Als het jaar bijna op is, ga ik sinds een paar jaar met wat vrienden naar een huisje ergens ver van de stad. Dit jaar zaten we weer op een kluitje in een bosje in zuidelijk België.

Het huis heeft geen stromend water en geen elektriciteit in winter. Het is geweldig. Tegenover het huis staat een twee meter hoog, groen konijn. Er is een beekje om water uit te halen. Je hoort geen weg ruisen, ‘s avonds zijn er meer sterren dan thuis.

De eerste ochtend rende ik rillend de deur uit in hardloopkleren. Ik rende over de natte paden. Ik volgde een slingerend pad dat eindigde in het niets, vond me een weg door de struiken terug naar het pad. 

Het is geen groot bos, voor je het weet sta je alweer bij een zendmast of bij een kudde boomzagers met gillende kettingzagen. Ik had mijn telefoon gewoontegetrouw meegenomen maar ondanks de enorme zendmast, had ik nergens bereik. Ik ging wat links en rechts en rende lang naar beneden en dat zijpad terug naar boven, dat kwam maar niet. Ik draaide me dus maar om. Ik vond een klein paadje en begon in mijn hoofd al voorzichtig te zoeken naar m’n middelbareschool-Frans. 

Je cerche nee cherche je cherche une grande konijn vert. Een konijn een konijn, geen canin want dat is hond (nu vráág ik je). Je habite en le grande Merde.

Ik rende verder, kleine paden, dennenbomen. Door die de zendmast kon ik me redelijk oriënteren, maar waar ik precies was, wist ik niet. Ik was helemaal niet verdwaald en ook niet in paniek, maar ik was wel aan het bedenken hoe ik kon vragen waar mijn vakantiehuis was.

Tot ik me herinnerde dat ik wel de straatnaam en het nummer van het huisje wist. Die waren ook in het Frans trouwens.

Ik rende nog wat verder en daar was die weg al, vanwaar ik het huisje wist te vinden. Door al dat gedwaal had ik mooi veel langer gelopen dan normaal.

Pauline zonder nadenken: lapin.

Zonder stromend water is het lastig douchen, dus ik waste me met een washandje. 

Het was fijn in zo’n bos, zonder telefoon. We hingen, relaxten, begonnen aan een 2000-stukjes-tellende puzzel. Ik had een spel bedacht en iedereen vond het heel leuk om te spelen, dat vond ik geweldig. Ik wil het spel nu vaker spelen dus ik ben al een scheurdag [link] aan het plannen waarop we het als nevenactiviteit kunnen doen. Omdat het een verrassing moet blijven wat we dan gaan doen, kan ik het hier nog niet zeggen. 

Ik had verwacht een paar keer te moeten hyperventileren en te moeten oefenen met aanvoelen en -geven waar ik behoefte aan had. We hadden zelfs een in-geval-van-paniek plan. Maar het was niet nodig. We waren er uit, het was fijn.

foto: Pauline