Gisteren heb ik zelf inpakpapier en pompons gemaakt en een mevrouw niet afgesnauwd.

Mijn vriendin Pauline had me gevraagd of we samen kinderworkshops konden doen bij de ‘najaarsverkoop’ van Tesselschade Arbeid Adelt in NIjmegen. Dat klinkt erg ouderwets en aan de gemiddelde leeftijd van de bezoekers te zien ís het ook ouderwets.

We hadden een middagje zelf mooie stempels gemaakt en ik had een krat vol knutselmaterialen verzameld, maar verder had ik me niet zo goed voorbereid. Ik stort me graag blind in allerlei avonturen, maar de laatste tijd gaat dat minder makkelijk (of: het ging altijd minder makkelijk maar ik merkte niet dat ik heel erg vermoeid raakte want ik vond dat ik mezelf niet zo moest aanstellen, daar ben ik nog niet over uit).

Het helpt me als ik wat tijd neem om me voor te bereiden op wat er gaat gebeuren, zodat áls het gebeurt ik kan denken: “oh ja dit ja” en dat ik dan weet wat ik moet doen. In plaats van dat ik overvallen word en niet meer weet wat ik moet doen.

Maar ik lag de dag ervoor in puin en was al blij dat ik me door de dag heensloeg met een nieuwe serie die ik op Netflix had gevonden, die meeslepend en langdurend was, waar een vrouw getrouwd is met een historicus maar per ongeluk in de tijd reisde en toen de voorvader van haar man tegenkwam die echt een Psychopaat is.

Ik had niet de tijd genomen om te bedenken: “morgen dan ga je ergens heen, daar gebeuren allllleemaaaaal dingen die onverwacht zijn, waar je stress van krijgt en dat vind je stom van jezelf dus negeer je dat, maar je krijgt toch stress en als je heel erge stress krijgt dan verkrampt alles en wil je weg”. “En mensen willen tegen je praten”. “En er is een organisatie en zij willen dingen en Pauline wil gezellig kletsen.” “En je krijgt honger, daar ga jij niet zo lekker op, dus je moet goed en op tijd eten en op het einde dan ben je heeeel moe, dat is normaal en prima en dan moet je niks meer willen, dan moet je gewoon kijken hoe het verder gaat met die mevrouw die per ongeluk in een andere eeuw belandde.”

Ik heb er een hekel aan dat ik dat allemaal vooraf moet bedenken! En ik heb er een hekel aan dat het zo gaat! Ik wil gewoon maar wat doen en dat het dan leuk is.

Toen we alles hadden opgebouwd kwam de eerste zestig-plusser vertellen dat ze vroeger pompons maakte met kartonnetjes, in plaats van met die plastic malletjes die wij hadden. Dat gaat altijd zo. Op De Zelfgemaakte Markt (waar alles zelfgemaakt was en die ik negen jaar lang organiseerde) kwamen mensen ook altijd vertellen wat zij maakten. Dat hoort erbij. Is ook leuk. Makers Unite!

Maar NU. Ik wilde die mevrouw afsnauwen! “NOU ÉN. Boeit me niet!!! Ik ben hier niet voor jouw gezwam!!!!”

Ik ben niet onaardig. Wat ik nu niet aankan is dat mensen dingen van me willen want mijn energie is nu al op. En ik moet hier nu nog een paar uur staan. Met als enige taak met mensen omgaan. Het biggetje op mijn borst wordt nu erg groot.

“Het gaat niet zo goed” zeg ik tegen Pauline “ik wilde die mevrouw afsnauwen”. Ze zegt me aan een rondje te gaan lopen. Dat is een goed advies. Ik wist even niet meer wat ik moest doen als ik me zo voelde, ik was overvallen, ik zat er middenin.

Ik liep de deur uit. We waren dichtbij een bos dus ik ging maar bosbaden, die term had ik laatst geleerd. Wandelend jezelf genezen in het bos. Er waren veel duo’s met elkaar aan het praten en dat gaf me toch een herrie! En al die fucking honden die maar rondrenden en zelfs naar me toe en dan blaften. Nou lekker hoor zo’n bos. ROT OP MET DIE ENGE HOND.

Sinds ik in Italië honden leerde kennen*, ben ik niet meer zo snel onder de indruk van een blafje of een grom, maar nu wel. Want ik ben overprikkeld. Aha. (Ik vind het allemaal makkelijker te verkroppen als ik het snap.)

Ik loop verder. Laats KLETSENDE mensen passeren, vind een slingerweg, laat kletsende Duitsers passeren en loop rustig alleen. Ik herinner me dat ik in mijn portemonnee nog een paar oxazepammetjes heb.

Ik gebruik die (kalmerende) pillen alleen als het heeeel erg is. Ik heb echt de vreselijkste dingen (markten organiseren, presentaties) zonder pillen gedaan. Ik vond het namelijk ooit erg genoeg. Ik vond dat ik het zelf moest oplossen door ademhalen, mindfullness, eigen grenzen, rust, goede voorbereiding en relativeren. Allemaal zeer zinvol. En zo maakte ik het mezelf erg zwaar want ik mocht mezelf pas mediciaal kalmeren wanner ik huilend op de grond van de hal lag te hyperventileren (non-fictie).

Nu gunde ik mezelf de rust. En ik deed ook al die andere dingen. Ik zocht uit wat er allemaal stress gaf op dat moment en bereidde me voor op wat er komen ging. Ik nam mezelf voor een hoofdstuk “schuldgevoel” op te nemen in het handboek-sanne dat ik langzaamaan samenstel. Ik nam me (weer) voor om me vaker voor te bereiden op wat er emotioneel gezien komen gaat. Ik ademde. Ik liet alle stress en wervelende gedachten naar de achtergrond zakken en dacht: “ik ben hier, ik leef”. Ik zag dat op één plek langs het slingerende pad natte, donkerbruine bladeren die een blauwe gloed hadden en de oranje bladeren aan de boom ernaast ook. Er was geen bron voor, het moet de stand van de zon zijn geweest. Een paar passen later was er geen blauw gloed meer.

——————————————

*Meer over honden:
“Heel snel hoor ik het blaffen van dichtbij, ik hoor het hijgen, ik voel warme hondenadem tegen mijn benen, bij elke blaf een warme zucht tegen mijn geheel onbeschermde, sappige benen.” http://sannebloem.nl/blog/wil-geen-schapen-wilde-paarden/

Ik passeer een wit hondenkoppel. Een van hen blaft me woest toe, “ze doen niks” fluister ik. En ze doen niks. De weg is rustig en er ligt steeds meer afval langs de weg. Dat is Italië. Wat een troep ligt er overal! Een kilometer of twee verderop moet ik een grote rivier oversteken, over een grote brug. Maar er is niets. Er is het einde van een weg, een groot gapend ontbreken en dan weer een einde van een weg, helemaal aan de andere kant van de enorme rivier.
http://sannebloem.nl/blog/ik-ga-weer-fietsen-dag-13/