Spurt meteen naar: ⭐ dag 1 ⭐ dag 2 ⭐ dag 3 ⭐ dag 4 ⭐ dag 5 ⭐ dag 6 ⭐ Hoe eet ik als ik solo wandel backpack? ⭐ dag 7 ⭐ dag 8 ⭐ dag 9 ⭐ dag 10 ⭐ dag 11 – of stuur me een bericht als je de audioversie van deze blog wilt luisteren.
Mijn benen wilden weer wandelen. Daarvoor koos ik een door mij onbewandeld land: Schotland. Ik liep de bekendste route daar: de West Highland Way (WHW) omdat ik daar een mooi Instagram filmpje over zag. Deze langeafstandsroute is 154 kilometer. Ik liep die, net als de meeste mensen, van zuid naar noord: van Milngavie naar Fort William.
Om me voor te bereiden trok ik mijn lieve wandelschoenen weer aan, en trainde in de Nederlandse bergen. Ik liep een goed deel van de Dutch ‘Mountain’ Trail (deze). Het was mooi dat ik moest trainen, want daardoor wandelde ik weer vaker. In mijn eentje nam ik in het weekend de trein naar een plek met meer bomen dan thuis, en ik liep. Ik kwam dan altijd moe en natuurgelukkig weer thuis. Alleen, ver wandelen, dat doe ik zeer graag.
Dit was de hele reis, in kleine stukjes:
Vooraf:
- Hier staat het GPS-bestand dat je gratis in de GPX viewer app kunt gebruiken online en offline.
- Je mag in Schotland bijna overal wildkamperen. Er zijn genoeg mooie plekken. Er is een no wildcamping zone van 20 mijl rondom Balmaha. Die staat goed aangegeven. Er zijn daar wat campings. Ik stond op Sollochy Campsite (de kampeerplekken aan het meer zijn heel mooi. Er zijn ook speciale, kleine WHW plekken). Een stukje verder is Lochan Maol Dhuinne, die leek me mooier (maar daar kon ik niet meer reserveren). Beide campings hebben geen stroom.
- Ik had het WHW boekje van Cicerone en het bijbehorende boekje met de routekaart bij me. Aanrader.
- Deze blog is geschreven voor de gezelligheid als je een reisverslag zoekt met 10 tips voor als je de WHW gaat lopen (de laatste zal je verbazen), ben je hier niet aan het juiste adres.
- Heb je praktische vragen, stel ze gerust in de comments.
- De links in dit artikel zijn geen affiliate links. Ze staan er alleen bij als voorbeeld, voor als je wilt zien waar ik het over heb.
Dag 1
Ik heb een vliegticket geboekt van Amsterdam naar Glasgow, omdat de boot heel duur is, en doodeng omdat je dan 8 uur met een vreemde in een stapelbed ligt in een heel klein hokje. Met 10,5 kilo bagage in mijn tas en wat handbagage, stap ik begin juli het vliegtuig in. Ik heb twee weken vakantie. Genoeg tijd om 154 kilometer te lopen. Ik heb maar 2,5 uur geslapen want ik heb er zó veel zin in. Dit zat in mijn tas:

Die eerste dag was ik enorm moe van alle prikkels, het niet slapen, van voor het eerst weer echt wandelen. Ik heb geloof ik na 3 km al een dutje gedaan bij een beekje.
In Schotland mag je wildkamperen. En al bij het eerste meer dat ik vond zette ik mijn tent (deze) op.
Ik heb mij niet gehaast. Er zijn mensen (en vele routebeschrijvingen) die de route in zeven dagen doen, maar ik liep langer. Een terugkerend onderwerp in mijn hoofd was bedenken of dat een probleem was. Dat was het niet. Dat had ik al meerdere keren besloten. Ik leerde dat veel mensen er veel langer dan die zeven dagen over doen. Maar niet veel mensen doen er elf dagen over, zoals ik.
Andere mensen die de route lopen worden kletsnatgeregend. Ze hebben natte schoenen. Ze worden de hele reis kapotgeprikt door muggen, horzels en knutjes (midges). Niet bij mij. Toen ik er was, was het precies veertien dagen droog, en zeer zonnig. En bijna geen knutjes, ook niet veel horzels, nauwelijks muggen. Toch koop ik aan het einde van de reis ALLES op dat mij van de jeuk kan bevrijden. Want zij die mij te pakken krijgen, pakken me goed en het JEUKT.
Ik stopte met haast hebben.
Er moest aan twee van de drie voorwaarden worden voldaan om mijn wandeldag te eindigen en mijn tent op te zetten:
1. als ik moe was,
2. als de plek mooi was
3. als het later dan 16:00 uur was.
Ik nam niet te weinig pauze.
Soms was het nódig om pauze te hebben (plassen, honger, pijntje), dan stopte ik.
Soms was het heel mooi, dan stopte ik ook.
Soms was er ineens een fijn plekje bij het meer waar ik kon zwemmen. Etc.


Dag 2
Halverwege de middag riep een heel mooi bos aan mijn linkerhand me. Er liep een pad het bos in en ik dacht: “dat is het mooiste bos dat er bestaat”.
Ik was al moe maar het was pas drie uur – volgens mij nog niet eens echt drie uur – dus ik kon nog niet stoppen.
De WHW volgde een iets grotere weg, naast dat mooie bos. Soms zag ik kleine paadjes het bos ingaan, naar een mooi plekje om te kamperen. Maar daar wilde ik niet want ik wilde niet zo aan de ‘snelweg’. De WHW is in de zomer vrij dichtbewandeld. We lopen allemaal in colonne. Als je even stilzit, merk je hoeveel mensen achter je liepen. Maar het is mij nog stil genoeg.
Voor me op het pad zie ik de drie jongens die ik vanmorgen ook heb gezien toen ze hun tent inpakten. Ze kijken een beetje zoekend het bos in, maar ik denk niet dat zij al gaan stoppen want het is nog zo vroeg.
Ik tijger mijzelf een pad tussen de varens door en vind dit bos, waar ik – nadat ik een klein beekje heb gevonden om uit te drinken- direct al mijn kleren uittrek. Volgens mij ben ik een naturist.
Roodborstjes trippelen om me heen. Ik hoor niks behalve dat beekje en het ruisen van de toppen van de bomen.
Dag 3
Om 5:30 uur ben ik wakker. Rond 7:00 uur loop ik al.
‘s Ochtends uit mezelf wakkerworden, alles weer in mijn tas puzzelen, ontbijten, wandelen. Ik vind dit te gek.
Gisteren heb ik bij een café twee kippeneieren gekocht (hun eendeneieren waren op). En dan in een heel klein pannetje een ei bakken en in een heel klein steelpannetje een ei koken. Hou op hoor.
Vandaag kan ik kiezen: de vlakke route of steile route de heuvel (Conic Hill) over. Ik kies voor stijgen, want tot nu toe was alles redelijk vlak. En ik heb tenslotte in de Dutch Mountains geoefend.
Het valt mee, omhoog. Het is er heel fijn en rustig. Langs schapen, weides, in de rukkende wind, door de wolken.

Dit is zo’n foto die je maakt omdat het er heel mooi is, maar de foto brengt dat helemaal niet goed maar die je toch bewaart omdat je weet dat je die maakte omdat het er zo mooi was. En fijn.
Over de top blijkt er nóg een top-top te zijn.
Daar zijn ineens heel veel mensen die via de andere kant naar boven zijn gelopen. Zij gaan allemaal naar de top-top. Maar die trekpleister sloeg ik over.
Ik hoefde daarna “alleen nog” naar beneden.
Het was heel zwaar, dat dalen. Halverwege heb ik trillende benen. Eenmaal beneden, loop ik een beetje gek. Ik reken al op spierpijn.
Hier onderaan de heuvel ligt Balmaha. Een trekpleister aan Loch Lomond, een enorm meer waar ik een paar dagen langs zal wandelen. Omdat ik dus teringjantjetraag loop.
Ik slaap vandaag op een camping, die niet meer ver is. En het is pas 12:00 uur. Dus als ik leer dat er een bootje is dat naar het eilandje “Inchcailloch” vaart, vaar ik en loop ik een rondje. Zonder tas. Die leg ik achter een aanwijsbord. Ik ben ervan overtuigd dat die er nog ligt als ik daar weer terugkom. Ik ontmoet een muisje:
De tas ligt er nog.
Dag 4
Ik word wakker op een camping, omdat ik door een no wildcamping zone loop.

Als ik loop, voel ik hoe de Conic Heuvel van gisteren zich in mijn schenen en kuiten heeft geposteerd. Ik heb me een tijdje beziggehouden met de loop: is dit een blessure, nee dit is spierpijn, nee toch een blessure, herhaal. Gelukkig heb ik van zulke dingen minder last sinds ik mediteer. Ik merk nu eerder dat ik keihard aan het denken ben. En stop er dan mee. Het lijkt wel magie.
Bij een klein winkeltje begint een leuk mens tegen me te praten. Die is iets groter dan ik, geboren in de bergen. Thomas heet ‘ie. Een tijdje later loopt hij een stukje met me mee. Omdat hij zijn pas inhoudt en ik mijzelf voort torpedeer, lopen we niet lekker in ons eigen ritme. Hij loopt, vertelt hij, 30 km PER DAG. En hij is een stuiterbal. Wanneer we onderweg een Amerikaanse tegenkomen die zo geïnspireerd is geraakt door de schoonheid van het Loch Lomond dat zij die wel moét bezingen, biedt hij vriendelijk aan dat vanuit verschillende hoeken te filmen.
Als ik samenwandel, voel ik minder hoeveel zeer mijn schenen doen, maar is dat goed of slecht?
Terwijl ik met hem loop, heb ik besloten niet de makkelijkere route door het bos te nemen maar de zware, langs het meer. Dat was de juiste keuze. De zware langs het meer is amazing. De bom. Mag je niet missen. Ook al doen je schenen zeer.
Hij stelt me heel veel vragen en ik vind hem heel sympathiek. Maar ik ben al klaar met zijn gepraat. Dus ik zeg dat ik, en dat meen ik, ontzettend genoten heb van hem ontmoeten, maar dat ik graag alleen wandel. Zonder aarzeling zeggen.
Bij een watervalletje neem ik pauze. En ga maar even mediteren. Want socializen en grenzen stellen, daar slaat mijn hoofd van op hol.
psj psj psj (geluid van waterval)

De route gaat als een continue golf omhoog en naar beneden. En steeds aan mijn linkerhand dat prachtige meer, dat na even achter een heuveltje te zijn verdwenen, zich steeds weer als een visueel cadeau aan je presenteert. Weer een watervalletje. De bomen zijn mooi. Er is mos.
Ik vind een strandje met een beekje naar het meer waar ik mijn tent kan planten. Mijn vermoeide benen en voeten staan me niet meer wandelkilometers toe. Zoals elke dag als ik loop, val ik meteen in slaap. Ik word wakker zodat ik nog wat kan eten eten uit een zak. Vandaag boek ik een hotel voor de volgende dag, en slaap dan weer in. Uren ongestoord slapen tot ik weer om 6:00 uur vanzelf wakker word.
Dag 5
Ik heb een hotel geboekt want mijn benen moeten even rustig. Ik ga ervan uit dat dat alles op zal lossen.
En – ik wil jou geen onnodige spanning bezorgen – dat lost inderdaad alles op.
Op dag 6 ben ik weer TOPFIT.
Mijn hotel is in Tarbet, aan de andere kant van het meer. Ik ben te vroeg bij het oversteekpunt, maar een vriendelijke skipper biedt aan me op een beslotengroepsboot mee te nemen. Weliswaar naar de verkeerde haven, maar goed. Aan de overkant zie ik een vrouw die me leuk lijkt, met een zwarte hond zo groot als een kleine shetlandpony. Ik vraag of ze me een lift wil geven naar mijn hotel.
Ze blijkt met haar moeder te zijn, want ze had zichzelf uit haar auto buitengesloten laatst. Of ik het niet heel erg vond dat ik moest wachten tot de hond had geplast. Ik vond honden toch niet vies? Ze heet Sunny, ze blijkt inderdaad heel leuk. Ze zet me voor mijn hotel af.
Het is 26 graden.
Op een grasveld aan het meer lees ik mijn boek (East of Eden van John Steinbeck).
Ik zwem. Ik rust.
Mijn kuiten voelen al minder pijnlijk dan gisteren. Zie je, het werkt.
Ik eet de goorste caesar-salade-wrap van de wereld in het restaurant van het hotel.
En slaap er, met al die rondstommelende hotelgasten, in dat gehorige gebouw, veel slechter dan buiten.
Dag 6
In Schotland blijk je niet op pornosites te mogen kijken.
Ik neem de veerboot terug naar de overkant, waar ik de WHW kan vervolgen. Wanneer ik de boot afstap, een plein op, loop ik meteen een leuk mens tegemoet. We lopen meteen samen op. Eli is een fijne wandelgenoot. We hebben hetzelfde looptempo. Hen is ook queer én polyamoureus. We lopen een tijdje met elkaar. Soms zelfs zonder te praten. Wat heerlijk.
Toch begin ik in mijn hoofd al steeds -vriendelijk maar duidelijk- te formuleren dat ik liever alleen loop. Want ik ben hier om alleen te lopen. Dat vind ik het allerfijnst. Ik vind een strand om mijn boek te lezen en laat Eli doorlopen. Op het strandje ligt links van me een oude man te slapen, aan de andere kant komen twee Duitsers een duikje nemen. Je bent hier niet snel alleen. Maar ik voel me solo genoeg.

In heel Schotland zijn bothies, heb ik gelezen. Ik ben er benieuwd naar. Het zijn lege huizen met een platform om op te slapen en ze hebben vaak een open haard. Heel handig in het rijkberegende Schotland. Niet tijdens mijn reis. Het is er mijn hele reis droog en gemiddeld 24 graden.
Aan de WHW ligt één bothy. Ik was er niet speciaal naar op zoek, maar als ik ergens een deur open zie staan, vermoed ik dat dat ‘m is. Ik tref er twee leuke mannen en een hondje. Ze lopen ook de WHW. Een van hen loopt de route op Crocs. Ze vertellen dat bothies heel leuk zijn omdat je er vaak vet leuke mensen tegenkomt met wie je de hele avond kan zuipen. Goed om te weten, want dat wil ik helemaal niet. Elke dag dat ik weer ergens geheel en alleen mijn tentje mag opzetten denk ik alleen maar oh wat heerlijk heerlijk heerlijk, liefst elke dag.
We hebben minder nodig (we need less), zegt die ene met de Crocs. Eens.
Dat is wat dit wandelen zo fijn maakt. Je hebt minder spullen, minder luxe, minder keuzes.
Steeds weer dat mooie meer, links.
Dan haal ik Eli weer in. We lopen weer samen.
Als we gelijktijdig een camping (deze met heel veel bordjes, geen aanrader) op stommelen, komen we de bothie guys weer tegen. Zij moeten nog 10 km lopen naar hun slaapplek. Dat vind ik jammer, want ze zijn leuk gezelschap.
Wij zijn klaar om te stoppen, stemmen we af. We nemen niet het risico dat er hierna geen fijne wildkampeerplekken meer zijn. Voor 15 pond mogen we hier een tentje neerzetten. (Had niet gehoeven. Er zijn ook hierna genoeg wildkampeerplekken.)
Ik heb geen koffie-maker meegenomen op reis. Elke dag snak ik ernaar. En hier …

.. hebben ze het koffiezetapparaat al schoongemaakt.
Dat moet ik even een plekje geven.
Eli en ik eten op het terras van de pub. Het is veel te warm in de zon op het terras, maar binnen in de pub staat de muziek zo hard als die staat in eettenten. En dat is voor mij veel te hard. Ik word moe van harde muziek en ik kan me niet meer op eten of een gesprek concentreren. Ik bestel een bloemkoolsteak. Eli de falafel. Mja. Dat valt natuurlijk tegen, dat had ik ook verwacht. Maar ze hebben wel mayonaise.
Ik ben vaak niet echt te spreken over de hoeveelheid, kwaliteit, prijs, de muziek, de herrie die veel mensen in 1 ruimte maken, de atmosfeer, (vergeet ik nog iets?) in restaurants.
“Waarom ga je dan toch uit eten??”, vraagt Eli, als ik al mijn bezwaren heb opgesomd.
Omdat we samen aan het beslissen gingen: Kamperen we hier? Zullen we hier eten? En voor ik het weet ben ik vergeten dat ik overprikkeld raak in horeca, en zit ik in een restaurant. Dat is een van de redenen dat ik zo graag alleen reis. Als ik met mensen afstem, is altijd een compromis. Ik vind het zo fijn om naar wat ik verlang te luisteren. Om mezelf heel goed te kunnen horen. Maar goed. Ik vind het ook fijn om de gedachten en grapjes van medelopers te horen. Dus dat bevredig ik vandaag. Morgen weer alleen in een tentje.
Hoe eet ik als ik solo wandel backpack?

Elke nacht giet ik wat havermoutmix (rechts) in mijn beker (midden)(als je die ook wilt), daarbij giet ik water, een lepeltje pindakaas erbij. Ik doe een deksel* (links) op de beker. De volgende morgen is het gehydrateerd, en mijn ontbijt geworden. Op dag 9 pas heb ik door hoe weinig water ik erbij moet doen, dan is het alsof ik zelf een verse havermoutnotenreep heb gemaakt. Doe je er te veel water bij dan is het een soort koude slurry / pap.
Recept / werkwijze backpack-wandelontbijt
Je maakt overnight oats. Kortweg havermout zonder koken waar je een nacht op wacht.
Je kunt het in één grote ziplockzak doen, zoals ik deed (rechts). Je kunt ook kleinere ziplockjes maken per dag, dan kun je zelfs verschillende smaken meenemen. En precies genoeg als je bijvoorbeeld maar 2 dagen gaat wandelen. De zakjes kun je hergebruiken, zoals ik doe. Of je vult ze met water en eet uit het zakje. Dan is hergebruiken uitdagender. Ik dacht zelf aan een soort appeltaartmix met gedroogde appel, of een chocomix met cacao en stukjes chocolade. Binnenkort is een vriend jarig, dan maak ik zulke zakjes voor hen omdat die ook van wandelen houdt.
Ingrediënten
Maak vooraf een mix van….
(Wat staat er in je keukenkastje? Wat vind je lekker?)
- hoofdzakelijk havermout (grof of fijn, ik had fijn)
- speltvlokken
- gedroogd fruit in precies de grootte stukjes die jij lekker vindt (rozijnen, appels, dadels, abrikozen, pruimen)
- noten
- (zonnebloem/pompoen/andere) pitten
- melkpoeder (ik had dat ooit bij een Turkse winkel gekocht voor een recept en was blij die nu op te maken) (als je die ook wilt)
- kruiden (zoals kaneel, kardemom)
- cacao
- zet jouw aanvulling in de comments
Op de avond dat ik het bereid voeg ik nog wat pindakaas toe, want ik hou van pindakaas.

* De deksel is eigenlijk ook een beker (als je die ook wilt) die je kunt opvouwen. Ik heb die al ruim 15 jaar en gebruik die nauwelijks, nu had ik eindelijk een functie gevonden voor het ding. De beker past nl. precies als deksel op mijn aluminium beker. En toen op nacht 4 had ik die buiten laten staan en heeft een muisje …
Water drinken
Bij de Tiso (de buitensportwinkel in Glasgow) had ik chloortabletten gekocht. “Flavourless”, staat op de verpakking. “Maar ze smaken niet niét naar chloor”, zegt de verkoper. En zij had gelijk.
Door die tabletten kan ik veiliger uit beekjes en meertjes drinken. Daardoor kan ik makkelijker wildkamperen, want ik hoef niet al mijn water op mijn rug te dragen. Is het lekker? Meh. Maar je hebt geen dorst meer.
Lunch
Op de eerste dag heb ik in Milngavie (je spreekt uit Millguy) in de supermarkt een ongesneden brood gekocht. En een bonk cheddar. Dat is me daarna niet meer gelukt. Onderweg kon ik soms belegd brood kopen, of heeel vies fabrieksbrood dat naar suiker smaakt en als je het indeukt een soort natte klont wordt.
Dat at ik doorgaans ’s middags. Soms ergens een brioche met bacon (omg) of een kaneelbroodje als ik onderweg iets tegenkwam rond de tijd dat ik honger had.
Avond
Het was voor het eerst dat ik elke dag uit een zak at: openscheuren, kokend water erbij, 10 minuten wachten. Dat was handig, licht, lekker en makkelijk. Het is gedehydrateerd dus al dat water hoef ik niet mee te sjouwen voor ik het ga eten. Eerder nam ik kikkererwten, kruiden, allerlei ingrediënten mee, voor 11 dagen. Doe mij maar eten uit een zakje.
Ik had avondeten meegenomen voor zes dagen (kant-en-klaar van de Bever (als je die ook wilt eten)). Onderweg kocht ik in een winkel nog 2 Tentmeals (als je dat ook wilt eten). Die waren ook echt super: lekker, interessante smaakprofielen en vegan.
Twee keer at ik uit (op een camping en in het hotel). Ik verheugde me dan op verse groenten, maar werd steeds teleurgesteld door de kwanti- en kwaliteit.
Ik kook op een spiritusbrandertje met een mini pannetje (als je die ook wilt hebben). Ik heb dat al jaren. (Tip: Spiritus mag niét mee het vliegtuig in, dus dat kocht ik ook bij de Tiso in Glasgow.) Weinig maakt mij blijer dan -als ik aangekomen ben op mijn slaapplek, mijn tent staat, ik heb al zoveel kleren uitgetrokken als mogelijk is- met mijn kleine pannetje mijn eten te bereiden. Er zijn mensen die zonder kooktoestel reizen (dat scheelt echt een heleboel gewicht). Zij eten brood of wraps met koude bonenprut oid. Ik wil het genoegen van koken in dat pannetje niet missen.
Dag 7
Er zijn heel veel kleine vliegjes (knutjes / midges). Zo staan we allemaal op het veld in alle vroegte onze tenten in te pakken in een netje.

Maar hier valt het nog mee want ik heb nog blote armen.

De Glenn Falls watervallen. (Ik doe alsof iemand een foto van me maakt.)
! Tip: zet dit aan terwijl je leest

Daar is Eli weer. Die loopt voor me, langs een weiland. Ik kom steeds dichterbij. Als hen stilstaat om de route te checken, kom ik erbij staan. We hebben al een fijne vanzelfsprekendheid met elkaar.
We moeten omkeren want we zijn verkeerd gelopen. (Overigens is de WHW verder heel goed aangegeven, en vaak is er maar één mogelijke route. Je loopt er bijna nooit verkeerd.) Als we terug bij de route zijn, ontmoeten we een witte 60+ man, met wie we ook automatisch samen gaan lopen. Eli is dol op kletsen. Ik vind het handig dat hen dat doet, kan ik luisteren of besluiten te mijmeren.
De man stelt zich voor als Ian. Hij leert ons Gaelic. Eli spreekt dat op enig moment uit als Garlic en als ik daar nu aan denk moet ik weer giechelen.
Ik stel mij ook voor. Ian, die mensen Gaelic leert, vertelt dat als je “iech miesje Sanne” zegt, dat in het Gaelic zowel “ik heet Sanne” als “ik ben happy” betekent. Een ook dat het een taal is die je voor in je mond spreekt.
We vinden bog myrtle. Een Schotse plant waarvan de sappen je tegen knutjes zou moeten beschermen. I have very little vertrouwen daarin want ik probeerde Smidge, dat is spray tegen midges met actieve stoffen van gagel en ze bleven me aanvallen, maar dat vertel ik je later.

Onscherpe foto van bog-myrtle (gagel).
Het is weer heel zonnig vandaag. Mijn ervaring is in die zin niet zo heel representatief. Normaler is dat het een of meerdere dagen zó hard regent dat zelfs pauze nemen een uitdaging wordt. Er zijn namelijk nauwelijks plekken om te schuilen. Ian vertelde me dat als hij gaat wandelen hij altijd een draagbare bothy meeneemt. Een soort tent die je over je gezelschap trekt, met raampjes en een schoorsteentje, waar je dan even een droog kopje thee kunt drinken en een biskwietje kunt eten. (Bekijk een bothy bag)
We eindigen in het dorpje Tyndrum. Daar gaat Ian op de bus en Eli en ik zoeken allebei ons eigen plekje in het bos.

Mijn plek in het bos.
Dag 8
Ik slaap als een bosroos. Elke nacht. De meeste nachten zet ik niet eens mijn buitentent op.
Op deze ochtend zet ik pas ’s ochtends mijn buitentent op. Ik wil een extra berg opwandelen en mijn spullen beneden in de tent laten liggen. Met de buitenkant erover kun je niet zien wat er in ligt. Zo Slim! Het werkt alleen niet, want bij terugkomst zie ik dat je via mijn tentraam kunt zien dat ik er niet ben en dat mijn peperdure slaapzak al ingepakt voor een mogelijke dief klaarligt. Maar uiteraard is er alweer niets gestolen.
Mijn extra berg ligt verstopt achter een spoorweg en een brug, dus er is hier helemaal niemand. Het is pas 7:30 uur. Na een tijdje is er een helling omhoog, die gaat zo: \.
Ik rust er even uit, rust even mee.
Na het uitrusten (iets langer dan 23 sec) loop ik weer terug naar de tent, het werd me te steil. Tijd om mijn echte route weer te vervolgen.
Ik loop naar de benzinepomp in Tyndrum. Daar werkt Elaine, die heb ik gisteren ook al gesproken. Ze heeft paars haar en ik vond haar dus meteen leuk.
“Ben je er nou alweer?” zeg ik.
“Ja,” zegt ze. “Ik slaap hier onder de toonbank.”
“Dat kan helemaal niet,” zeg ik, “want je haar zit amazinggggg.”
“Zo word ik wakker,” zegt ze.
Dan pauzeert ons gesprekje even, zodat ze naar een tank-klant kan schreeuwen wat die verkeerd doet via de aandoenlijk krakende intercom.
“MAN DIE AAN DE VERKEERDE KANT VAN ZIJN POMPKLEPJE HEEFT GEPARKEERD,
JE MAG NIET AAN DE SLANG TREKKEN, WANT DAAR ZIT GEEN SPELING IN.”
Dat is bij grote tankstations wel zo. Mensen trekken de boel daarom hier bijna stuk. Bijna, want Elaine heeft alles in de gaten, en ze heeft paars haar. Vrouw naar mijn hart.

Ik koop bij haar een naaisetje want mijn tweedehands backpack is verder gaan scheuren. Om erger te voorkomen naai ik. Het is tijd voor een nieuwe backpack, maar ik raak gehecht aan hoe fijn fijne gebruiksvoorwerpen zijn. Zo stom als je dan weer iets nieuws moet kopen, dat waarschijnlijk minder fijn is.
Het setje bevat veel meer dan alleen een naald en wat draad. Ik vind het dus vreselijk dat ik dan..
– nog 70 km een piepklein schaartje en een speldenkussentje moet lopen,
– of dat ik dat weg moet gooien.
Maar Elaine redt me. Ze vindt het piepkleine schaartje heel leuk, neemt de rest van het setje aan, zodat ik niks weggooi/meesleep. Zie je, topvrouw.
In het aanpalende café koop ik koffie. Eli, die Italiaans is en er dus meer verstand van heeft dan wij, heeft me uitgelegd dat je in Schotland niet moet verwachten dat het koffie is. Je moet het zien als een heel ander drankje, dat toevallig ook koffie heet. Als je niet rekent op goeie koffie, word je hier ook niet teleurgesteld. Dat is vandaag een handig uitgangspunt.
Terwijl ik die zwarte troep aan het drinken ben, komt Eli aanlopen. We lopen een eindje samen.
Ik blijk mijn wandelstok te zijn vergeten. Eli wil wel wachten bij mijn tas, terwijl ik mijn stok ophaal.
Hen gaat vandaag een Grote Berg oplopen, door hen was ik vanmorgen op dat idee gekomen. Die heeft ook de spullen achtergelaten, om even verlost te zijn van die zwaarte. En als een veertje te lopen.

Niet Eli’s berg maar een andere eroplijkende berg.
Aan de voet van hun berg nemen we afscheid, want door hun extra berg gaan we elkaar waarschijnlijk niet meer zien. En dat is ook zo.

Evendutjedoenikwaszomoe. Dit was de heetste dag.

Uren over zo’n weg. Zonder schaduw.
Ook al had ik nét pauze genomen, bij de brug over deze rivier de Orgie (Orchy) moést ik weer stoppen en een uurtje poedelen, zwemmen, boekje lezen.
Wat ik schrijf gaat vooral over de mensen, de voorvalletjes etc.
Maar het echte hoogtepunt van mijn reis is al dat doorlopende, prachtige, stille groen.
De bomen, de beekjes, stroompjes, meren, gras, Schotse Hooglanders, geiten, vogels, dat je bijna overal geen auto’s of andere mensengeluiden hoort. Maar dat blijven beschrijven is geen doen.



Je boi loopt nog een heuvel over. En plant haar tent op de top.

Doet een fotoshoot, wat een travelblogger.


Dag 9

Op die berg sliep ik net, maar nu wandel ik al hier.
Dat je eigen lijf dat kan doen. Langzaam maar zeker bergen op en af. En blijf je lopen, dan heb je aan het einde 154 kilometer kunnen lopen. In kleine etappes is dat te doen.
Al een paar mensen hebben me onderweg toevertrouwd dat zij dat nooit zouden kunnen, zo lang alleen lopen. Daar snap ik helemaal niks van. Onderweg bedenk ik altijd nieuwe plannen. Er komen dingen op die ik nog van verschillende kanten wilde bekijken. Er komen nog wat situaties op die ik nu met afstand kan bezien. Daarnaast voel ik altijd een klein beetje stress in mijn lichaam als ik bij mensen ben. Alleen zijn laadt me op.
Terwijl ik loop heb ik ook gewerkt, want ik werk eigenlijk altijd. Mijn werk is ook m’n hobby.
Ik heb nagedacht over het tijdschrift (HET MAG) dat we met Blijven Wrijven op gaan richten. Hoe we dat precies doen, hoe vaak, wie doet wat? Ik verken in mijn hoofd de opties. Ik neem een deel van het project en denk dat helemaal uit. Hoe gaan we dat doen met verzenden? Verzenden van Nederland naar België is duur, dus we kunnen beter óók een Belgisch verzendpersoon vragen. Verzend je in een keer? Wie gaat de verzendingen doen als er ná het verschijningsmoment wordt besteld? HEERLIJK. En extra heerlijk is dat ik niet kan gaan opzoeken vanaf hoeveel exemplaren de Fietskoerier het kan komen ophalen op een adres. Dat soort praktische dingen mag ik weer doen als ik weer achter m’n laptop zit.
Ik bedenk zinnetjes voor op de flapjes die ik ga maken op een festival (“doe de melk weg, wordt vegan” “wil je mn ruimteschip zien?”). Dan nog even nadenken over iets anders. En daartussen wordt het af en toe stil in mijn hoofd.
Op enig moment zijn de meeste dingen wel gedacht.
Ben ik er minder mee bezig.
Stilte.
Komen er weer nieuwe ideeën en gedachten.
Ga ik daar over nadenken … etc.
Terwijl ik loop maak ik notitietjes van wat ik meemaak. Dat doe ik altijd. Omdat het fijn is om kleine avonturen vast te houden. Het helpt mijn geheugen. Verankert de fijnheid door er nog eens bij stil te staan. En daardoor had ik nu dus ook ineens een voorraad aan flarden, zo waarvan ik dit uitdijende epos kon gaan schrijven.
Ik loop een tijdje met een Australische vrouw. Ze lijkt me heel leuk. Maar ze is tégen vaccins en daardoor blokkeer ik in ons contact. Ze zegt dingen die zo vreemd zijn. Ik weet dat vaccins wél werken. Maar ik ga het gesprek niet aan want ik kan mijn weten helemaal niet onderbouwen. Ik leer hoe het werkt, sla dan op: het klopt. En meer blijft er niet hangen. Hetzelfde met boeken. Ik onthoud niet veel van wat er in staat. Ik sla op: was mooi boek. Onze wegen scheiden zich ook weer, iedereen begint er aan te wennen, dat elkaar zien en dan ieder ons weegs gaan.
Het is warm.
Even denk ik dat ik mijn spork (zo een) op een bergtop heb laten liggen en ik ben al bereid om terug te lopen. Maar ik vind de spork weer. Niet op de goede plek teruggestoken.
Alles in mijn tas heeft nu een eigen plek gekregen. Dat is voor mij genieten tot de max.
Ik laat nu de camping die ik passeer wél rechts liggen en loop The Devils Staircase op. Die enger klinkt dan die is.
Halverwege vind ik een plek die al vaak bekampeerd is. Dat is vanavond mijn plek.


Dag 10

Als ik wakker word op “the Devil’s Staircase” krioelt het aan de buitenkant van mijn binnentent van de knutjes.
Ik exit mijn tent met mijn knutjes-net om mijn hoofd geknoopt. Toch zitten die etters IN MIJN NETJE.
Hoeveel knutjes zaten er dan?
[mogelijk niet geschikt voor jeugdige kijkers]
Ik wil meer vaker altijd wandelen en wildkamperen.


Gisteravond heb ik bedacht wat ik ga doen als ik de WHW heb voltooid.
Ik heb dan nog twee volle dagen en kan alles doen wat ik wil. En ik wil nog veel meer wandelen. Uren zitten zoeken naar goede opties. Maar vandaag zie ik dat ik een extra lus kan doen, via een dam en watervallen, en zo óók 2 dagen aan mijn WHW kan toevoegen. Dus dat ga ik doen.
Achter een waterpompgebouw vind ik een onwaarschijnlijk pad, dat leidt naar een heel lange weg die ooit moet zijn aangelegd om de dam en bijbehorende gebouwen te bouwen. Het loopt mooi. En toch …

Ik heb geen zin meer om extra te wandelen. Ineens.
Het loopt heerlijk zo recht, ik kan bijna in galop hier, maar het idee van die extra lus staat me ineens enorm tegen.
En dan valt een horzel me aan. En ze blijven komen. Horzels. In vlagen. Die spray van de apotheek die ik heb gekocht, die mag dan lekker ruiken, verder doet die NIETS tegen welk vliegend steekbeest dan ook. Mijn armen en benen zijn bloot. Ik ga niet mijn tas afdoen en helemaal openmaken om mijn lange broek en regenjas te pakken om me tegen ze te beschermen.
De watervallen blijken allemaal opgedroogd (hittegolf) en bij die die er nog zijn, heb je geen kans om te genieten want dan komen die kolere horzels weer.
Ik zie m’n navigatie-app (Maps.me) dat ik via een andere weg terug kan lopen naar de West Highland Way en die neem ik. Ik ga toch niét die extra lus lopen. Ik neem een andere route terug in de hoop dat op die weg géén horzels zijn.
Denk jij dat die hoop werkelijkheid wordt?
Ik ben vreselijk moe. En mijn water is op. Ik zou kunnen drinken uit een beekje (ik heb zelfs van die chloorpillen om zelfs slootwater te kunnen drinken, remember). Mijn voeten doen zeer. En ze zijn warm. Boehoe.
Na heel lang, traag moe lopen, kom ik bij een bankje waar ik word weggestuurd. Ik moet bijna huilen en alles in mijn HAAT de vrouw die zegt dat het bankje geen openbaar bankje is maar een bankje van de camping waar ik geen gast ben. Maar dat zakt gelukkig meteen weer. Ik ben gewoon moe. En er is verderop een openbaar park, en zeer waarschijnlijk vind ik daar dichtbij ook slootwaterkoffie.
Ik bestel in een pub koffie (verwachtingen komen uit) en een dagsoep. Broccolisoep.
En die is echt amazing. Het eerste lekkere dat ik in Schotland heb gegeten, dat geen scone is.
Wandelen. Mooi. Lekker lopen. Wel pijn aan mijn tenen. En het gevoel dat op mijn hak een blaar aan het ontstaan is. (Is niet zo.)
Mooi mooi mooi. Waterval.
Dag 11
Gisteren ontdekte ik bij het uittrekken der sokken, waarom mijn teentje links zo’n zeer deed. Onder de nagel van de wijsteen had zich een halvemaanvormige blaar ontwikkeld. Er zijn foto’s van, maar die stuur ik alleen naar voetenliefhebbers als ze me ervoor betalen. Uit een kant-en-klare-maaltijdzak knipte ik een hard stuk plastic waarmee ik een spalkje maakte zodat mijn nagel niet steeds opnieuw tegen de blaar drukt. E.e.a. tapete ik vast met duct tape, die ik natuurlijk altijd bij me heb, wie denk je wel niet dat ik ben.
Vandaag loopt lekker. Ik weet niet hoe laat ik wakker ben.
Mijn telefoon is uitgeschakeld omdat ik nog maar 25% heb en die liever bewaar voor noodgevallen dan foto’s. Maar nu wordt dus ook niet bijgehouden hoeveel kilometer ik loop. Oeioei.
dag 1 9,6
dag 2 13,5
dag 3 19,9
dag 4 15,9
dag 5 6,4
dag 6 11,9
dag 7 19,7
dag 8 13,5
dag 9 19,4
dag 10 21,1
dag 11 ?????
Dat zijn 150,9 kilometers WHW waar ik digitaal bewijs van heb.
Dus als ik wakker ben, duw ik mijn lenzen weer in mijn ogen, vouw de tent weer in het zakje en ik loop.
Er zijn geen foto’s gemaakt. Maar stel je voor dat het vroeg voelt. Het is nog koud, het is zelfs zo koud nog dat je voor het eerst je kleinopvouwbare jackje aan kunt trekken. Er vliegt af en toe een eenzame vogel door een verder lege lucht. Wat wolken aan de hemel. Je loopt nog niet in de zon. Om je heen: overal glooiende bergen, achter de glooiingen liggen hogere bergen. Het is natuurlijk stil. Er zijn geen bomen. Als je de elektriciteitsmasten (en het pad waarop je loopt) negeert, doet weinig hier je aan mensenwerk denken.
Een plekje met dennenbomen.
Een steen om op te rusten om je ontbijtprakje te eten.
Glooiend omhoog en naar beneden. Geen geklim meer. Het is fantastisch.
Maar steeds als ik denk: en dan als ik straks bij het eindpunt ben, dan ga ik naar die mooie watervallen daar en daar en naar die Harry Potterbrug (Instagram vriend Louise was er wel, zag ik net). Dan hoor ik iets binnen in mij brullen.
NEE DAAR HEB IK GEEN ZIN IN.
Dus ik zeg: “goed als jij straks niet méér wil lopen, dan hoeft dat ook niet.”
Die stem wordt graag gehoord.
Deze stemming ken ik, die hoort bij wat mij inmiddels bekend is als “de terrorweek“. Dat is de week voor ik ga bloeden. Dan zijn er een of twee dagen waarop ik leuke dingen (mensen) vreselijk ga vinden. En hoor ik soms die stem die schreeuwt dat ze iets niet wil. Ik wist dat het kwam, want de terrorweek staat in mijn agenda en bij het plannen van deze vakantie had ik zelfs rekening gehouden met op het einde minder energie hebben.
Ik heb geleerd dan wat rustiger aan te doen. Niet te veel van te schrikken.
Nog een paar heuveltjes. Een paar kuddes schapen. De wetenschap dat dit is wat mensen die de route andersom (van noord naar zuid) lopen, als eerste zien nadat ze de drukte van Fort William (mijn eindpunt) hebben verlaten.
Ineens is er een keuzepunt: wil ik de originele route vervolgen of de nieuwe route?
Ik weet dat niet.
Ik heb gezien dat er daar iets over stond in mijn boekje. Maar ik kijk niet en gok op de originele route.
Ik had beter de andere route kunnen nemen. Ik heb het net in het boekje opgezocht, die route is stiller.
De route die ik neem loopt een heel stuk langs een drukke autoweg. Het contrast is groot met de eenzame vogelstilte van vanmorgen.
Het einde is een anticlimax. Prima.
Ik vind het einde van de route en dan nog het officiële einde (mensen, hou op met ruziemaken!).
Er staat niemand met medaille, geen fanfare. Allemaal toeristen, ze lopen met koffie in kartonnen bekers.
Ik ben moe van het wandelen en blij dat ik klaar ben. Ik hoef ook geen applaus.
Fort William ziet er niet uit als een plek waar ik wil blijven.
Snel boek ik een hotel in Glasgow en koop een ticket voor de bus (deze).
Nog geen uur na de finish brengt de bus met airco en oplaadpunten voor je telefoon me voor £15,55, in bijna drie uur, via de Devil’s Staircase (dag 9 en dag 10), de orgie brug (dag 8), Loch Lomond (dag 3, dag 4, dag 5 en dag 6) en het hotel in Tarbet (dag 5) weer terug naar Glasgow. Ik heb nog twee hele dagen vakantie. En ik ga niet meer wandelen.
(wel naar de bieb)
Heb je vragen? Stel ze in de comments.
Ik schrijf maar zo nu en dan,
wil je nooit meer iets missen?
klik hier



Ellen
Ik lees dit! Geniet nog altijd van hoe leuk je schrijft ❤️.
Miriam Brummelkamp
Heerlijk en ik zo fijn je tips en te lezen hoe je het doet met eten en koken.
Doortje Langenhuijsen
Jááááá, ik lees ook!!!
Schrijf schrijf schrijf!!!!
Maak er weer een boekje van
Jeroen
Ik ben hier en benieuwd naar dag 7 en verder!
Marielle van Zwolle
Lekker even warm eten ja!
Mieke Olsman
Schotland vind ik het fijnste en mooiste en liefste vakantieland . Al maken wij niet meerdaagse wandeltochten . De Hebriden is ook zeer aan te raden . Zo rustig .
Ik geniet van je wandeltocht , heel veel plezier
Willeke
Gevriesdroogd fruit in plaats van gedroogd fruit.. geweekt lijkt het net op normaal fruit.
Sanne Bloem
wat een goeie tip!!!
Pien
Leuk om te lezen Sanne, dankjewel!
Lizanne
Allemaal in één ruk nagelezen en ontzettend meegenoten! Wat je zegt over samenwandelen, minder voelen, compromissen sluiten, willen luisteren naar wat jijzelf verlangt … ja dat is allemaal zo herkenbaar! Dank je wel voor het schrijven.