Na het reizen wil ik meer, verder, vaker.
Toen ik zag waar ik ook kon zijn, in plaats van thuis, wilde ik weg.

[beeld jezelf een treurige regenplaatje met chagrijnig kijkende, natgeregende mensen op de fiets in]

Eerst wilde ik op zo’n manier weg dat ik niet meer hier was. Ik was enkel nog aan het grommen en zag alles als een teken dat ik weg moest. Dat werkte niet want het maakte me ongelukkig.

Het gegrom verstomde. Ik wilde nog altijd weg en bereidde me voor op hoe ik weg kon en ondertussen glimlachte ik weer om dingen die me hier overkwamen.

In mijn reisdagboek las ik terug ik op dat ik iemand wilde vinden om mijn huis mee te delen. Uitkijkend over een bewolkt San Vito Lo Capo nam ik me voor iemand te vinden die ik al kende, die geen eigen huis had en zo nu en dan in het mijne wilde wonen. Toen ik het teruglas, deed ik wat je doet als je een hartewens hebt:

Ik schreef een oproep op facebook. Niet eens met een leuk plaatje erbij, of op een moment van de dag dat iedereen online was. Nee, gewoon een heel kort berichtje met de vraag:

“Wie wil in mijn huis wonen”

Vier mensen gaven het een duimpje. En Janne mailde me.
Janne, natuurlijk! Janne is super cool.

Een aantal jaar geleden begon Janne met het verzamelen van mooie momenten. Ze stapte de trein in en vroeg aan passagiers: “wil je een mooi moment van afgelopen week voor me tekenen?” Ze bleef verzamelen en bouwde een collectie op met duizenden mooie momenten. Ze zegde haar kamer op en trok de wereld in om ook op andere continenten mooie momenten te verzamelen. Inmiddels reist ze door Amerika om daar “moments” te “seizen”. [klik]

Ze was komende tijd een paar weken in Nederland en ze wilde zes weken in mijn huis logeren.

Dus had ik vanaf 5 mei geen huis meer.

Toen we dat hadden afgesproken, begon ik me pas te bedenken wat ík dan eigenlijk ging doen. Het maakte me niet zo veel uit. Het mocht alles zijn, als ik maar op reis was.

Met de hele wereld aan mij voeten, vond ik het maar lastig kiezen. Overal kon ik heen! De wereld was mijn oester. India, terug naar Sicilië, Nieuw Zeeland, Zuid Amerika. Wat wilde ik nou nog doen? Waar wilde ik nog heen? De enige randvoorwaarde was dat ik er online moest kunnen werken, want nog een maand zonder inkomsten, dat kon niet.

Terwijl de wind mijn haar in het rondblies en ik uitkeek over het zwarte water en de grijze lucht op het pondje van Amsterdam naar Amsterdam noord, had ik het ineens: ik wilde altijd nog eens een tijdje in Amsterdam wonen.

Wat een wens! Amsterdam, terwijl je overal heen mag.

Maar een wens is een wens, dus ik deed weer mijn uiterste best om deze in vervulling te laten gaan:

Ik zette een bericht op facebook.

“Ik wil tijdelijk in Amsterdam wonen, op wiens planten of huisdieren mag ik passen na 5 mei?”

Vier andere mensen gaven het een duimpje. En Fleur mailde me.

Fleur! Die kende ik helemaal niet zo goed, maar ze woonde in Amsterdam noord en ze ging met haar gezin op vakantie naar Italië en ik mocht in haar huis logeren.

Super!

Twee dagen voor dat ik huisloos zou zijn, belde Fleur me, dat haar zoon waterpokken had. En dat je met waterpokken niet het vliegtuig in mag.