Gelukkig ben ik beter in het kweken van planten dan in het bijhouden van mijn aantekeningen daarover. Iedere week maak ik een overzichtelijke lijst van de dingen die gedaan en gezaaid moeten worden, en daar blijft het meestal bij. Ik zoek de benodigde zaden uit, leg de juiste gereedschappen klaar en werk eenmaal op de tuin het lijstje af en maak een nieuw lijstje voor de volgende week.

Het oude lijstje belandt dan onderin een tas, de papierbak of op de composthoop, het verdwijnt uit het zicht en uit mijn hoofd, er is immers een nieuw lijstje. Achteraf is het daardoor soms moeilijk te achterhalen wat ik heb gedaan en wanneer. Op welke datum zaaide ik dit of dat, en hoe was dat vorig jaar? Meestal heb ik daarvan geen idee meer. Soms heb ik foto’s gemaakt van mijn bezigheden, waardoor er op basis van de datum dan iets te reconstrueren valt, maar meestal niet – of juist dat wat ik wil achterhalen niet.

Zo vroeg ik me vandaag bij thuiskomst af, hoeveel bonenstokken ik vorig jaar ook alweer had staan. Antwoord: geen aantekeningen en geen foto waarop het geheel te zien is. Dus nu heb ik geen idee van het aantal en moet het tellen van de stapel stokken op het lijstje voor de volgende keer. Had ik maar ergens in een schriftje genoteerd: “Begin mei, vier soorten bonen gezaaid, zestien stokken, eerlijk verdeeld. En dan later in het jaar: De opbrengsten per soort.” Waarmee ik dan mijn planning voor de tuin van dit jaar weer had kunnen verfijnen.

Merkwaardig genoeg komt het omgekeerd ook wel eens voor. Vandaag wist ik na een dag tuinwerk precies hoe de zaken er vorig jaar om deze tijd voor stonden, want op Koningsdag plantte ik toen de tomaten in de kas. En zo weet ik ook nog goed dat de kas vorig jaar tot aan het moment van tomaten planten nog helemaal ongebruikt was – hij stond vol met spullen voor de verbouwing van het tuinhuis. Eerst bouwmaterialen, later zakken met afvalmaterialen. Dat ruimde ik allemaal op en plantte daarna mijn tomaten en maakte – o wonder – onderstaande foto.

Koningsdag 2014, opgeruimde kas met zojuist geplante tomaten.

Koningsdag 2014, opgeruimde kas met zojuist geplante tomaten.

Dit jaar laat dat alles op zich wachten, want de kas staat nog vol met een voorteelt die nog even tijd nodig heeft. Van voor naar achter staat het stampvol met rijtjes spinazie, raapstelen en snijmoes (ook een soort raapsteel). Verder staan er peterselie, koriander en selderij, radijs en zomerprei, stengel ui en zomerwortel. Van verschillende dingen hebben we al kunnen eten, andere groeien gestaag, maar traag.

Op de schappen staan verder nog allerhande bakken met zaailingen van iedere mogelijke koolsoort, bieslook, artisjok, venkel, pompoen, courgette, augurken, enzovoort. En o ja, ook nog die drie balen stro die ik droog probeer te houden. Volle bak, dus de tomaten moeten nog even wachten. Nog een week of twee denk/hoop/gok ik, tot de spinazie oogstbaar is, het stro op de bedden met aardbeien kan en eindelijk de ruimte die ik nodig heb vrijkomt.

Mevrouw-T omschreef de betreffende rijtjes trouwens als ‘met militaire precisie gezaaid’ en mompelde ook iets over een ‘fabriek’. Dat wil zeggen dat ik kweektechnisch aardig op dreef ben. Maar eerlijk is eerlijk de fabrieksadministratie is een puinhoop. Waar Mevrouw-T strakke rijtjes groenten ziet staan, zie ik een plantaardige variant op het aloude ‘verdeel en heers’.

Het is nu immers de spinazie die misbruik maakt van de situatie. Prachtig gezond staan stralen in de kas, de belofte van een flinke oogst, maar daadwerkelijk groeien ho-maar, en ondertussen lekker veel ruimte bezet houden. Schoffel die oogst dan maar eens om om ruimte te maken, mooi niet! Dus is het momenteel de spinazie die dicteert. De tuinier en overige planten staan machteloos.

En hoewel ik nu toevallig weet wat de verhoudingen in de kas tussen vorig jaar en dit jaar zijn, weet ik niet op welke dag ik dit jaar de machtsbeluste spinazie heb gezaaid, maar wel dat ik dat volgend jaar het liefst twee weken eerder doe. Daarom deze aantekening. Opdat ik volgend jaar mijn spinazie de baas blijf.