Komende week verjaar ik. Het wilde al gevierd worden, dus nodigde ik wat mensen uit bij ons thuis. Natuurlijk moesten daar boodschappen voor gedaan worden.

Ik reisde 40 minuten met de bus naar Cothen om daar kaas te kopen en de koeien te aaien. Toegegeven: dat is overdreven.

Lekkere kaas kun je ook veel dichterbij kopen. Ik ben een boek aan het lezen waar in staat dat ik mezelf moet meenemen op leuke uitjes en wat ik heel leuk vind zijn boerderijdieren dus die ging ik bekijken en bekloppen op de kaasboerderij. Ik logeerde een zomer naast die kaasboerderij en had de koeien al geroken. Ze waren lief dus ik wilde ze graag weer eens zien. Ik greep het boek aan om aan die behoefte te voldoen. Ondertussen kon ik mooi boodschappen doen bij een boer, ook al leuk.

Op de heenweg zag ik de wieken van de molen van Cothen draaien wat betekent dat de molenwinkel open is. Kon ik zo twee kilo zelfgemalen meel kopen à €2 van een oude man met een hond, die de hele dag sjekjes mag roken (de man). Ik denk hierbij: “het leven is genieten” dat denk ik nou nooit als ik een “excellent” product van de AH koop.

Door de regen liep ik 12 minuten naar de boerderij, waar ik het bordje zag met de openingstijden. Ze doen er aan lunchpauze dus tussen 12:30-13:30 ga je maar koeien aaien, dan is de boerderijwinkel gesloten. Het was uiteraard 12:40 toen ik aankwam, maar ik dacht: ik heb vast geluk. En dat had ik. Ik aaide de pony, de shetlandpony (oren in de nek, maar toch laten aaien, ik snap ze nog niet helemaal maar het zijn wel mijn lievelingsdieren). Ik liep de stal in, groette de koeien, dat mag daar allemaal.

In de winkel (de boer kauwde zijn boterhammen nog na) zei ik dat ik nog wel even moest nadenken wat ik allemaal wilde en dat hij zijn boterham best in alle rust op mocht eten. Ik voelde me schuldig omdat ik hem en zijn vrouw stoorde in hun lunchtijd. Na een tijdje verscheen de boerin (ik herkende beide van de foto van hun website).

Ik kocht allerlei verschillende kazen van allerlei verschillende dieren, allemaal uit Cothen en omstreken. De boerin kon me alles vertellen over waar de kazen vandaan kwamen, waarom de kazen smaken als ze smaken, de voorgeschiedenis van de sinds die dag weer verkrijgbare Blauwe Klaver-kaas.  Er was ook brie (op het bordje: “gewoon uit Frankrijk”), maar die kocht ik niet. Ik wilde het lokaal houden. Ze hebben er ook rauwe melk en zelfgemaakte yoghurt. Ik nam het allemaal mee.

Op de site van de kaasboerderij staat informatie over hoe ze werken, waarom, wat ze verder nog doen, verfraaid met foto’s, waaronder deze bijzondere foto die een stukje over het meedoen aan koeienschoonheidswedstrijden opluistert.

 

Ik had onze bakfiets op het station gestald (van de ene naar de andere stal, maar waarom noem je iets een “koeienstal” en is het een “fietsenstalling”? dat terzijde), dus ik kon meteen door naar Lombok om de rest van de boodschappen te halen. Het werd een enorme boodschappendag.

Bij Slijterij Besseling aan het begin van de kanaalstraat hadden ze geen kratten bier (dwz pils) en voor een feestje hoor je een krat bier te kopen, is mij met de paplepel ingegoten. Gelukkig hadden ze er wel biologische wijn voor een zeer redelijke prijs (€5). De jongen die me hielp (ik meen van de 3e generatie Besselingen die in de winkel staat) vertelde me ook hier van alles over de smaak, de nieuwste wijnlanden, de herkomst van de kassa. Dat is een opvallend verschil met de supermarkt, de anderen weten allemaal méér van hun producten en winkel. Weten wat en waarom en wanneer en nog veel meer.

Ik kocht een doos biologische droge witte wijn en vroeg of ze ook kleinere flessen zoete witte wijn hadden, mijn stiefmoeder drinkt dat graag, maar soms drinkt ze geen wijn en dan zit ik met zo’n fles van die bocht. Buh. Ik mocht ‘m komen terugbrengen als ‘ie overbleef. Een mooie verkoopmove want ik zou ‘m nooit hebben teruggebracht, maar nu was ik wel over de streep getrokken.

Ik wilde ook prosecco kopen en want ik hou zo van bubbels in de wijn. Mmmm. Maar de vorige keer dat ik een feestje had, kieperde ik gewoon al mijn gewoontes over boord en kocht een doos met prosecco bij de Aldi. Dat kon nu niet meer dus toen moest ik dit weggetje even bewandelen in mijn hoofd: ja maar ik wil prosecco, ja maar dat kan niet want dat is in andere winkels duurder, ja maar waarom, ja omdat de Aldi rommel verkoopt waar de makers waarschijnlijk veel te weinig aan overhouden, ja maar dit is een feestje en daar wil ik bubbels bij, ja maar als je bubbels wilt moet je er ook voor betalen, ja maar dat is heel duur. Ja maar dus dan kan het dus niet op jouw feestje. Aha. Sommige luxe dingen zijn zo goedkoop gemaakt (vlees is er een heel belangrijke van) dat het veel bereikbaarder is dan het hoort te zijn. Geen prosecco dus. Zeker niet een hele doos om heel de avond te kunnen bruisen. Gelukkig ben ik impulsief genoeg om toch een fles met cider te kopen, ook bubbels, ook lekker en ook €5 per fles. Ik kocht er 1.

Bij de Persepolis, ze kennen me er al van gezicht, kocht ik broodjes, smeersels, koffie en ander jolijt. Het is mijn nieuwe supermarkt geworden omdat ze er bijna álles hebben en bijna alles er lekkerder is dan ik gewend ben.

Ik had nog altijd geen bier, maar gelukkig is er nog een slijter op de kanaalweg, veel verder naar achteren. Daar hielp een aardige Limburger me aan een kratje biologische Gulpener pils. Ik was klaar met de boodschappen. Olé.

Het was een heerlijk feest met allemaal heerlijk eten, geweldige wijn en zelfgebakken taarten. We aten veganistische pompoensoep. Het recept staat hier.

Mocht je belangstelling hebben in de kwantiteit van mijn jaren: ik word nadat ik dit schrijf 32, net als meneer T.