Ik hoor heel veel vogels fluiten. De laatst gingen de buurmannen van twee deuren verder hun hele huis schuren. Het geluid hield maar niet op, toen heb ik even gehyperventileerd. Het is zo stil. Op straat, in de winkels, waar ik woon. Toen ik de schuur aan het opruimen was, zag ik een stapel bladeren. “Lijkt wel een vogelnest” dacht ik, en een roodborstje stak haar kopje uit de bruine hoop. Er zit een kikker in mijn vijver. Geen kleine, echt een grote groene dikke kikker.

“Ik hoor veel vogels daar, of niet” zei M, ik doorzag haar meteen, ze zei dat gewoon om me uit het gedonder in mijn hoofd te lokken.

De pindakaas was op dus ik plotte een fietsroute en reed veertig minuten door het bos naar de dichtstbijzijnde biologische winkel. Ik kwam aan en voelde me een zombie. Ik was moe en ik keek een beetje vreemd.

Mijn dag was geen simpele geweest, daarom was ik de pindakaas ver gaan zoeken. Dwars door de bossen.

In de winkel stond ik te wachten en te wachten tot die vrouw met het blonde haar aan de kant ging, want zonder haar beweging kon ik er niet anderhalve-meter-langs. Ze stond naar de broccoli te kijken. Ik was een zombie bus ik bleef maar staan. Tot ze vroeg of zij erbij mocht, ze wilde een appel en stond te wachten tot ik me verplaatste. “Ik kan niet langs je” zei ik en ze lachte breed en ging aan de kant. Toen herinnerde ik me weer even dat ik geen zombie was.

Het was geen makkelijke dag omdat ik een dik verslag had gelezen dat uit de doeken deed wat de schrijver (M.) dacht dat er met me loos was, en dat was nogal wat, denk ik. Het was zo veel en het was zo dicht op mijn huid dat niet helemaal tot me doordrong wat er allemaal stond. Alle woorden bleven door mijn hoofd galmen.

Ik was er wat wattig van geworden in mijn hoofd, maar dat besefte ik pas toen ik weer buiten de supermarkt was. Ik was niet helemaal in goede doen. Maar ik had nu wel biologische pindakaas, dat dan weer wel.

Daarna fietste ik weer veertig minuten door het prachtige, groene bos. Halverwege stopte ik met trappen en daar hoorde ik alleen wat ruisen, en heel veel vogels, en alles was groen.

Het is makkelijk om te vergeten je te concentreren op wat wél goed is of goed gaat.

“Het is bewezen”, zij Jip eind vorig jaar tegen me, “dat als je je aandacht richt op waar je dankbaar voor bent, je gelukkiger wordt”. Dus schreef ik de eerste maanden van dit jaar op wat fijn en goed en bijzonder was. En vergat het daarna prompt weer.

Gelukkig word ik er na een tijdje als vanzelf weer aan herinnerd.

* in Putten - hierom