Een paar dagen na mijn verjaardag besefte ik me dat ik werkloos ben.

Niet werkloos in de zin van “ik heb geen werkzaamheden te doen” want ik kan áltijd sowieso negentien dingen bedenken die ik nog moet doen: ik kan altijd een van de websites die ik beheer updaten, verbeteren en aanvullen, ik kan ook altijd zorgen voor voorraad voor de zelfgemaakte scheurkalender, voor materiaal voor mijn papierverzameling. Er is altijd wat te doen.

Wel werkeloos in de zin van: er komt te weinig geld binnen om fatsoenlijk rond te komen. In het afgelopen jaar had ik het druk met het opbouwen van de nieuwe Zelfgemaakte Scheurkalender, daar kon ik alle tijd mee opvullen die ik niet opvulde met hyperventileren of met uitvogelen wat er met me aan de hand was. En ik ging zo nu en dan met een koffer vol materiaal naar een autocue-klus, dat was leuk en het leverde nog centen op ook. Ik heb een hele tijd goedkoop geleefd en door mijn spaargeld slim te gebruiken kon ik het een hele tijd uitzingen, maar nu moet ik echt aan de financiële bak.

Ik ben ook werkloos in die zin dat ik me in limbo voel. Ik leef tussen wat ik heb gedaan en wat ik ga doen. Dat laatste dat kan al morgen zijn, het kan zich pas over drie maanden aandienen. Ik weet niet wat het is. Had ik de zekerheid dat ik komende maanden voldoende betaalde uren kon maken aan een leuk project, dan zou me dat rust geven en zou ik me niet werkloos voelen.

Een vriend van me, Alfons (fopnaam), was een tijdje werkloos. Hij werd er een beetje vreemd van. Ik zag de zelfverzekerde, slimme, gestructureerde, getalenteerde harde werker veranderen in een lusteloze man, een beetje verdwaald leek hij. Hij solliciteerde maar werd afgewezen. Hij vond niks dat bij hem paste. Op elke functie solliciteerden talloze andere getalenteerde mensen. Ik zag hem aan zichzelf gaan twijfelen. Was er iets mis met hem? Waarom kwam hij steeds minder goed zijn bed uit? Waarom zo lusteloos? Was hij depressief? Toen hij een (echt leuke) baan kreeg, bloeide hij weer op. Als ik ‘m zag, zag ik weer die frisse, heldere blik. “Ik ben mooie dingen aan het doen”, straalde hij.

Ik was blij dat ik wist dat je een beetje vreemd kan worden van geen werk, dat verklaarde nu wel e.e.a.

De onrust die ik voelde is een boodschapper: je moet wat gaan doen Sanne Bloem. Je moet mensen gaan vertellen dat je werken wil. Netwerken, vertellen, bloggen, mails sturen naar oude bekenden. Eigenlijk alles wat andere mensen die een baan willen ook doen, maar dan dat het resultaat een project is met een kop en een staart, geen hoop op een vaste contract.

Maar ik heb geen functietitel.

Dat is onhandig op feestjes en partijen en in netwerkgesprekken. Als mensen vragen wat ik doe, nou maak je borsten maar nat, dat antwoord gaat wel even duren. Om uit te leggen waarvoor mensen me konden inhuren, besloot ik dus een presentatie te maken.

De vorm die me aansprak was een pecha kucha: een presentatie van 20 plaatjes waar je steeds 20 seconden de tijd voor hebt. Altijd al een keer willen geven, maar het kwam er niet van. Ik begon plaatjes te zoeken en een rode draad. Ik zocht op wanneer er een in Utrecht was en besloot de presentatie eerst eens af te maken en me dan pas aan te melden (de zgn. never-gonna-happen methode).

Gelukkig had ik een stukje geschreven over Luc helpen (ik hoefde niets te doen), hij had dat gedeeld, zo zag Arjen het en hij is dus toevalligerwijs de organisator van de Pecha Kucha avond in Utrecht (uitroepteken)

Hij nodigde me prompt uit om mee te doen aan de Pecha Kucha avond in Het Huis op 20 februari. Ik kwam niet meer bij van de fijne samenloop van het leven.

Nu ben ik dus die presentatie écht aan het afmaken. Twintig seconden, dat is ongeveer de tijd die het kost om het woord “zelfgemaakte scheurkalender” te zeggen dus ik moet mijn verhaal indikken (mand!).

Wat fijn om bezig te zijn met de juiste woorden vinden voor wat ik doe. Het wordt me zelf ook steeds duidelijker.

Wil je erbij zijn? Hier kun je een ticket bestellen.
Voor de zekerheid reageerde ik ook even op een tijdelijke functie als part-time administratief medewerker bij een automobielen bedrijf.
Het gaat niet zonder slag of stoot hoor, dit werkgezoek. De reden dat dit stuk niet zaterdag maar pas vandaag verschijnt, is dat ik verstrikt raakte in wat ik wilde zeggen. Het erover schrijven werd een grote gedachten-op-een-rij-zetterijtje, dat was nodig ook. Maar het was ook beladen, vol van kreetjes van ik-kán-niet-zomaar-werken net als andere mensen. En dan weer terugfluiten en weten: ik ken die stem, die klopt niet. Je raakt een beetje van stuk hiervan, dat is informatie. Onderzoek het. Niet weglopen. Blijven ademen.