3/4  |  Palermo – Rome – Utrecht | bus 45,1 km | vliegen 2108,9 km | bus 0,5 km |  trein 57,8 km | wandelen 8,8 km | metro 2,2 km | gauto 47,2 km | zondag 12 februari 2017

In minder dan geen tijd ben ik door de douane. Ze verdenken deze dame met rode jurk en rood omrande ogen niet. In de vertrekhal snel ik naar de toiletten waar ik een tijdje naar mezelf sta te staren: ander mens.

Een maand geleden had ik geen idee hoe het was om in je eentje te reizen. Nu wel. Ik draag een Italiaanse jurk met glitters, heb nog zeezout in mijn haar en heb net mijn vakantielief achter me gelaten. Overal waar ik kom, kan ik me redden. Ik hoef niet bang te zijn dat me geen geweldige dingen gaan overkomen. Ik kan vrienden maken en geliefdes schaken. Ik kan best huilend een berg op, ik ga er gewoon lachend weer vanaf.

Ik hou mijn hoofd even onder de kraan, veeg de druppels van mijn gezicht en slaak een diepe zucht.

Ik heb nog drie kwartier tot mijn vliegtuig opstijgt: tijd zat. Ik haal nog een laatste Siciliaanse caffè. Sla het kleine drabje achterover en kijk nog wat bij de boeken. Ik zie een goed Siciliaans kookboek, dat koop ik voor Shammie, kan zij mooi al dat heerlijke Siciliaanse eten voor mij gaan koken als ik thuis ben. Puur eigenbelang.

Ik wil rustig naar het vliegtuig lopen als ik hoor dat mijn naam in verband wordt gebracht met de final boarding call. Ik ren naar de balie en hoef er niet eens mijn naam te zeggen. De medewerkster weet al wie ik ben en ze wil graag de deur van het vliegtuig achter me dicht maken.

Ik krijg een mooie plek aan het raam.

Als we opstijgen zie ik Sicilië kleiner worden en al heel snel zie ik niks anders dan zee. Ik zit alweer te huilen hoor. Om precies dezelfde redenen als net voor de spiegel. Ik ben zo dankbaar.

En onderweg naar Rome.

Een uur later land ik in Italië’s prachtige hoofdstad. Benieuwd naar wat voor avonturen me hier gaan overkomen, maar het avontuur is verwaarloosbaar.

Ik neem de trein naar het centrum, bekijk wat van de prachtige gebouwen. De kerk “Santa Maria Maggiore” mag ik gratis bekijken omdat ik achter een schoolklas aanloop en niet ontken dat ik bij de groep hoor. Hier zijn ze, zie ik. Hier zijn de andere mensen die ik op alle andere plekken die ik eerder bezocht miste. Hier maakt het niet uit welk seizoen het is, welke dag van de week. In een stad als Rome stikt het altijd van de toeristen.

Ze zijn overal. Ze spreken alle talen. Ze proberen iets Italiaans te zeggen. Ze zien er allemaal uit alsof ze niet uit Italië komen. Ze zijn blij verbaasd als ze friet krijgen wanneer ze “chips” bestellen. Ze zijn allemaal niet alleen

Ze staan in lange rijen voor Rome’s hoogtepunten. Ze vormen een slingerende, bezonnebrilde mensenslang voor het colosseum.  Al die toeristen trekken al die toeristenverkopers. Verkopers op kleedjes en met toer-verkopers met gekke pakjes aan. Proppers die je winkels en restaurants binnen willen lokken. En ik loop daar in mijn eentje tussen.

Ik heb er geen zin in. De sfeer is zo anders. Ineens bevind ik me in massatoerisme en ik voel me er niet thuis.

Op een terras met uitzicht op het colosseum eet ik een lasagne met een glas Nero d’Avola. Ik bestel in mijn in de afgelopen maand vergaarde semi-Italiaans. Met een glimlach zet de ober het voor me neer: “Welcome in Roma”. De lasagne is delisioso, de wijn uiteraard ook.

Ik heb het wel gezien hier in het toeristennest. Ik hoef niet nog meer van dit. Ik hoef niet “even snel het Vaticaan te doen”. Ik vind een vvv en vraag naar mijn lievelings: musea waarin uitgelegd wordt hoe dingen worden gemaakt, in het bijzonder eten. Ik denk bijvoorbeeld nog steeds graag terug aan mijn dag in het touw-museum in Oudewater en heb me ooit enórm vermaakt in het botermuseum in Cork. Zoiets hebben ze niet in Rome zegt de baliemedewerker. Maar bij doorvragen komt hij wel met “Eataly” op de proppen: een enorme foodhal voor mensen met veel te veel geld.

Het is een fijne plek waar alle rijke mensen van de stad elitevoer komen kopen. Boter van €4, eieren met veertjes eraan geplakt, de allerbeste pasta. Het is als één hele grote luxe supermarkt, een mega biologische winkel maar dan duurder. Ik koop er een hele kar vol heerlijkheden. Straks ben ik thuis en ga ik verlangen naar de kwaliteit van het Italiaanse eten. Nog even zal ik dan uit mijn eigen voorraad kunnen putten. Daarna zal ik weer terug naar Italië moeten.