ik ging zeggen.

Ik nam bij elke slide een audiofragment van op 20 seconden, die maakte ik precies goed. Zo bouwde ik stap voor stap de presentatie op. De fragmenten zette ik in het filmpje, wat ging dat makkelijk. Nu had ik een filmpje mét gesproken tekst. Ik klonk wel als een rare opleesrobot soms, maar, ik kon hier mee oefenen.

De gesproken tekst, schreef ik uit en die leerde ik uit mijn hoofd. Wat was het al weer lang geleden dat ik iets uit mijn hoofd had geleerd!

Ik ging ervoor zitten. Het begin ging soepel, het einde lukte niet, want ik snapte de opbouw niet van wat ik aan het zeggen was. Ik begreep dat ik die opbouw moest analyseren en bijschaven. Tjonge deze leerhouding is echt veel beter dan: ik kan dit niet waarom is het nu nóg niet goed.

Een dag later oefende ik de tekst weer. Het ging heel soepel. Ik wist alles en de tijd klopte precies. Is dit goed?

de dag

Op donderdag oefende ik nog een keer. En het ging weer goed. Tsja. Nou, dat was mooi.

Ik was niet echt gespannen. Ik wist wel dat ik straks iets ging doen, maar echt druk maakte ik me niet. Wat ik wilde was begrijpen wat ik deed, dat was al gelukt. Wat ik wilde was een presentatie geven, dat ging ik doen. Hoe het ook zou gaan, ik zou het gedáán hebben, daar was ik al tevreden mee.

Ik kreeg succeswensen van vage kennissen. Oh, dan moest het wel een big deal zijn, of niet?

Ik besefte me dat ik nagelaten had om de presentatie op iemand uit te proberen. Was dat stom? Tsja dat maakte nu niet meer uit, want ik ging het ook niet meer doen.

Ik trok mijn jurk aan. At een vriezerkliekje als diner. Deed nog wat extra mascara op. Mijn haar zat wel prima. Nou, goed. Ik kon gaan.

Op de fiets werd ik KEI chagrijnig omdat het waaide en regende en mijn haar in de war ging aaaagh. Ik werd zenuwachtig.

het begint

Robin en Arjen legden uit hoe de avond zou verlopen, dat gaf rust. We mochten met de microfoon oefenen

Ik was als één-na-fucking-laatste ingepland. Dus ik moest heeel heel lang wachten. Ik ademde vaak diep in en zei heel vaak dat ik zenuwachtig was, dat hielp.

Iedereen voor me deed het prima. Hun presentaties waren boeiend, sommige beter dan andere, niks heel slecht. Ik had niet het idee dat ik onder zou doen voor de rest.

Er waren een handvol bekenden en wat vrienden. Ruim tweehonderd bezoekers in totaal. Damn.

Nick (Niek?) zei in zijn presentatie dat hij het fijn had gevonden dat hij bij een bepaalde opdracht een kader had gekregen waardoor hij iets moois nieuws had gemaakt. Ik weerstond de neiging heel hard te klappen want ja, ja, ja, daarmee illustreerde hij mijn punt. Het was dus echt een heel goed punt en valide en nou echt heel goed, want Niek (Nick?) zei het ook.

In de pauze gierde allerlei natuurlijke pretstoffen door mijn systeem. Ik was hyper, zenuwachtig, blij, kon niet luisteren. Ik was bang maar ging niet niet die presentatie geven. Oh dadelijk moest ik dat podium op. Ik voelde me echt heel onwerkelijk. Wat was ik blij dat het over een half uur sowieso achter de rug was.

Wat nou als het heel slecht was en iedereen daarna dus op me neer zou kijken vanwege de ontzettende saaie sukkelpresentatie die nergens op sloeg, oh ja, dáág. Ik luister niet naar deze stem.

Ik telde mee, nog twee, nog één presentatie tot de mijne en toen was het mijn beurt. Maar toch niet, want ik had me verteld. Daarna was ik wel echt aan de beurt.

Ik stapte het kleed op. Nam de microfoon aan. Ik zei wat ik wilde zeggen. Ik zei iets over Nick (of aah heette hij Niek??) en dat had ik niet geoefend, dus dat was een beetje raar. Ik praatte sneller dan ik wilde. Vergat adem te halen. Dus dat deed ik tussendoor, iets minder naturel dan ik gewoonlijk doe. Ik vergat even mijn tekst. Ik keek naar het scherm en ik wist echt even niet meer wat erna kwam. Maar ik maakte me geen zorgen. Toen ik het plaatje zag, wist ik het weer. Prima. Ik vertelde alles wat ik wilde zeggen.

En toen applaus. Was het klaar. Heer-lijk.

Hoe het ging dat wist ik niet precies. Het was geen presentatie die meteen viral zou gaan. Het was prima. Het was een mooie oefening. Nu kan ik het vaker doen, want het is echt een goed verhaal. Beetje bijschaven, dan wordt het nog beter.

Keilang verteld over de presentatie maar nog steeds weet je mijn punt niet! daar schrijf ik later over. Het was nl echt een goed punt.

erna

Na afloop straalde ik. Iedereen zei dat ze het goed vonden gaan. Dank. Ik straalde door, kletste met mensen. Ik wilde nu ontladen, kletsen, de kroeg in maar het was donderdag en iedereen ging naar huis.

Op vrijdagochtend was ik nog hyper. Ik keek iedereen met van die straalogen aan en ik had heeel veel sjans op straat. Na een paar uur van dat stortte ik in. Ik was weer in mijn buitenhuis en ik kón niet meer. Mijn lijf was zwaar en mij. Ik viel in slaap, had voor niks puf. Was ik ziek geworden. Nee joh, ik was gewoon heel moe van die druktemakerij. Ik moest even bijkomen.

IK BEN ZO TROTS! Gewoon gedaan. Echt. Heel. Blij.

* Sommige mensen schijnen een brief te sturen aan bedrijven, waarin ze zonder omwegen vragen om werk, misschien moet ik dat ook nog eens doen.

-Meer info over Pecha Kucha Utrecht

-Schrijf je hier in voor mijn nieuwsbrief, dan krijg je nieuwe berichten in je inbox.

- Nick heet trouwens Nick, geen Niek, Liefhebber

- foto: dankjewel Kevin Kwee