Shammie en ik gingen op pad

Zes weken heb ik mijn huis uitgeleend aan een vriendin. Ik reis rond met een rugzak en flexwerk waar ik kan, ik plan weinig [overzicht].
Lees hier alle verhalen over mijn huisloze tijd.

We wilden een weekendje weg, maar ik bleef dat afhouden omdat ik niet zo veel geld uit wilde geven aan zo’n korte reis. Als ik ergens heen ging, wilde ik er een tijd blijven. Beetje werken, beetje vakantie.

Dus zocht ik een plek waar we samen heen konden: mooi en levendig genoeg voor een weekendje op boevenpad, leuk en betaalbaar genoeg voor een paar weken flexwerken. Ik kon weer uit heel de wereld kiezen en dacht aan Taormina dat me warm was aanbevolen door de Dokter. De foto’s waren prachtig dus ik stelde het voor aan Shammie, ze wilde graag. “Heel Graag!” riep ze zelfs.

Ik boekte vijf tickets, heen (ik) heen (Sham) terug (Sham) terug (ik) terug (ik) bij verschillende vliegmaatschappijen. Pas daarna ging we ons druk maken over onze slaapplek. We wilden couchsurfen en mailden iedereen in Taormina. En ontdekten zo dat de G7 precies in ons weekend was gepland. Van ons hadden ze best door mogen vergaderen over het lot van de wereld, als wij maar Nero d’Avola konden drinken. Maar helaas, zo mailde een couchsurfer me terug, het hele centrum was afgesloten dat weekend.

Gelukkig mailde Gianluca me snel daarna. We hadden tijdens mijn fietsreis contact gehad, ik had toen bij hem willen couchsurfen toen maar hij was zelf op reis. Nu konden we wel blijven slapen. Molto bene.

Klein detail: hij woont voorbij Messina d.w.z. op het uiterste puntje van Sicilië, d.w.z. twee uur met de bus vanaf het vliegveld waarop we vlogen.

Ik ging dus terug naar Messina. De vorige keer vond ik de stad niet zo boeiend, het leukste was dat ik er de Dokter leerde kennen.

Vanuit het vliegtuig stapten we in de bus richting Catania centraal, de chauffeur verzekerde ons dat hij heus ging stoppen bij il centro. Om vervolgens de bus uit te stappen en afgewisseld te worden door een nietsvermoedende collega.

Gelukkig viel ene Felippo hetzelfde lot ten deel. Hij was ook een Italiaan maar uit het noorden en daar zouden ze zoiets nooit doen, aldus de noorderling. Felippo, een gezette hunk met een prachtige tatoeage van een zon op zijn borst, dirigeerde ons na het uitstappen in het centrum (google maps moest het weer oplossen) naar een plek waar ze de beste arancini van de wereld hadden.

We hadden geen idee waar we heen moesten lopen want het was zo van “in deze straat maar toch een beetje rechts aanhouden en dan weet ik het niet precies ik vraag het even aan deze vrouwen die hier staan”. [wild overleggen] De vrouwen leggen het ons uit in het Italiaans, we snappen het nog niet maar wel lopen toch maar die kant op.

Bij een TIM-winkel zet ik mijn hakken in het zand want het gaat me godverpietjes niet weer gebeuren dat ik pas na twee weken een Italiaanse simkaart weet te bemachtigen. Ik wil mijn eigen internet op mijn mobiel rapidamente.

Shammie wacht geduldig buiten, ondanks dat het al 11.00 uur is, we sinds 3.00 uur vanmorgen  aan het reizen zijn en we nog altijd niet echt ontbeten hebben.

Er is een super deal. Overdreven veel belminuten en gigabites voor overdreven weinig geld. Maar de sim-kaarten zijn op. Ik moet gewoon even naar die winkel daar in die straat, Umberto I (elke stad heeft op Sicilië een eigen straat die Umberto i heet), daar hebben ze ze nog wel.

Buitengekomen komt onze nieuwe vriend Felippo aanlopen. Hij (doet iets bij een vakbond, denken we) gaat met tien collega’s ontbijten op het terras naast de TIM-winkel. Wij schuiven daar ook aan want we kunnen echt geen stap meer verzetten en op de kaart staan ook die gewilde arancini.

Het bestellen gaat heel chaotisch en gepaard met een heleboel gepraat over eten, er is geen menukaart. Er wordt van alles besteld. Ik herken het van mijn vorige keer op dit heerlijke eiland en laat het maar gebeuren, dit komt goed. Shammie vindt het ook prima. Kort daarop zitten we aan de arancini, is het mij gelukt om een salade te krijgen en een granita (zoet schaafijs) met koffiesmaak te bestellen. De granita wil ik voordat ik mijn salade op tafel heb staan, alle Italianen binnen gehoorafstand kijken, roepen: “are you serious??”.

Felippo en zijn collega zitten naast ons. Felippo heeft kinderen, de collega konijnen. De konijnen knagen aan zijn oplaadkabels, maar alleen als ze in het stopcontact zitten.

Ik vraag om de rekening, ik weet al dat dit lastig gaat worden. Ten eerste zijn we met een groep en de rekening scheiden is overal soms ingewikkeld, maar boven alles zijn we vrouwen. Die zelf willen betalen. En dat kunnen Italiaanse mannen psycho-emotioneel niet aan.

De mannen staan erop ons te trakteren. De andere collega’s betalen onwetend mee aan hun galanterie.

We vinden de markt van Catania, het enige leuke aan deze stad aldus een snelle zoekopdracht. De marktkooplieden schreeuwen, de vis is vers, de courgette’s zijn meer dan een meter lang.

Dan lopen we door de hoerenstraat naar het busstation. We doen een laffe poging te liften en vinden het busstation. Niemand blinkt hier uit in uitleggen waar dingen zijn, dus we missen bijna de bus, maar zoals Eddy Zoey al zei: bijna is niet helemaal.

In de bus zit ik langs een oudere man die na een kwartier helemaal niet zo nors blijkt te zijn als zijn gezicht deed vermoeden. Hij drumt in een band en nodigt ons uit morgen te komen luisteren. Ik zeg: “misschien”, want ik heb ab-so-luut geen idee wat we de komende dagen gaan doen, of waar. Shammie zit naast een jongen die zwoel tegen haar arm aanwrijft tot hij de knusse foto van haar en haar broer op haar telefoon ziet.

Aangekomen in Messina lees ik de sms van onze gastheer nog eens over en begrijp dan pas dat het na Messina nog eens 45-60 minuten met de bus is om bij zijn huis te komen. We overleggen en spreken af elkaar om 20.00 uur bij een karateclub in het centrum te ontmoeten, hij gaat daar klimmen, daarna kunnen we met z’n allen met zijn auto naar zijn huis.

Hij gaat klimmen, oftewel boulderen. Dat is klimmen met van die gekleurde stukjes plastic. Ik ben al een paar maanden aan het azen op een klimdate en nu kan het zomaar. Wat een geluk.

Inmiddels is mijn lunchsalade al volledig verteerd en kan er wel weer een pizza’tje in. We vinden het lelijkste terras van Messina en bestellen een pizza. De mensen naast ons vertrekken zonder te betalen en de eigenaresse is ontroostbaar.

Terwijl we zitten te eten, sms ik de Dokter maar eens. Hij woont hier tenslotte. Na het debacle op mijn fietsvakantie hebben, en het ‘gesprek‘ erover daarna, hebben we nog wat gesmst de afgelopen tijd. Niet heel vaak, niet heel geëngageerd.

Ik stuur hem mijn locatie door, hij reageert direct: “ik kom er NU aan”. Ik verzeker de eigenaresse dat wij wél gaan betalen en dat doen we dus netjes. En dan komt met piepende remmen de Dokter aanrijden, hij parkeert waar het niet mag. We begroeten elkaar met twee kussen. Hij was net klaar met werken toen ik sms’te. Mooi. Ik stel hem voor aan Shammie en we vertrekken.

Tijd om dezelfde uitkijkplekken te bezoeken als die hij me de vorige keer in het donker liet zien. Ik zie ze nu voor het eerst in het licht, Shammie ziet alles sowieso alles voor het eerst. We zijn allebei onder de indruk. Het uitzicht is prachtig, de gebouwen zijn mooi.

Het hek van een kerk die we willen bekijken lijkt dicht te gaan maar nee, we mogen er in. De toergids spreekt uiteraard geen Engels maar de dokter wel dus die kan het voor ons vertalen. Op het nippertje haakt er nog een toerist aan bij onze rondleiding.

De toerist vult de Dokter aan waar nodig, heel veel geschiedenis die me direct weer onschiet. Op de juiste momenten zeg ik oh en aah en oeeh. Mooi is het zeker.

Mij en Shammie is het al opgevallen dat de Toerist straalblauwe ogen heeft en ons aankijkt alsof we snoepjes zijn. We stellen ons dus maar aan hem voor en hij blijkt net zo te heten als de Dokter. Mooi hebben we er twee! We nemen hem mee.

We splitsen meteen op: Shammie en de Blauwoog nemen het zware ge-apperitivo en bijbehoorde gewijndrink op zich, terwijl ik met onze gastheer Gianluca ga boulderen in een kelder die overdag karateclub was, de Dokter moet morgen weer levens redden en druipt af.

Het is super cool om te klimmen. In de dagen die volgen denk ik bij loodrechte wanden met uitstekende stenen ineens: daar zou ik omhoog kunnen klimmen. Zulks had ik nog nooit eerder gedacht.

We verenigden ons vieren weer op een pleintje achter de kerk waar tien tweedehands geklede alternatievelingen al klaar stonden om met elkaar te volksdansen. We wisten allemaal dat de Blauwoog daar niet bij paste, die was beter op zijn plek op het pleintje aan de andere kant van het centrum met luide Italiaanse moderne muziek en veel gelonk. Waar wij bij pasten wisten we niet.

Ik had nog niet gegeten en viel bijna om. Gelukkig wist ik met mijn laatste krachten nog een bistro te vinden waar ik de vorige keer dat ik in Messina was in mijn eentje een prima hamburger had gegeten. Shammie en de Blauwoog keken toe en dronken wijn terwijl ik at. Hij bleek iets bij de politie te doen en was in de stad vanwege de naderende G7-bijeenkomst. We claimden herhaaldelijk dat we Russische spionnen waren en dat we de opdracht hadden zijn speciale G7 pas te kopieëren, wat voor de goede orde een leugen is . Hij mocht mijn eten niet betalen.

We splitsen ons weer op. Zo danste ik ineens Balfolk op een slecht verlicht plein achter de kerk met Gianluca in een groep van mooie alternatievelingen. En later sloot ik me weer aan bij Shammie en de Blauwoog.

Een uur na middernacht bracht onze gastheer ons naar ons huis. Shammie stortte zich op een matras in de woonkamer, ik vond een matras in de gastenkamer.

“Had je gelezen in mijn profiel dat ik geen deuren heb?’ vroeg Gianluca. Dat had ik niet gelezen, ik had gezien dat hij enorm veel connecties had op couchsurfing en dat betekent altijd dat de persoon in kwestie aardig, open, leuk en geschikt is voor onze reizen. We hadden dus geen deuren.

We hadden, zo ontdekten we toen we de volgende morgen wakker werden, wel een afgrijselijk uitzicht.

Gadverdamme een palmboom

← Previous post

Next post →

Geef een reactie