Ik ben heel erg blij dat ik bijna elke dag kan thuiswerken. Gisteren ook weer: ik stap uit bed, doe mijn lenzen in. Vitaminepillen, glaasje water, astma-pufje. Verwarming aan. Thuistrui aan (zie foto), misschien mijn aapjesbroek of mijn uitgelubberde lievelingslegging, soms ook blootbeens zoals nu terwijl ik dit typ, wrauw. Roze crocs aan. Bakje yoghurt en een grote kop koffie. Ik kam mijn haar niet. Klaar voor kantoor!

Ik pak mijn laptop uit de kast en zet die op een stapel boeken: ergonomisch beter. En start met werken.

De voordelen van thuiswerken: geen reistijd, geen lunch voorbereiden, alles bij de hand, geen andere mensen, geen gepraat, geen .. nou ja eigenlijk vooral: geen andere mensen. Heerlijk. Andere mensen zeggen altijd van die dingen: die je niet verwacht, waar je over na moet denken, waar je wat mee moet, ze willen hun hart luchten als ze gebeld hebben, ze willen overleggen. Ze doen onverwacht. Ze hebben een eigen mening! Je moet aardig tegen ze doen. 

Ik vind het idee van contact met andere mensen leuk, maar het is zo ingewikkeld! Als ik bij mensen bij, vind ik het vaak wél leuk. Als ik er weg ga, ben ik vaak erg moe, wat ik ook doe: of het nou leuk ingewikkeld gezellig of dramatisch was. Ik vind het niet makkelijk uit te leggen.

Ik zoek altijd naar een balans: tussen geen mensen om me heen, wel mensen om me heen. Daar is dat thuiswerken geweldig bij. Kan ik rustig, in m’n eentje zitten werken en daarna ga ik lekker de deur uit. Dan kleed ik me om, een mooie jurk aan en wat mascara op. Ga ik naar de mensen.