Vannacht kon ik niet slapen. Steven was meegenomen naar internationale wateren en zou daar waarschijnlijk worden doodgeschoten en het bellen naar 112 ging heeeeel moeizaam – iets dat me soms doet beseffen dat ik slaap waardoor ik heel even lucide droom – maar vannacht niet. Ik woelde een tijdje door en buiten mijn raam begonnen allerlei mensen vanuit allerlei hoeken een Afrikaanse taal tegen elkaar te schreeuwen. Dit was wel echt. En het wekte me.

Ik lag een tijdje wakker. Soms als ik wakker lig, krijg ik geweldige inzichten. Het is dan alsof het overdag te druk was om te bedenken wat wakkerliggend heel helder wordt. Ik had de dag ervoor complimenten gekregen over mijn schrijven en dat had me herinnerd aan een dood spoor waar ik de laatste tijd naar toe trein.

Ik wil weer schrijven.
Als ik schrijf heb ik een thema nodig.
Ik heb nog geen thema.
Ik moet een thema bedenken.
[…. wachten op thema …]

Eerder als ik schreef koos ik altijd een thema (Nederlands studeren, vakantiefietsen, niet in de supermarkt winkelen) en daar schreef ik veel over. Nu voelde ik al een hele tijd de behoefte om weer iets te schrijven dat andere mensen mochten lezen, maar dat thema dat kwam maar niet. Er waren een aantal thema-kanshebbers maar met allemaal was wel iets mis.

Ik schreef wel veel over de blinde paniek die ik de afgelopen maanden voelde als ik geconfronteerd werd met situaties waar ik me geen raad mee wist. Dat werkte louterend. Schrijvend praatte ik met mezelf. Ik zag me dingen opschrijven en wist dat ze niet waar waren, dat ik te streng was. Ik kon er hele strakke knopen mee lospeuteren. Niet in een keer, maar stukje bij beetje. De schrijven hielp me, maar dat aan lezers geven kan niet. Het is een ongenuanceerde stream of consciousness. Ik verplichtte mezelf een bepaalde tijd te typen. Ik moest maar door blijven typen, ook als ik niet wist wat te schrijven. En dat werkte.

Ik typte en typte en typte maar. Als ik schrijf ga ik heel goed voelen en zien hoe het zit.

Wakkerliggend besloot ik dat ik dit keer geen thema hoefde, dat ik gewoon ging schrijven over de dingen die me nu bezighouden. Dat er wellicht een thema bovendrijft, of niet, maar dat ik gewoon maar wat schrijf. Elke dag.

Daarna lag ik nog een hele tijd wakker, in mijn hoofd al stukken schrijvend die ik nu allemaal vergeten ben. Ik nam me voor een maand lang te schrijven. Er moet wel iets van structuur in zitten anders schrijf ik niet.

Ik zet het online met een kleine vertraging vertraging. Eerst deed ik dat niet, ik schreef tot het klaar was, geen teruggekijk en drukte op publiceren. Nu schrijf ik een paar dagen vooruit, herlees. Publiceer. Ik zet elke keer een wekker want “35 minuten schrijven” bevalt mij -ook hier- beter dan schrijven tot er geen woorden meer komen.