deel 1/3 |   Caccamo – Palermo  | fiets 51,4 km | wandelen 3,8  km  | maandag 6 februari 2017

Alle voorgaande dagen was ik aan het fietsen naar Palermo maar vandaag is dat nóg echter, en vandaag is het voor het laatst. Het was steeds iets voor straks maar vandaag kom ik aan in Palermo. Het is zo onwerkelijk. Na vandaag ben ik niet meer op fietsvakantie, ik heb nog geen idee wat ik ga doen als ik niet meer fiets. Ik hoef ook geen idee te hebben want voordat ik erover na kan denken, tuimel ik in een avontuur.

‘s Ochtends laat ik een regenachtig Caccomo achter me, heb nog gewacht tot de druppels verminderden, maar gaf de hoop op.

Mijn eigen hardleersheid verbaast me. Vandaag kan ik kiezen tussen de autoweg naar beneden of de weg langs het meer. Die laatste slingert naar beneden en gaat dan weer een stuk omhoog en tegen omhoog zie ik op, maar het meer moet heel mooi zijn. Dus ik kies voor de mooiste weg, al regent het, al stijgt de weg.

Een berg afslingeren, met een piepje, warm aangekleed, het regent zachtjes, het waait hard.

Het is een mooi meer. Het water is groenblauw. Ik had er zelf nog wat bomen omheen gezet, maar ik ging er niet over. De zon brak door de wolken en even was het droog.

Ik fiets over een enorme dam. Een kleine fietser die worstelt met de wind, door een korte tunnel. Aan het einde ervan regent het veel harder. De verharde weg verloor het hier van het verval. Diepe kuilen vullen zich met water, maar je kunt er gewoon fietsen, als je maar langzaam fietst en blijft trappen. Met een bocht verlaat ik de weg langs het meer en buig naar de berg waarvan ik wist dat ze kwam.

We begroeten elkaar. Ze is vriendelijk, glad en volhardend. Ik zal toch nog even mijn best moeten doen vandaag.

Eerst gaan we zachtjes omhoog, slingerend om grote gaten. Dan zijn er geen gaten meer maar is er weer asfalt, maar het is oud en afgesleten en de regen maakt het glad. Zo glad dat ik soms moet afstappen omdat mijn fiets wegglijdt. In de regen. Het waait.

Het begint nu hard te regenen. Ik snelfiets naar een boom om te schuilen. Het is geen grote boom maar eronder is het droger. Het is niet gemakkelijk maar het is de laatste dag, het maakt niet uit.

Blaffende honden die van het muurtje afspringen en me blaffend achtervolgen. Ik fiets gewoon verder, ze bijten niet. Ze vinden herders honden achter hekwerk en beginnen een blafwedstrijd. Ik fiets verder.

Het is heel pittig, maar dit is een van de laatste bergen. Ik plas achter een boom, bereik het einde van de berg en daal dan lang. Soms gillende mijn remmen nu, het is alsof ze uitgeput zijn. Ik durf niet alle stukken fietsend te dalen.

In een gelateria hebben ze ook cannelloni op het menu. Nog een Italiaanse specialiteit die ik af kan strepen van mijn lijstje.

Rechts zie je het boek liggen dat ik aan het lezen ben: The taming of the Queen. Een interessante roman over overleven aan het hof terwijl je man een psychopaat is*.

Ik trap verder, fiets de stedelijkheid van Palermo in. Ik ben er nu echt bijna. De laatste kilometers verdwijnen van de borden. Al die kilometers liggen achter me. Dan staat er ineens een bord met “Palermo”, zonder kilometers erachter want ik ben er. Ik ben van Napels naar Palermo gefietst. Molto bene.

Pas over 7 dagen vlieg ik van Palermo Airport via Rome naar Nederland. Ik twijfel er geen seconde aan dat ik me goed ga vermaken komende week maar heb nog geen idee hoe. Ik denk er niet over na. Ik wil vooral eerst naar het hostel dat me getipt werd in Palermo.

 

* ik heb het inmiddels uit, wie het wil hebben mag het komen ophalen (Utrecht centrum, mail me)