Of toch op zijn minst uw eetgewoonten. Deze gedachte ging door mijn hoofd terwijl ik een veldje doorgeschoten sla naar de composthoop bracht. Dat was vlak voordat ik begon aan het schoffelen van een peterselie-overschot en nadat ik een hoeveelheid aardappelen voor een elftal had geoogst. Is het een goed aardappeljaar of gewoon optimistische planning? Een bakfiets vol aardappelen is in beide gevallen het antwoord.

140620_Plantaardig_2015_Oogst_02
Toch begint ieder tuinseizoen met het maken van een planning. Wat waar komt te staan met het oog op de wisselteelt en de hoeveelheden van alles wat ik dat seizoen ga kweken leg ik dan vast op een plattegrond van onze tuin. En ik vraag Mevrouw T met regelmaat: is er nog iets specifieks dat je graag zou willen eten, komend jaar? Paarse spruiten? Gele courgette? Enzovoort.

Ieder vak heeft vervolgens een nummer en ieder nummer heeft een twintigtal rijtjes om in te vullen. Het aardappelvak bestaat uit twintig rijtjes aardappelen, maar andere vakken zijn meer divers. Denk: vijf rijtjes wortel, vijf rijtjes ui, vijf knoflook, vijf biet. En sommige planten nemen de plek van meerdere rijtjes in, zoals kolen. Sommige rijtjes van snelgroeiende planten staan er maar vrij kort, deze plan ik dan altijd tussen traag groeiende en/of grotere gewassen. Bijvoorbeeld: een rijtje radijs tussen twee rijtjes pastinaak. Tegen de tijd dat de pastinaken aan de groei raken zijn de radijsjes al lang geoogst en hebben de pastinaken wat extra ruimte. En zo theoretiseer ik een teeltplan bij elkaar dat voldoet aan alle bekende variabelen.

Op basis van het plan bemest ik de grond en bouw waar nodig constructies met insectengaas of vogelnet om specifieke gewassen te beschermen. Dat is nogal wat moeite, dus naar mate ik langer tuinier weet ik ook steeds beter in te schatten wat we uiteindelijk wel en niet opeten, en daarmee of het die moeite waard is. In het eerste jaar lag de focus vooral op de techniek van het kweken van voedsel, en niet zozeer op hoeveelheden en onze smaakvoorkeur. Het gevolg was een seizoen hard werk en een composthoop vol ongebruikte groenten en een voorraad sambal waarmee we nog jaren vooruit kunnen. Daarna kwam dus het plannen en het zoeken naar een goede balans tussen gebruik, bewaarbaarheid, smaakvoorkeur, bijzondere probeer-groenten en de beschikbare oppervlakte tuingrond.

In ons geval blijken onder aan de streep de traag groeiende bewaargroenten steeds meer favoriet. Deze kennen vaak een zeer flexibel oogstmoment, wat de noodzaak om op precies het juiste moment te oogsten en gebruiken verkleint. En soms helpen we de groenten een handje om ze beter bewaarbaar te krijgen, wat het moment van daadwerkelijk gebruik in de keuken nog weer een stapje vrijer maakt. Doordat de groenten traag groeien hoef je er ook niet constant bovenop te zitten om een vrijgekomen vak na oogst weer in te planten – want veel gewassen staan er gewoon een heel seizoen. Om het nadeel van een late oogst op te vangen wisselen we deze gewassen hier en daar af met kleine hoeveelheden van snelgroeiende groenten, waar wat meer tijd en aandacht bij komt kijken.

140620_Plantaardig_2015_Oogst_03

Zo proberen we een steeds betere balans te vinden en leren we onze eetgewoonten in detail kennen – en hoe mooi dat alles ook klinkt: de komende tijd zijn wij veroordeeld tot het eten van aardappels en aardappels en aardappels en aardappels…(en lekker dat ze zijn!)