Zes weken heb ik mijn huis uitgeleend aan een vriendin. Ik reis rond met een rugzak en flexwerk waar ik kan, ik plan weinig [overzicht].
Lees hier alle verhalen over mijn huisloze tijd.

Naast me, aan een andere tafel, zit een meisje. Ze spreekt zo rap Italiaans dat ik verwacht dat ze een Italiaanse is, maar dat is ze niet. Ze spreekt ook Nederlands, vertelt Marco. Even ben ik huiverig want ik heb toch geen zin in Nederlanders! Die zijn er thuis al zo veel. Maar gelukkig, het is een Vlaamse.

Ze vertelt dat ze naar huis moet omdat ze op vrijdag moet werken. Ze moet één dag werken en heeft dan weer weekend, wat zonde. Als ze die vrijdag vrij zou krijgen, kon ze tot zondag blijven. En dat wil ze. Heel graag.

Maar ze gelooft niet dat het kan, haar baas zal protesteren, er zullen allerlei kinken in allerlei kabels ontstaan als ze het zal vragen. Dat kan allemaal zo zijn, maar de manier waarop ze het zegt, doet me denken aan hoe ik dacht toen ik een paar maanden geleden in het ziekenhuis lag (niks dodelijks). Ik dacht toen dat ik heus de dag erna naar huis wilde (een vrijdag) maar dat dat niet ging lukken want ik was dan vast niet koortsvrij (een vereiste) en vast vonden ze een nieuw onderzoek dat ze toch nog wilden doen en vast nog allerlei kinken in allerlei kabels.

Mijn moeder riep mijn negatiefdenkerij een halt toe en sommeerde me positief te formuleren wat ik precies wilde en wanneer. Dus ik formuleerde en zij schreef op het memobord in de kamer “morgen (vrijdag) koortsvrij en naar huis”. Nou, aldus geschiedde dus ik adviseerde Veerle ook iets positiefs te formuleren en even later stond de tekst van bovenstaande foto op het bovenstaande bord.

En Veerle mailde haar baas en ze mocht blijven. Hoezee!

Dat was mooi want zo hadden we tijd om elkaar te leren kennen en uuuuuuren lange gesprekken te voeren over verwachtingen en mensen en nog meer. En ze had de kans om 910 foto’s van me te maken, waaronder deze waarop ik superknap sta: