ik hóefde niets te doen

“Een kwartier voor mijn optreden drink ik graag koffie”, had Luc gezegd.

Ik rende de gang in, op weg naar de koffiebar aan de andere kant van het gebouw. Ik was als zijn roady/runner/manager o.a. verantwoordelijk voor zijn koffie-inname, althans dat had ik ervan gemaakt.

Luc, de dag ervoor, om 23:07:

Haa wil je morgen mijn roadie zijn? Je hoeft niets te doen

Ik wilde alleen mee als ik wél wat mocht doen, appte ik terug.

De man van het podium waar Luc optrad had geen duidelijkheid gegeven over zaken als reiskostenvergoeding, de exacte locatie en andere zaken waar ik bij productieklussen altijd zwetend door wakker word: “aah, Heb ik wel een link gezet in de mail met de dichtsbijzijnde parkeergarages?”. Ik zou het heel anders doen, maar de hemel zij geprezen dat ik even niet van dat soort projecten doe want ik word knetterbek van het “aan alles denken”.

Ik ben een goede en erg dienstbare runner. Ik had gezorgd voor een boodschappenkarretje gevuld met decoratieve kleden, een lichtconstructie gemaakt van een oude flaptent, een tas met productie-spullen die je altijd nodig hebt zoals duct tape, een afbreekmes, touw, batterijen, paracetamols, pennen, stiften etc en een warme maaltijd om in de trein naar Arnhem op te eten. Ik wilde wel wat doen.

Luc maakt muziek [luister] als ‘synther-songwriter’ BoterBoter en ik ben een fan. Toen ik Luc voor het eerst zag op een festival op een eiland, dacht ik: dat is een leuk en bijzonder mens en dat dat waar was bleek al snel. Het is niet makkelijk hem niet te mogen.

We liepen het grote gebouw [de Rozet] in, door de grote hal, een lange trap af, een schuifdeurensluis door, een trap op, een gang door, een gewelfde kelder door, een trap op, naar rechts, langs een andere gewelfde kelder naar achteren. Als je echt niet verder kon, dan was je er. Een mooie donkere kelder, met stoffige muren en goeie verlichting. Ik dacht “hier komt nooit iemand”.

Hij checkte de sound. Ik maakte een winkeltje voor de merchandise.

Voor het optreden hadden we fladdertijd. We doolden rond, beklommen een stenen beeld, vonden een kerk, zagen Herman Finkers, Luc schreef zijn set list op een velletje. Terwijl Luc een kop koffie gingen halen, mocht ik knutselen in een bouwkeet. Je kon daar een body object (?) maken. Er was veel mooi materiaal, geflankeerd door een berg vreselijk we-zijn-naar-de-Action-geweest knutselmateriaal. En er waren grote lijmpistolen.

Bij een van zijn liedjes zorgt Luc ervoor dat het publiek een spatiebalk gaat aanbidden, dus toen ik een spatiebalk vond tussen het mooie materiaal, was ik dolblij. Daarvan kon ik een prachtig body object maken. Luc was wat minder onder de indruk van dit prachtige toeval, maar ik genoot ervan. Love mn spatiebalk.

Terug in de zaal begonnen we dorst te krijgen. We hadden van die man-van-het-podium nog altijd geen consumptiemunten of andere gastvrijheid ontvangen.

Ik vind het onbeleefd om erom te vragen, maar we zijn helemaal met de trein gekomen om hier gratis op te treden, dus eigenlijk vind ik het ook weer niet zó onbeleefd. Voor mezelf zou ik het niet vragen, wel als ik het zie als mijn taak.

Zo kregen we onze consumptiemunten.

Het stroomde in de m.i. onvindbare uithoek van het gebouw vol. Het was nog 18 minuten tot het optreden en Luc liet nog eens vallen dat hij best graag koffie wilde. Hij wilde surfen op de golf van caffeïne tijdens het optreden. Ik had aangenomen dat het koffie’tje in de buurt van Herman Finkers hem genoeg was geweest, maar dat was onjuist.

Ik snelstapte dus richting de koffiebar bij de ingang van het gebouw. Maar werd al snel geblokkeerd door een abstracte dansvoorstelling. Die was drie minuten later klaar.

Ik snelstapte nog wat sneller. Gang door, rechts, museum door, sluisdeuren door, trap op, hal door, richting de koffiebar die een restaurant bleek. Een erg druk restaurant.

Alle tafels waren bezet, al het personeel ook. Voor de kassa stond een rijtje. Ik had hier geen tijd voor, ik had haast en een missie. Was het voor mezelf dan zou ik het direct opgegeven hebben.

Ik spoedde me naar de bar, waar ik tegen al mijn beleefheidsnormen in voordrong. Ik zag ook wel dat dat meisje geen tijd voor me had, dat het systeem van de bar anders werkte (aan tafel zitten, wachten op bediening, daar opdrinken, niet to go, netjes pinbetalen na consumptie, niet aan de bar bestellen). Maar het ging niet zoals ik zou denken dat het ging: dat de wereld boos zou worden als ik het niet volgens de regels deed.

Ik zou het heel moeilijk vinden om af te wijken van ‘hoe wij het nu eenmaal doen’, dat projecteer ik ook op andere mensen. Dit meisje vond het ook lastig, maar ze knalde een beker onder de koffiemachine. Een ander meisje ging me laten afrekenen, maar zag ook datzelfde rijtje dat ik zag.

“Ik heb echt haast”, zei ik haar, nu niet alleen met lichaamstaal maar ook met woorden. Ik drukte haar wat centen in haar handen, als het rustiger was, kon ze het zelf afrekenen. Ik kreeg mijn koffie. Jogde terug naar de zaal, elleboogde wat mensen, verloor geen koffie. Nog altijd drie minuten voor het optreden was ik terug, met koffie. Het optreden kon beginnen.

Het was leuk. Luc maakte nieuwe fans. Ik kreeg weer kippenvel bij dat gedicht dat ik al zo vaak heb gehoord. De mensen aanbaden z’n spatiebalk, terecht.

We haalden later wondelijkerwijs de laatste trein. Wat was het leuk om weer eens energie te hebben voor een klein avontuur.

← Vorig bericht

Volgend bericht →

1 Reactie

  1. Avatar

    Kirsten

    Wat n leuke energieke blog. Ik zie het voor me. Een schouderklop voor jou!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *