deel 2/2 |  Finale – Caccamo  | fiets 59,7 km | wandelen 2,7 km  | zaterdag 4 februari 2017

De appartementeigenaar heeft mijn wanhoops-sms nog vers in het geheugen. Hij laat me geen meter verder fietsen. Het appartement dat ik bij hem heb geboekt, is nog verder de berg op, er worden zelfs trappen voorspeld tijdens de reis erheen.  Neen, dat vindt hij geen goed idee. Gelukkig heeft hij nog meer appartementen.

Ik krijg het appartement boven het kantoortje waar we voor staan. Tegenover de gelateria met het leuke terrasje. Hierboven! Ik hoef nergens meer heen, ik ben er al.

Het is een heerlijk appartement. Een groot bed, een keukentje, een balkonnetje. Ik ben zó content met het appartement. Als ik er binnenstap weet ik dat ik hier meer dan één nacht wil slapen. Het is zo prettig daar. Niet bijzonder mooi, maar gewoon: fijn. Dat bad waar ik zo naar verlangde, is er niet. Het deert me niet.

Ik inventariseer de schade aan mijn gezicht:

Als ik fiets zie ik er soms uit als een jongetje.

Ik was de dag van me af. Tijd om het dorp te verkennen.

Er zijn een aantal barretjes. Één ervan voorziet me van rode wijn en ik krijg er zoutjes en olijven bij. Ik jaag een oude man van een tafeltje weg en lees verder in mijn kasteelroman. Ik ben tenslotte in een kasteeldorp.

Af en toe denk ik aan de Dokter, dat ik me nog altijd goedkoop voel omdat ‘ie niet meer wilde komen toen ik niet met ‘m vrijen kon. Nou ja niet kón, het kón heus wel maar hij vond van niet, nou zeg wat een eikel eigenlijk. Nou daar gaan we weer!

In een volgende bar bestel ik een volgend glas wijn, waar ik nog betere snackjes bij krijg. Wat een heerlijk land. Hé hoi twee wijn op een hongerige fietsmaag. Ik leg het boek neer en begin te schrijven aan een epistel voor de Dokter. Hij heeft me gevraagd hoe het fietsen vandaag ging. Nou…

“It was a very hard day. Lots of wind, in the end I had to bike up a giant mountain, it was so steep I had to walk for the most part. It was so hard I almost gave up, I cried, cursed aloud, hated every car that passed me that didn’t offer to save me. I cursed at myself for booking an apartment at this place far up in the beautiful mountains.
Also I was angry with you for not coming and thus making me feel cheap. Like if we could not fuck, there was no need to make an effort, it felt like you treated me like a princess first and then you made me feel like a sex doll for being honest.
And then I got angry because whatever, I love it when people want to sleep with me and I don’t want to be angry. I’m not here, cycling by myself to be upset by someone not visiting me, even more it is the opposite of what I want. Id rather not meet up with people again and just see what the next town will bring me.
So I am here now, I have a gorgeous city center apartment, I am presumably in a gay bar and drinking Nero d’Avola wine again, reading a book, writing this novella to u.
Tomorrow I am going hiking. It is beautiful here, worth the hellish way up.”

En hij zegt natuurlijk:

“I’m truly sorry that I have hurt you. It wasn’t any of my intention ” en vult dat aan met veel lieve, aardige dingen over mijn persoonlijkheid en een mijn kuskwaliteiten. Want hij is erg aardig. En helemaal geen stommerik. Hij dacht dat ik wilde dat hij niet kwam. Hij werkt te veel. Kortom: hij is al bijna mijn Italiaanse vriendje. Maar er is nog altijd dat detail dat nu boven is gedreven: ik weet dat ik hem superrrraardig vind (en ook vrij aantrekkelijk) maar dat er geen zielsverbinding is. Maar soit, dat houdt me niet tegen te verlangen dat hij hier nu zou zijn. Het appartement waar ik nu slaap dat is echt perfect voor een intiem samenzijn met een vakantieliefde. Maar hij moet levens redden en ik ben te ver gevakantiet.

Ik eet een gruwelijk Italiaans maal in een toeristenrestaurant in kelder van het kasteel. In de achterzaal is een feestje met heel veel mensen. Ze roken in de deuropening. Ze draaien Cotton Eye Joe.

Ik top mijn maal af met een cannolo: een koekje gevuld met ricottaroom, typisch voor de regio. En dan nog een limoncello. Fissa.