Onze vakantie was niet supermarktloos. Zonder veel moeite lieten we alle hypermarchés links danwel rechts liggen. De gigantische metalen dozen waar we boodschappen konden kopen, verleidden ons nooit.

De eerste dagen hadden we voldoende voorraad om vooruit te kunnen zonder al te veel toevoegingen. De allereerste avond kwamen we aan op een camping, vroegen aan de 24-jarige campingeigenaar of hij sla had die we konden kopen, waarop hij ons zijn zakje voorgesneden sla-melange cadeau deed.

We zijn tijdens onze hele reis overladen met cadeau’s, gulle gaven en ander inspirerend gratis. Gifting (dus: geven zonder terugverwachten) was een fijne rode draad.

Die eerste avond ontmoetten we een solitaire fietser, die we aan onze tafel uitnodigden. We deelden meteen onze sla.

De volgende dag vroeg ik aan de aardige, iets beschonken buren of ze wisten waar ik pasta kon kopen, waarmee ik hoopte te bereiken dat ze het ons zouden doneren en aldus geschiedde.

Zo hoefden we niet naar de grote boze hypermarché, zolang al onze reisvrienden dat maar deden. Geen lange-termijn-oplossing, wel het einde van de honger van die dag.

Het is heus makkelijk, zo’n grote reus waar ze alles wat je wilt hebben van 5 merken in 4 verschillende formaten verkopen, maar we wilden er niet aan. We reden van stadje naar stadje en bezochten in de dorpskernen, als het niet anders kon, kleine supermarkten; vermoedelijk van even grote ketens als hun grote zussen. Met als verschil dat deze kleintjes dan in elk geval nog mensen naar de dorpskern lokten.

Brood kochten we uiteraard alleen in boulangeries en uiteraard vonden we in een snoezig dorpje een vieille dame die maar niet kon begrijpen wat we zochten toen we vroegen om een boulangerie, totdat we ‘pain’ en ‘croissant’ zeiden. Toen zei ze eindelijk begrijpend: “oh jullie zoeken een boulangerie” en ja, dat klonk precies als zoals wij het zeiden.

We reden per ongeluk Dijon in, daar vonden we een man die in foodtruck houtgestookte oven dure, 1/5 verbrandde pizza’s zou blijken te bakken. Ons hipsterhart veerde op, we bestelden er twee.

Achter de keet bevond zich een winkel en ik hoefde geen Frans te snappen om te begrijpen dat ik was gestuit op een heuse regionale, lokale niet geketende supermarkt. Ik gooide mijn mandje vol met ciders en probeerde uit te leggen dat ik havermout wilde, dat hadden ze niet. Ze hadden geen goeie mosterd. Ze hadden er heel weinig en dat was jammer, want ik wilde er erg veel kopen.

Ze zag in mij een ideologie-verwant, dat zag ik aan haar. Dus ik snapte wel dat ze wilde vragen: “hoe heb je ons gevonden en wat doe je hier” maar mijn Frans, het is zo erbarmelijk. Ik bundelde al mijn frustraties, mijn hopen, verlangens, mijn kweeste zonder supermarkt, ik bundelde alles in die ene zin: “je déteste l’hypermarché”. En ze verzuchtte “ja ik ook”. We hoefden elkaar niet zo veel te zeggen, we waren het toch al helemaal eens.

Elders in Frankrijk vonden we een andere biologische supermarkt, wel een keten, maar mensenkinderen, daar hadden ze tenminste alles wat je biologische hartje begeert. We deden ons tegoed aan van de airconditioning en kochten  al het avondeten voor op Nowhere (het festival waarnaar we onderweg waren), kochten voor 50 mensen ontbijt (we hadden bedacht dat we elke morgen ontbijt wilden serveren op het festival) en een heleboel graanrepen en andere dingen die ons van de hongerdood zouden behoeden op dat geweldige festival waar je geen eten kunt kopen, en alles dus zelf moet meenemen. Radical Self Reliance, huppa. Na anderhalf uur stonden we weer buiten, we hadden inmiddels een diepe emotionele band met de medewerkers en hadden er zelfs achter de schermen mogen plassen.

Meneer T (die niet mee was op vakantie) had het de eerste weken van mijn afwezigheid goed volgehouden. Ik verdenk hem ervan de voorraadden te hebben opgegeten, rijst met spaghettisoep, dat soort fratsen. Na die tijd kreeg hij weer een grote klus en werkte 12 uur per dag, probeer daar nog maar eens een supermarktlooskeukenkastje naast te onderhouden.

Ook ik moest er weer aan wennen om niet voor de gemakkelijkste optie te kiezen: de plek waar alles in een winkel ligt. Het winkelen in de supermarkt voelt als een vies genoegen, na een dag hard werken, met hoofdpijn en het is warm en je wilt naar huis. Ik ben naar de Aldi geweest, en een keer of twee naar de AH.

Gelukkig heeft Meneer T in de tussentijd niet stil gezeten. Hij heeft een Overzicht gemaakt van wat we in de afgelopen maanden hebben gekocht en waar en wat we zoal nodig hebben. Zo kunnen we straks efficiënter boodschappen doen en kunnen we voor sommige dingen een paar keer per jaar naar een supermarkt voor toiletpapier en schuursponzen.

We zijn dus maar wat minder rigide geworden over ons supermarktbeleid, na de vakantie ben je altijd zo heerlijk ontspannen geworden he, dan wil je ineens je leven weer omgooien.

ps. als je dit leest terwijl je in Frankrijk bent neem dan AJBAJBAJB roze toiletpapier voor me mee, zo veel als in je auto past. Ik betaal je terug in centen en origamidieren.