Ik heb altijd een paar naalden in mijn portemonnee zitten. Dat is handig want je weet nooit wanneer je tegen een gaatje, een versleten broek of een versleten stoel aanloopt.

Ik vind het leuk om stof te repareren. Daar kwam ik pas achter toen ik Jonnet Middleton ontmoette. Ze was een repareer-activist (mending activist) en bracht me op het spoor van repareren.

Tot dan toe maakte ik wel dingen, maar repareerde ik niet vaak dingen die stuk waren. Ik liep met grote gaten in mijn jaszakken, het kwam niet in me op ze te repareren. Ik had niet zo’n last van de gaten. Ik moest soms in de voering zoeken naar sleutels, maar zo was mijn leven nu eenmaal. Ik berustte er in.

Nadat ik Jonnet sprak over repareren, repareerde ik veel meer. Ik werd blij van gaten en bood mensen te pas en te onpas aan hun kleding, dekens of stoelen te repareren. Ik liep op mensen die ik niet kende af om ze te vertellen dat ze een gaatje in hun trui hadden, en dat repareren helemaal niet moeilijk was.

Ik repareer meestal door te “stoppen”, net als bij sokken. Je bedekt het gat eerst met een ladder van steken in dezelfde richting, daarna draai je het gat 90º en weef je er (over, onder, over, onder) een draad doorheen. Als je wol gebruikt, kun je het gat daarna met zeep vervilten, maar het hoeft niet.

Jonnet legde me uit dat ze onderscheid maakte tussen zichtbaar en onzichtbaar repareren. Je kunt het gaatje zo repareren dat je het niet meer ziet of je kiest ervoor het zichtbaar te repareren, bijvoorbeeld door een afwijkende kleur te gebruiken. Ik repareer het liefst zo dat je kunt zien dat het ooit stuk was. Maak ik er meteen een statement van.

Ik kocht een tijtruid terug bij een tweedehandswinkel deze groene trui. Die was heel goedkoop omdat er een gat in de voorkant zat. Ik repareerde het met goud en iedereen die me ziet in de trui geeft me er een compliment over. Waarop ik maar weer eens uitleg dat repareren zo leuk is en dat er een verschil is tussen zichtbaar en onzichtbaar repareren.

Het laatste dat ik repareerde was een gat in mooie broek met patchwork, je ziet hierboven dat er vooral in de dunne roze stof gaten waren ontstaan. De broek vond ik in de weggeefwinkel in Utrecht, daar mag je zonder te betalen dingen meenemen. Het voelde nog onwennig aan, maar ik wil er wel aan wennen.

Er zitten nog meer gaten in de broek, ik heb de volgende al omlijst met een borduurring. Die heb je niet per se nodig, maar ik heb er toch een en het is makkelijker weven als je de stof strak kunt houden.

De werkbroek van meneer T is ook nog een leuk klusje, dat bewaar ik voor als ik weer eens een naaimachine tot mijn beschikking heb.

kapotte broek