deel 1/2  | Felitto – Agropoli | fiets 52,1 km | donderdag 19 januari 2017

(Ik ging “Fietsend van Napels naar Palermo”. Lees alle verhalen vanaf hier, of koop mijn eBook en lees alles op je eReader)

Mij wordt een zelfbakken cake geserveerd, een caffè en warme melk. Ondertussen kijk ik op de kaart en laat aan de gastvrouw en haar gastman zien wat ik allemaal van plan ben te fietsen vandaag, richting Torre Orsaia. De man zegt allerlei Italiaanse woorden die ik uiteraard niet versta.

Neve“, zegt hij, “No! Neve!” Ik typ dat woord in mijn vertaal-app en leer zo het woord voor sneeuw.

Blijkbaar ligt er echt heel veel sneeuw daar waar ik heen wil, zo veel sneeuw dat fietsen onmogelijk is.

Kan ik zijn inschatting vertrouwen? Weet hij wat ik kan? Alle Italianen die ik tot nu toe over mijn plan vertelde keken sceptisch: “Zo ver!”, “Waarom?”, “Waarom nu?”, “Alléén?!”.

Ik baal en weet niet wat ik moet doen. De beste route die ik kan nemen, zegt de gastman, is terug richting de zee en dan langs de kust blijven fietsen. Dat betekent dat ik die hele weg van gisteren weer fiets, maar dan de andere kant op. Oh, wat vreselijk om zo ver terug te moeten fietsen! Daar heb ik helemaal geen zin in.

Ik heb het gevoel dat ik op moet schieten, wil ik op tijd in Palermo zijn. Een maand om 900 kilometer te fietsen is ruim voldoende tijd, als het moet kan ik zelfs een trein nemen naar het eindpunt, maar toch .. het voelt alsof ik haast moet maken.

Vreselijk of niet, ik ga toch terug fietsen. Ik leg me er bij neer. Het is nu eenmaal zo.

Ik krijg voor onderweg vier verse eieren van de gastvrouw en fiets dertig kilometer terug richting de zee.

Het is koud ’s ochtends. Het eerste stuk fiets ik hoofdzakelijk berg op. Gisteren voelde het helemaal niet alsof ik aan het einde van de dag alleen maar daalde maar mijn klotsende oksels en de stralen zweet die van mijn rug mijn sportlegging inlopen, vertellen me vandaag een ander verhaal. Ik fiets weer door het bergdorp Roccasepide met de supermarkt waar ik een courgette kocht.

Onderweg bak ik onder een boom, schuilend voor de zachte regen, op mijn kleine kookstelletje de lekkerste omelet die ik ooit gegeten heb met twee verse eieren van de gastvrouw, courgette uit Roccasepide, een beetje zout en wat tijm. Ik bak in het verkeerde pannetje en kook derhalve de rest van mijn reis met aangekoekt ei op de bodem maar heb wel een herinnering aan de lekkerste omelet.

Ik zet ook nog een kopje koffie want er zit nog genoeg alcohol in de brander om water te koken. Mensen die me zien zitten, kijken me droog vanuit hun auto’s aan alsof ik gek ben, maar het gepruts met beperkte middelen vind ik een van de leukste onderdelen van fiets- en kampeervakanties.

Gesterkt fiets ik weer verder, hierna hoef ik slechts twintig kilometer naar beneden te glijden. Na gisteren weet ik dat ik me extra warm moet aankleden en proberen zo veel mogelijk te blijven trappen zodat ik niet te veel afkoel.

Ik snijd vandaag geen stuk af dus de blaffende honden van gisteren kom ik gelukkig niet meer tegen.

Onder aan de berg, bij het terras in de zon, waar ik gisteren een witte boterham met tonijn at, word ik herkend door de barman, zo veel fietsers komen hier niet. Hij weet nog precies wat ik gisteren bestelde, maar vandaag eet anders. Ik bestel een uitstekende selectie van kleine gebakjes uit de goed gevulde vitrine. Er is in Italië zo veel geweldige patisserie! Rijen vol gevulde cornetti (croissantjes), gebakjes, koekjes, vlootjes met room en bosaardbeien lonken in de saaiste dorpen vanuit de etalages. Delizioso.

Omringd door gebakjes zoek ik online een mooi hostel in Agropoli, een kustplaats niet al te ver weg. Ze nodigen expliciet travellers uit, top. Reizigers zijn, in tegenstelling tot toeristen vaak wat onconventioneler en ze douchen minder. Precies waar ik van hou.

Vooraf boeken lukt me niet, maar ik heb Anja het adres geven en ze navigeert me erheen. De kortste weg is via de autostrada. Hier mogen automobilisten 80 km/u rijden. En ik mag er fietsen. Het is mooi weer. Het fietst niet zo fijn als je de hele tijd op een halve meter wordt ingehaald door scheurende auto’s, maar de weg is niet al te steil en het is zo’n prachtige dag.

Bij een benzinestation neem ik mijn stuurtas van mijn stuur, maar laat ik mijn fiets met de andere (als je weet hoe ze werken, heel gemakkelijk steelbare) fietstassen onbeheerd achter, ren de trappen af naar de toiletten, plas, ren naar boven. Alles staat er nog. Zo dat hebben we ook weer getest. Vanaf nu kan ik er minder moeilijk over doen.

Rond 14.30 uur ben ik al in Agropoli, vroeger dan ik wil arriveren op een eindbestemming na een fietsdag. Ik wil natuurlijk zo efficiënt mogelijk fietsen, tot zo laat mogelijk in de avond. Maar vandaag even niet. Vandaag stop ik hier want een volgende grote plaats is te ver weg en erger dan te vroeg ergens aankomen, veel veel erger, is te laat aankomen.

Het hostel vind ik zonder moeite. Het ziet er uit als een heerlijke plek, een paradijsje, met uitzicht op het strand en de boulevard. Het ziet er ook heel rustig uit. Sterker nog, het ziet er uit alsof het gesloten is.