deel 2/2 |  Palermo –  San Vito Lo Capo | fiets 6,8 km | wandelen 1,5  km  | bus 118,7 km | donderdag 9 februari 2017

We rijden naar gewoon zomaar een lukraak gekozen eind-van-een-weg bij de zee, een groene plek op de kaart aan de kust. Die groene plek op de kaart is San Vito Lo Capo. De plek waar ik eigenlijk heen zou fietsen, dat idee gaf ik op en nu rijden we er zó op af. Het is bij de zee, dus die fantasie van een prachtig, mensloos bos zal ik los moeten laten.

De maan verschijnt en in het halfdonker zien we een fietser met heel veel bepakking. Hij heeft zelfs dezelfde fietstassen als ik. Het is alsof ik daar toch fiets. Alsof ik het ben die tegen het vallen van de avond een lichte helling opfietst.

Het is de Fietsende Duitser uit het hostel, wiens was ik deed. Wat een toeval. Ik herken zijn fiets, zijn haar.

We overwegen te stoppen, maar ik wil helemaal niet stoppen want dan nemen we hem misschien wel mee. Dat is het laatste wat ik wil. Ik wil alleen met Mike ergens in door mens en beschaving verlaten natuurschoon gaan staan, zonder Duitser op een fiets.

Dus we rijden door. Al snel is het helemaal donker, wat mij in de weg lijkt te staan van het vinden van onze nieuwe idyllische woonplek, maar Mike maakt zich totaal geen zorgen. Hij rijdt gewoon door en als hij er zoveel vertrouwen in heeft, wie ben ik dan om te twijfelen.

We rijden door, door, door, volgen de navigatie tot het einde van een weg, daar begint de zee. Het is een rotsig stuk, voorbij verlaten steenfabrieken. Een stukje verderop is een omhekt gebouw waaruit een zoemend geluid komt. De zee klotst tegen de rotsen. Op een landtong dichtbij staat een vuurtoren. De maan is vol.

We zijn op het uiterste puntje van San Vito Lo Capo. Ik ben hier. In goed gezelschap. Ik kan mijn geluk niet op.

We parkeren, bakken pannenkoeken, vullen die met groentes, vallen zo fijn in slaap.

Ik ben benieuwd naar waar ik morgen wakker word.