Ik probeer niet meer te denken ik termen van ‘mogen’, ‘zondigen’ en ‘verbieden’. Ik wilde op een zondagavond, knorrend van de honger, naar de moestuin, haalde een kant-en-klare geitenkaassalade en voelde me schuldig.

Ik ben streng als het gaat om met mezelf gemaakte afspraken en kan mezelf er op aankijken dat ik mijn eigen regels met voeten heb getreden. Ik omhels nu het schuldgevoel. Een jaar zonder supermarkt en heel soms ga ik toch: onder protest en alles wat er mis is aan de supermarkt opmerkend.