Vandaag heb ik de kas van onkruid ontdaan, dat viel mee – maar na een paar wintermaanden steekt er toch altijd wel iets de kop op daarbinnen. Eigenlijk wel vreemd, want na een lange tijd zonder water geven was de grond er goed droog. De klei droogt dan op in flinke brokken die eigenlijk alleen met een hamer klein te krijgen zijn en dat is natuurlijk geen tuinieren. Gelukkig kon het ook anders.

Na het verwijderen van het onkruid ben ik begonnen met het natmaken van de grond, zodat die makkelijker te bewerken werd. Een aantal gieters water en een paar uur wachten, meer was er niet voor nodig om de grond werkbaar te krijgen.

Eerst verkleinde ik de vochtige kluiten aarde met de spitvork en vervolgens maakte ik alles fijn met een stevige hark (met geslepen punten – ideaal voor klei.) En tot slot harkte ik alles nog een keer met een metalen bladhark, de flexibele tanden daarvan maken de grond fijn genoeg om direct in te kunnen zaaien.

Dat was niet geheel toevallig de volgende stap. Ik zaaide om en om een aantal rijtjes stengel-ui en zomerworteltjes, een rijtje raapstelen, een rijtje spinazie en een rijtje Groninger snijmoes: het begin is er.

Hoewel, ik begon afgelopen november eigenlijk al. Toen plantte ik een bed vol knoflook. Om en nabij de tweehonderd planten staan er nu – optimistisch veel, maar ik heb het idee om van het overschot straks knoflookpoeder te gaan maken en een deel van de teentjes komende november weer te planten voor volgend jaar. Vandaag heb ik het bed geschoffeld en ontdaan van alle winteronkruiden.

Binnenkort ga ik een deel van het knoflookbed mulchen met stro, als experiment om te zien of dat goed werkt tegen onkruid tussen de planten (uien en knoflook zijn berucht lastig om goed onkruidvrij te houden.) Het andere deel van het bed doe ik zoals ik gewend ben, zodat ik de resultaten kan vergelijken. To mulch or not to mulch, that’s the question…

De rest van de dag heb ik mij bezig gehouden met de bestrijding van zevenblad in een lastig hoekje van de tuin, het onkruid dat sommigen naar verluidt tot waanzin drijft. Ruim een speciekuip wortels van het gespuis heb ik uitgegraven, wat een klus. En terwijl ik dit schrijf groeit het ginder ongeduldig alweer aan, want zo is zevenblad.

Tegenover die waanzin heb ik als troef: koele planmatigheid en ijzeren discipline. Vanaf nu iedere week die hoek van de tuin in en ieder levensteken van zevenblad in de kiem smoren. En zo hoop ik komend tuinseizoen de laatste nog ongebruikte vierkante meters van onze tuin te koloniseren. Tenzij natuurlijk het zevenblad wint.

Verder gedaan: Tijmplantjes opgepot en Salvia, Crocosmia, Nepeta, Persicaria en Pulmonaria verplant – zij protesteerden niet.