Deze week woon ik in een klein huis op een park dat vroeger enkel voor vakantie was, maar nu voor altijd. Het is mijn moeders huis. Zij is een week in T., ik woon een week in haar boshuisje.

Huizen bewonen waarvan de bewoners even weg zijn, is mijn hobby.

Het is verfrissend. Alles staat op een andere plek. Je krijgt nieuwe apparaten. De hardlooprondjes zijn anders. Omdat je er maar even bent, ervaar je urgentie. Je moet wel nú iets doen, want over een paar dagen woon je er al niet meer. Geen tijd voor gelummel. De boodschappen doe je ergens anders.

Zo’n leenhuis, dat is een soort reizen en vakantie ineen, terwijl je niet dat vervelende ‘niet werken’ hebt. Ik werk altijd ergens door op de computer, dat kan overal.

Ik moet vanaf dit leenhuis gewoon naar afspraken en de psycholoog. Ga ook nog een keer in een nette jurk met een koffer vol autocue-spullen op pad. Maar ik vertrek vanuit een ander bed. Ik neem andere routes.

Het is hartstikke onhandig. Ik moet veel eerder vertrekken omdat het vanuit hier een uur langer duurt voordat ik in Rotterdam ben. Maar de paden zijn anders. De bossen zijn de bossen waarin ik ben opgegroeid. Op de radio gaat het de hele dag over carnaval. ‘s Ochtends hoor ik de vogels me keihard wakkerfluiten. En die vogelgeluiden komen niet uit Steven’s telefoon, die zijn echt.

Ik heb zelfs eigen vogels, in een kooi buiten. Een heleboel. Ik moet ze nog water geven.

Het is onhandig want je moet al je spullen inpakken. Nadenken over je planning. Op en neer reizen. Je moet dingen vervangen die op gaan.

Het is onhandig want je moet een nieuwe supermarkt zoeken. Je moet met je kliekjes reizen en ongeveer weer aan boodschappen achterlaten wat je hebt opgegeten. En alles weer schoonmaken. En thuis kun je nog wat kruimels laten liggen tot morgen, maar in andermens huis vind ik dat niet netjes genoeg.

Dat alles is onhandig, en het is het waard.

Ik heb een kleine rugzak met schone onderbroeken en wat sokken. Deze week weinig kledingkeus.

Ik neem de auto naar het dorp en bekijk de nieuwe bibliotheek.

Elke woensdag ging ik als basisschoolkind naar de bieb. Voor mijn geen jazzballet of clubjes. Ik wilde lezen. En soms zwemmen. Die bieb zit nu in een ander gebouw. Mensen zijn er niet eens stil. Er staan fijne, knaloranje banken. Ik vond er een boek over seksuele ontwikkeling voor pubers. Het vertelde dingen over intimiteit en tantra die ik nog nooit gehoord had. Het klonk heel leuk.

Een huis lenen, uit je eigen huis te zijn, is als een vakantie terwijl je doorwerkt. Ik kan het je aanraden.

Verhalen uit andere huizen die ik eerder leende:

[] oefenhuizen
[] petepoezen
[] hij kreeg de pokken