Tussen de bedrijven door zaaide ik weer verschillende dingen. Een aantal tweejarigen, vaste planten en de tomaten waren aan de beurt.

De zaden van verschillende soorten hebben een koude periode nodig om uit hun kiemrust te kunnen komen. Normaal zorgt de winter daarvoor, maar bij het zaaien in het voorjaar is er de koelkast. De zaden gaan in hun bakjes met grond en komen eerst een aantal weken warm en vochtig te staan, vergelijkbaar met een nazomer/herfst. Daarna gaan ze een aantal weken de koeling in, afhankelijk van de soort drie tot vier of soms zelfs acht weken winter.

Dan weer terug naar warm en vochtig, lente dus, en de zaden zullen ontkiemen. Soms werkt het niet meteen en herhaalt de cyclus zich: nogmaals koelen, dan weer warmer. In mijn agenda staan nu dus de momenten waarop ik de verschillende bakjes koud of warm neer moet zetten.

Overigens zijn het vooral sommige vaste, bloeiende planten die een dergelijke cyclus nodig hebben. Vanuit de natuur bekeken hebben de zaden deze eigenschappen om strenge winters te kunnen overleven, ze vertonen pas activiteit als de ergste kou uit de lucht is. De bekendste soort waar deze methode op toegepast wordt is de Lavendel – en hoewel deze planten in overvloed in de handel zijn is het toch leuk ze zelf eens te zaaien. Verder zaaide ik Cimicifuga, Ataea, Primula en Echinacea als koelkastplanten.

Ook zaaide ik Echinops, Digitalis en Asclepia, die allen juist weer een donker/afgedekt zaaibakje verlangen om goed te kunnen ontkiemen. Het gemakkelijkst was het zaaien van de soorten Salvia en Liatris, waarvoor verder geen bijzondere zorgen nodig zijn – grond en water zijn voldoende voor ze. En dan was er nog een zakje zaden waarop drie vraagtekens stonden, ook gezaaid en nu: ???

Het kweken van tomaten is een verhaal apart, want het is een gewas dat zeer veel aandacht vraagt. Anders dan in warmere klimaten, waar de planten zichzelf prima redden, is het hier een constante inspanning om de planten gezond, droog, luchtig gesnoeid en goed groeiend te houden. En dan nog bepalen de verschillende mogelijke schimmelziekten vaak hoe en wanneer het tomatenseizoen ten einde komt. De afgelopen jaren probeerde ik een aantal verschillende soorten uit in mijn kas, om vast te kunnen stellen dat alleen de moderne hybriden rassen enige kans op een goede oogst opleveren.

Zij groeien vaak een stuk krachtiger dan de ouderwetse algemene soorten, waardoor er bij ziekte flink in de plant gesnoeid kan worden – waarna deze weer goed verder groeit, terwijl dat bij de zaadvaste rassen meestal leidt tot geen of nauwelijks oogst of nog erger: einde plant.

Dit jaar zaaide ik minder planten dan voorheen, zodat er meer ruimte tussen de planten in de kas overblijft. Als het goed is zal dit de kans op schimmelziekten flink beperken, want de planten kunnen dan beter en sneller opdrogen en raken elkaar niet aan. Omdat ik maar een twintigtal planten ga neerzetten heb ik gekozen voor twee soorten, Crystal F1 & Corianne F1, beide staan bekend om resistentie tegen ziekten, grote opbrengst en heel belangrijk, een goede smaak.

Uiteindelijk kweek ik zo met al mijn zorgen en inspanningen elk jaar de duurste tomaten van Utrecht.

Verder werkte ik een paar uurtjes in de tuin. Ik verzette planten en grond, verplaatste een flinke stapel stenen en zaaide in de kas voor: erwten, peulen, tuinbonen en kapucijners. Komende week hoop ik nog een hekwerk neer te kunnen zetten waar deze straks tegenaan kunnen groeien. Daarmee is het seizoen nu echt begonnen – nog even en alles spuit de grond uit.