we rijden (dag 27)

deel 1/2 |  Palermo –  San Vito Lo Capo | fiets 6,8 km | wandelen 1,5  km  | bus 118,7 km | donderdag 9 februari 2017

Op een stralende zon dag worden we wakker in de bus. We liggen een paar uur te kletsen voor we echt opstaan. Ik fiets naar het hostel om mijn spullen te halen.

De kleren die de stad me gaf, heb ik niet meer uitgetrokken. De afgelopen dagen draag ik altijd mijn nieuwe spijkerbroek met mijn nieuwe shirt en mijn nieuwe jas. Ik douche me weinig en mijn haar zit in de war. Zo heb ik het het liefst. Ik ruik naar een mens en voel me vol leven.

In de slaapzaal tetris ik al mijn bezittingen weer in mijn fietstassen.

De receptioniste van dit hostel kijkt heel nors, waardoor ik bijna niet aan haar durf te vragen of ik de broek en de jas mag houden, maar als ik het tóch vraag, zegt ze dat ze blij is dat de kleren een fijne nieuwe eigenaar hebben gevonden en we kletsen over strategieën om hostels vol te krijgen in de wintermaanden.

Ik wil graag zelf de dingen achterlaten die ik niet meer nodig heb. Spullen? Ik hoéf het allemaal niet meer. Het universum zal me toch wel voorzien als ik iets nodig heb. Door mijn recentelijke geluk word ik wat overmoedig. Ik dump de hakschoenen die ik vond, mijn deodorant en tampons, alles dat ik niet meer nodig heb, laat ik achter.

Ik trippel de trap af met mijn bezittingen en hang alles weer netjes aan mijn fiets. Kom, fiets, gaan we weer even fietsen.

Voor de deur van het hostel ontmoet ik nog een fietser. Een prachtige, jonge, Fransman met blauwe ogen die me aankijkt alsof hij met me weg wil fietsen.

“Good”, zeg ik, “this place needed a new biker.”
“Did you live here?”, vraagt hij.
“Yeah, I was here for a while”
“Where are you going?”
“I… I have no idea, it’s complicated.”

Echt, wat is hier aan de hand? Het moet zijn dat ik straal van geluk op deze vakantie want thuis ben ik net zo knap als op vakantie, misschien zelfs wel wat knapper, maar hier in Italië op de fiets willen zoveel mannen met me meefietsen. En daar geniet ik met volle teugen van. Overigens ben ik dus diep teleurgesteld als ik weer thuis ben en ook op de fiets zit en het lijkt alsof ik onzichtbaar ben geworden. Het verschil is zo groot.

Ik fiets vol levenslust en vol vlinders door de straten van Palermo naar Mike’s bus. Hij tilt mijn fiets meteen op het dak, bindt haar goed vast. En dan gaan we.

Ik zit links voorin de bus, want het is een Engelse auto en het stuur zit dus aan de andere kant.

We hebben vandaag eerst een paar praktische missies. Eerst gaan we de watertank vullen zodat we kunnen plassen en wassen. Daarna gaan we boodschappen doen en dan gaan we op zoek naar bomen, naar een nieuw woonplaats.

Bij het tankstation staat luide muziek aan , ze draaien Gente di Mare, dat Marco Borsato ooit omzette naar “Alles Kwijt” en dat ik met graagte heb geblèrd op de fiets.

We kopen wat voorraad in een klein, snoezig supermarktje en kopen de rest bij een Italiaanse Aldi. Een kar vol bananen en bloem en kool, zo veel mogelijk onbewerkte dingen. Genoeg om een paar dagen zonder mensen te zien te kunnen eten. We vertrekken nu eindelijk echt.

Of nee wacht we moeten nog drie keer stoppen om te kijken of ze ergens avocado’s verkopen. En dan nog één keer stoppen om het gas bij te vullen (hij heeft een tank in de bus die je kunt bijvullen bij een tankstation waar ze auto-gas hebben). Oké, nu zijn we echt op weg.

We rijden landinwaarts. Een beetje zo “die kant op” (wijs willekeurige plek aan op de kaart, beetje naar het midden van Sicilië, onder Palermo). We rijden rond, vinden vooral veel wegen, huizen, andere mensen. Geen grote bossen waar mensen niet wonen. Geen verlaten plekken.

Dus, zegt Mike, moeten we terug naar de zee. We rijden weer naar het noorden.

We rijden zo prachtig. Wijdse uitzichten, die ik niet eerder zag. Soms moet ik stoppen met praten omdat het zo mooi is. Omdat de lucht allemaal kleuren heeft, er wolken zijn in allerlei vormen, de zon magische dingen met de wereld aan het doen is.

Dat het al donker aan het worden is, maakt Mike niet uit, dus maak ik me er ook maar geen zorgen over. Hij leeft al een hele tijd zo, hij weet wat hij doet.

We vinden een mooie plek om te wonen, maar niet mooi genoeg. Mike wil beter, dus we rijden door.

 

 

← Previous post

Next post →

1 Comment

  1. Wij Nederlanders stralen zelfverzekerdheid uit als we fietsen in het buitenland.. en vertrouwen op wat kunnen en mogen op de fiets. Ondanks dat je rekening moet houden dat mensen in het andere land niet gewend aan mensen die echt weten hoe je een fiets gebruikt (als vervoersmiddel en trekpaard). Heerlijk .. vrijheid op de fiets hervonden in het buitenland.

Geef een reactie