ze bijten waarschijnlijk niet want ze blaffen (dag 5)

deel 1/1  | Salerno – Felitto | fiets 72,5 km | auto 1 km | woensdag 18 januari 2017

(Ik ging “Fietsend van Napels naar Palermo”. Lees alle verhalen vanaf hier, of koop mijn eBook en lees alles op je eReader)

Vandaag regent het niet! Ik fiets eerst lang langs arme wijken. Aan weerszijden van de weg staan vrouwen te wachten tot mannen in auto’s hen meenemen naar plekken waar ze niet gezien worden. Rechts naast me is een bos waarachter de zee ligt.

Als ik honger krijg, wil ik rechts een straat inrijden richting de zee. Er staat een auto geparkeerd met een vrouw erin. Ik hoef haar taal niet te spreken om te verstaan wat ze zegt: “dat zou ik niet doen”. Ik eet dus maar voor de deur van een supermarktje een vers broodje met pindakaas en geniet. De zon schijnt! Alles is zo veel mooier en fijner en makkelijker als de zon schijnt!

Vijfendertig kilometers fiets ik rechtdoor en dan mag ik eindelijk naar links. Richting de bergen. Ik heb besloten richting het gehucht Felitto te rijden, morgen ga ik dan verder diagonaal Italië door. Ik snijd zo een flink stuk kust af.

Ik zie een wagen met groenten en fruit en vraag of ik een banaan mag kopen en de man zegt: “neem maar mee, het is een cadeau”. Ik bedank hem en fiets verder. Het duurt een minuut voordat ik met een grijns besef dat ik zonet een banaan cadeau heb gekregen. Een banaan!

Vorig jaar reisde ik met mijn vriendin Corien door Zuid-Afrika. Onderweg kochten we grote trossen bananen van mensen aan de straatkant die we met iedereen die we maar tegenkwamen deelden. Nu was ik in een ander land en werd mij een banaan gegeven. Het was alsof er zoiets was als bananenkarma.

Het stoppen voor een banaan gaat zo: ik zie een auto met bananen, ik merk dat ik zin heb in een banaan en ik maan mezelf meteen te stoppen. Mijn eerste ingeving is namelijk altijd: daar heb ik zin in, de volgende keer als ik een bananenwagen zie, ga ik stoppen en er een kopen. Dat werkt niet, want meestal zijn de volgende honderd kilometer banaanwagenloos.

Zo stop ik dus ook vijf kilometer verderop bij een terras in de zon als ik het zie en denk: ik zou wel koffie lusten.Ik eet er een tramezzino, een witte boterham zonder korsten, met tonijn. En drink een heerlijke caffè, met een plastic bekertje water.

Aangesterkt fiets ik mezelf een berg op. Één waarvan ik nu denk: hemeltjelief m’n kind, wat ben je toch geweldig. Dit was echt een flinke berg en ik had al vijfendertig kilometer gefietst toen. Ik zal het maar alvast verklappen: ik ga geen enkele andere dag zo ver fietsen als deze dag.

De eerste dagen van het fietsen navigeer ik met een papieren kaart. Al snel laat ik dat los en navigeer ik alleen nog met mijn telefoon. Het is heerlijk om Anja in mijn telefoon “go left” en “go straight” te horen zeggen. Een nieuwe uitdaging wordt dan wel het vol houden van mijn batterij.

Ik slinger door de bergen en vind een pad waardoor ik een klein stuk af kan snijden. Dan hoor ik een hond blaffen.

Ik was nooit bang voor honden totdat ik tien jaar geleden in mijn been werd gebeten. Ik opende een deur, er was een hondenbek, een beetje pijn en mijn scheenbeen bloedde een heel klein beetje. Ik schrok me een hoedje en besefte pas bij een volgende blafhond dat ik bang was geworden.

Nu spurt ik de berg op voorbij het geblaf en daar is nog meer geblaf. De helling is heel steil. Ik stap af. Voor me blaffen honden. Ze zijn nog niet zichtbaar maar ze klinken niet vriendelijk. Ik wil teruggaan, maar achter me verschijnen de honden die net ook blaften. Ze hebben me klemgeblaft. Ik pak het zakmes uit mijn stuurtas. Geen idee wat ik daarmee van plan ben, ik ga geen hond neersteken. Toch? Misschien kan ik hem van mijn sappige benen afsnijden straks? Ik voel paniek.

Ciao”, roep ik luid, want ik spreek dus nauwelijks Italiaans. Ik bedoel er nu mee: “haal die honden weg, gek, ze vallen me aan”. “Ciao! Per favore!” Er komt iemand naar buiten hoor ik. Ze pakt de hardste blaffer bij zijn halsband en loopt naar de achtertuin. Het geblaf wordt zachter. Ik loop met trillende benen, fiets aan de hand, de berg op. Het is een fikse stijging. Man-o-man denk ik, dit zou wel eens een fietsvakantie-bottleneck kunnen worden. Ik hou echt niet van honden.

Ik fiets verder en zie sneeuw langs de weg liggen. Herinner je je nog dat ik net in de zon langs de zee fietste? Nu fiets ik langs stukken sneeuw, dat betekent dat ik inmiddels hoog op een berg ben. In het dorpje Roccadaspide dat heel esthetische boven op de berg is gedrapeerd, koop ik een courgette in een supermarktje. Ze hebben er ook eieren maar verkopen die alleen per zes en dat is veel te veel. Ik neem zo min mogelijk mee op de fiets, helemaal als het breekbaar is.

Het laatste stuk, Anja zegt dat het nog een kilometer is, gaat de weg naar beneden naar een prachtig dal.

Er is geen levende ziel te bekennen in de wijde omtrek. Het geluid van het stromende water is het enige dat je hoort. Het is later op de middag, de lucht is grijsblauw met strepen roze. De rivier is niet vol, het is maar een stroompje in de tien keer bredere, bekiezelde rivierbedding. Aan de waterkant staan wat kale bomen, in de verte een nog hogere bergketen met witte toppen. Aan de stand van de zon kun je vast zien dat ik dit filmpje inderdaad de volgende dag maakte, maar ik wilde het nu al met je delen. Mooi toch. Stond ik daar, hard te genieten.

Dan zie ik dit bord, daar moet ik even bij stil staan. Ik was van plan om naar San Vito Lo Capo te gaan, maar toen bleek degene die ik zou bezoeken er niet te zijn, dus nu ga ik er niet aan, maar toch ben ik nu zomaar naar een andere San Vito gefietst. Leuk.

Na het bord gaat de weg zo steil omhoog dat ik afstap, vastbesloten om een kilometer omhoog te lopen. Dan haalt een auto me in, de man zegt: “het is heel steil” en ik zeg: “dan kende mij nog niet” en hij zegt: “echt heel steil” en biedt me een lift aan. Mijn tassen en fiets in de auto, het stuur hangt er een beetje uit.

Het is echt heel steil ja.

Hij brengt me naar de B&B met lokaal eten en drinken die ik al geboekt hebt. Het is mijn allereerste Airbnb-boeking ooit. Blaffende honden begroeten mijn liftauto. Ik open de deur met de wetenschap dat het heel oneconomisch is om gastenbijtende honden op je B&B-terrein te laten rondlopen.

De gastvrouw onthaalt me hartelijk maar zonder enig Engels. Ik krijg een prachtige, blauwe kamer, waar ik warm en lang douche. Wat is douchen nodig na een dag fietsen. Mijn spieren smeken om warmte, mijn hele lijf is bedekt met een laagje van mijn eigen zout. Ik rust even, lees hoe het gaat met de kunstenares en slaap kort. Om 19.00 uur, schandalig vroeg voor Italiaanse begrippen, krijgt ik zelfgemaakte pasta met zelfgemaakte saus. “Zelf maken” is de afgelopen 8 jaar als rode draad door mijn leven geweven, het is onlosmakelijk met me verbonden. Ik maak het liefst veel zelf en maak ik het niet zelf dan wil ik dat anderen het zelf hebben gemaakt. Ik ben er dol op en mag de eigenaresse dus meteen. Na de pasta krijg ik nog een gebakken ei, en een schaaltje zelfgekweekte, zelfgeroosterde, zelf ingemaakte aubergines. Ik moet wel goed eten, zegt ze, met al dat gefiets. Ik mag haar nog meer.

← Previous post

Next post →

2 Comments

  1. Yeah, de blogs! Eindelijk kunnen we lezen hoe het was. Bananenkarma, wie had dat gedacht :p En heb je dat apparaatje ook gebruikt bij de honden?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *