deel 2/2 |  Cosenza – Fiumefreddo Bruzio | wandelen 7,8 km | hardlopen 9 km | auto 80,4 km | dinsdag 24 januari 2017

(Ik ging “Fietsend van Napels naar Palermo”. Lees alle verhalen vanaf hier, of koop mijn eBook en lees alles op je eReader)

Hij rookt, hij praat, hij is slim, hij belt, hij rijdt, hij grapt, hij denkt als een filosoof: Denis is een wervelwind met bergen energie. We rijden ruim een uur, kletsen zonder stoppen. Het klikt.

We zetten Carmine thuis af, Sergio en zijn moeder zijn er al. Ik word geïnstalleerd op de bovenste verdieping van Denis’ ouderlijk huis. Het is net zo’n constructie als bij Antonio: het hele gezin woont hier verdeeld over verschillende verdiepingen en ik mag bovenin logeren.

“We moeten nog eten hè,” zeg ik “ik heb nog noedels”.
“Hou je noedels maar” zegt hij terwijl hij zijn neus optrekt.
“Maar het zijn Nederlandse noedels” zeg ik.
“Hou ze dan al helemaal!”

Ik laat hem trots mijn kleine pakje wijn zien: “handig hè? Fietsreisverpakkingen wijn! Makkelijk mee te nemen!”.

“Sanne” roept hij “NO!”, die kleine pakjes wijn, “dat is kookwijn en die is niet om te drinken. Niet! Nooit!”. Ik pruttel wat na over dat het best smaakt en veel handiger is en neem mijn woorden terug als hij me zijn vaders zelfgekweekte, zelfgeplukte, handgestampte rode wijn uit een fles zonder etiket inschenkt. Tsja, dat smaakt echt ongelooflijk veel beter dan dat wat ik uit een pakje dronk.

We koken wat pasta, overgoten met olijfolie, pepers, een courgettetje voor het gezonde (moest van mij). Die smaakt niet al te best, maar niet al te best is hier nog altijd prima. Het is zo gezellig! Ik kende dit mens twee uur geleden nog niet en nu is het alsof ik er ineens een goede vriend bij heb.

Moet hij mijn was doen? vraagt hij. Ik vind het lastig om dan ja te zeggen! Ik doe ’t liefste alles zelf hè. Ik zeg dus: “nou ja nee hoeft niet echt, nee, zeg, laatst nog gewassen”. Ik moet zijn aanbod even laten rijpen en besef dan dat het heel stom is om zo’n aardig aanbod te laten schieten, dus kom ik erop terug. Ik noem het: vooruitgang.

Ik leen een badjas en een pyjama. En hij gooit al mijn kleren in de was. “Wel fijnwas hè” benadruk ik telkenmale, want een deel van mijn kleding is van merinowol en dat is ge-wel-dig want het gaat nooit stinken (zelfs sokken! nooit!) en het is lekker warm maar het houdt niet van hete machines.

Na het eten komen de broers bij ons langs. Zij maken muziek, Denis belt met de radio, hij wordt geïnterviewd over zijn optreden. Hij is namelijk erg belangrijk hè, met dat optreden van hem, waarvoor we die posters op gingen hangen. Dat optreden om zijn cd L’urlo di un uccello (De kreet van een vogel) te presenteren. Het is zo fijn knus en gezellig.

Terwijl de broers om en om gitaarspelen, krul ik me op in een stoel met m’n slaapzak en ik doe een heerlijk dutje dat ik na een korte groet aan de heren verleng tot een volwaardige nacht slaap.

Ik heb ineens een groep vrienden, ben aan het couchsurfen, mijn schone was hangt ongekrompen te drogen op een rekje bij de moeder van Denis en morgen gaan we allemaal dorpjes bekijken, wat een geluk.