Dat mes op de foto gisteren? Dat mes ging mee naar Amsterdam.

Drie keer per jaar laat Shammy haar messen slijpen bij een speciale messenslijper, helemaal in Amsterdam. Ze levert ze in en uur paar uur later zijn ze weer scherp. De eerste keer dat ze erheen ging, ging ik mee. 

Het was die dag zó koud dat het ons de hele dag niet lukte om ook maar iets anders tegen elkaar of tegen andere mensen te zeggen dan: “wat is het koud”.

Het was zó koud dat ik mijn wollen-deken-winterjas én daaronder een fleecejack aan had, en nog waaide de koude wind dwars door mijn botten. We hebben het er nóg over.

Ik kocht er toen een fijn mes (zie foto gisteren), dat na 3 maanden bot was en ik dus nauwelijks meer gebruikte. Ik weet zelf niet hoe ik slijpen moet. Gelukkig kocht ik er ook een gekarteld Victorinox mesje bij, dat blijft super scherp dus ik sneed gewoon alles daarmee.

Een paar weken geleden had Steven alle slijpbare messen in ons huis (we wonen er met z’n vijven) verzameld. Uren zat hij te slijpen met verschillende natte stenen. Mijn mes was nu ook weer zo scherp dat het zonder moeite door rauwe wortels gleed.

Gisteren was het óók koud, maar niet zó koud als toen. Ik had zelfs een panty aangetrokken, daar was het eigenlijk wel te koud voor maar daar kwam ik pas achter toen ik al op het station was. Shammy ging weer op trektocht naar de messenslijper en ik ging mee. Wij tegen elkaar: “wat is het koud”. En we stapten de trein in. 

Steven begon voor ik vertrok een beetje te sputteren want hij had het mes net heel goed geslepen en nu ging ik .. etc, maar ja dit was de beste messenslijper van het land en trouwens het was alweer drie weken geleden dus het was basically al weer bot. Voor de aardigheid nam ik ook twee van zijn messen mee. Dat waren Ikea-messen, “daar kan ik niet mee áánkomen,” zei ik nog, maar ja. Ik onderga die schande dan toch maar.

Wij in Amsterdam met de tram en toen nog een klein stukje lopen. 

Sham haalt vier van haar beste messen uit haar tas, en eentje van Rijna met wie ze vriendschap en de keuken deelt. Ik wacht achter haar op mijn beurt.

Die dames die daar werken die zijn hartstikke Amsterdams en hun tongval bewijst dat. Ze zijn heerlijk om naar te luisteren. Maar niet als ze zeggen: “vandaag slijpen we niet meer. De mannen hebben de hele dag doorgeslepen en ze waren zo moe ze zijn naar huis”. 

Maar we waren helemaal uit Utrecht gekomen!

“Ja, had je vooraf even moeten bellen”, zei een van de twee. Wat oneerlijk was want de vorige zes keer dat Shammy er was geweest, was bellen niet nodig geweest, dus hoe kun je dat nou weten?

Ze konden ze wel slijpen en opsturen. Maar dan heb je dus minstens drie dagen geen messen en een kok zonder messen dat is als een kok zonder messen hè, dat gaat niet. Je kunt aubergines niet in dunne plakken kíjken! Nu heeft ze nog wel meer messen, ‘tuurlijk, maar hier spreekt teleurstelling. Helemaal hier naartoe gekomen en dan het kan niet.

Die andere kassamevrouw was wat meer klantgericht en zij snapte het leed: helemaal hier en dan teleurstelling. Shammy hoefde de verzendkosten niet te betalen. Een fijne geste.

Nu hadden ze de vorige keer haar messen geslepen maar toen sneed een van de messen dus niet gladjes door de aubergines. Je moest hard duwen om door het gladde vel te breken, vertelde Sham. Dat lag aan Shammy, zei die eerste mevrouw! Zij zou niet goed snijden! Ja dahaag. Shammy weet hartstikke goed wat ze met een aubergine aan moet. Het was niet mogelijk dat dat ene mes een keer niet zo goed geslepen was want “die jongens doen zo hun best”.

Ik vond het zo knap dat je niet merkte dat ze boos was, en dat was ze want die mevrouw was echt niet klantvriendelijk. Ik vond het interessant om te observeren hoe zij met deze teleurstelling om ging. Ze bleef gewoon doorpraten. Ik vond het knap.

Toen ik voor vertrek (hongerig) op het station in Utrecht had ontdekt dat ze daar niet het broodje met pesto en mozzarella hadden waar ik mij zo op had verheugd, kwam ik niet meer uit mijn woorden en lukte het me ook niet om naar het (klantgerichte) meisje te luisteren die alle andere opties ging noemen waar óók mozzarella op zat.

Snapte ze dan niet dat ik dat ene broodje wilde?!?! Maar ik herkende mijn eigen honger en de starheid van mijn denken en wist: er moet een boterham in dit meisje. Dus ik herpakte mijzelf, en ik bestelde een stukje focacua waar inderdaad ook mozzarella op zat.

Ik moest weer even bijkomen van die hele gebeurtenis maar Shammie merkte er niet zo veel van zij was juist trots dat ik me er zo goed doorheen had geslagen.

Veel mensen zijn natuurlijk teleurgesteld als er iets niet loopt zoals gehoopt, maar aan de buitenkant ziet dat er heel anders uit dan het aan de binnenkant voelt.

Bij mij, als dingen anders lopen dan verwacht/gehoopt dan voelt het echt als iets verschrikkelijks, onnegeerbaar en allesoverheersend. Aan dat gevoel probeer ik nu te wennen. In plaats van te denken: “aaaaaaaaah ik wil dat dit gevoel er niet is“, te denken: “dit is het gevoel van teleurstelling, niet fijn maar het gaat zo weer weg”. Teleurstelling is ook zo’n haakje dat je mee kan slepen, je rot voelen over het feit dat je je rot voelt is een meta-emotie (en ook daarover leerde ik door dat geweldige boek Emotional Agility van Susan David).

Even terug naar de messenwinkel. Ik dacht: “ja lama, ik laat mijn messen in mijn tas zitten, Steven heeft ze net geslepen en ze zijn bij nader inzien nog best wel scherp” en kocht een fijn kartelmesje voor mijn vader (spoiler als je dit leest) want hij krijgt binnenkort een verjaardagscadeau en hij houdt van koken (zie hohoho).

Daarna was het al bijna einde van de middag en dronken we bijzonder lekkere witte wijn in een cafétje. De bediening was heel goed, de friet was overgoten met cheddar en truffelmayonaise. Daar praten we lang en eindelijk bij.

Het was zo fijn om weer die verbinding te voelen. We waren weer een beetje bijgepraat en bij elkaar. We bezochten een neef en zijn charmante vriendin. Het werd heel laat en op het einde was ik al lang vergeten dat we zonder scherpe messen naar huis gingen.