deel 2/2 | Fiummefreddo Bruzio – Longobardi – Fiummefreddo Bruzio – Lamezia Therme – Pizzo – Paola – Fiummefreddo Bruzio | hardlopen 8,3 km | wandelen 6 km | auto 228,6 km | woensdag 25 januari 2017

(Ik ging “Fietsend van Napels naar Palermo”. Lees alle verhalen vanaf hier, of koop mijn eBook en lees alles op je eReader)

We stappen uit het paradijs. De geur van rotte eieren nestelt zich in onze kleren en zal na vele wasbeurten nog altijd vaag te ruiken zijn.

“Zullen we nu tartufi gaan eten in Pizzo?”, stelt Denis voor, en wij zeggen natuurlijk allemaal: “yes, please”. Tartufi zijn ijsballen met chocolade, een specialiteit in Calabrië, de streek waar we nu zijn.

Onderweg wordt de auto aangevallen door een kudde wilde, witte honden. Ze blaffen naar de auto en springen er tegenop. Het verbaast me want ik begon net een patroon te ontdekken in het gedrag van de honden: de huishonden beschermen hun huis, dus als je hun erf niet op fietst, dan blaffen ze hard maar doen ze meestal niks, soms rennen ze naar je toe. De wilde honden zijn meestal wit, doorgaans labrador’s of labradorachtigen. Zij laten je met rust. Je ziet ze staan op een verlaten brug, waar jij overheen moet, er is geen andere weg en je passeert ze trillend. Maar ze grommen niet. Ze kijken je argwanend aan of lopen voor je weg.

Maar deze roedel gedraagt zich anders: ze vallen ons met z’n allen aan. We zijn beschermd door de auto en rijden gewoon door. Ik neem me voor om, als ik hier in de buurt ben met de fiets, niet langs deze enge grommers te fietsen. Want ja: we rijden vandaag keihard naar het zuiden over wegen die ik straks zal gaan fietsen maar het boeit me niet. Ik fiets straks vanuit Fiumefreddo richting Palermo. Alles is anders op de fiets.

We slenteren door het dorpje Pizzo. Uitkijkend over de zee, voel ik iets nieuws. In mijn maag. Ik heb wel eens een reclame gezien die het over dit gevoel had, maar ik had het nog nooit zelf ervaren. Het voelt niet prettig. Het is brandend maagzuur. Ik heb zo veel en zo lekker en zo ongezond gegeten de afgelopen dagen, dat mijn maag zuur protesteert.

Toch eet ik een witte tartufo, hier. Ze zijn groot en voor het idee ‘deel’ ik de mijne met Carmine, maar in het echt eet ik de 95% van de ijsbal op. Hij is niet zo lekker dat ik ervan ga kreunen, zoals over een tijdje in Sicilië als ik ergens “koud lunch” en een bakje Nutella-ijs verorber. Oh, ik watertand alweer als ik er aan denk.

We nemen ons allemaal voor om gezonder te gaan eten en meer te bewegen. Dus rijden we helemaal terug via Fiumefreddo naar een ander dorpje, Paola, om te gaan wandelen.

Onderweg komen we een blaffende hond op een muur tegen. Dit is een blaffende huishond, niets om bang voor te zijn zolang je niet op zijn terrein komt, maar toch verschuil ik me achter Carmine (die geen spier verrekt) en Denis (die ook zijn pas inhoudt en zo achter Carmine belandt). Ondertussen is Sergio thuis frittata aan het maken.

We verzamelen ons weer allemaal in mijn appartement en eten ons een breuk. Het is zo lekker: Sergio’s gefrituurde auberginekroketten en frittata, wat N’dunga (varkensvlees met pepers), gekruide tuinbonen van de moeder van Denis, het is zo heerlijk. We drinken er weer van die wijn van de vader van Denis bij. Van elke gang en van verschillende stappen van het bereidingsproces van de kroketten app ik foto’s naar Shammie. Ze is kok en geniet graag mee van al het eten dat ik eet.

We luisteren naar muziek, zelfs een uurtje naar mijn broertje’s muziek. Ik mag hem graag pluggen bij al mijn vrienden, en deze vrienden luisteren terwijl ik dans omdat Giel zingt over Laura en dan moeten mijn heupen wiebelen.