Zes weken heb ik mijn huis uitgeleend aan een vriendin. Ik reis rond met een rugzak en flexwerk waar ik kan, ik plan weinig [overzicht].
Lees hier alle verhalen over mijn huisloze tijd.


>> 14-25 mei Amsterdam Noord, met couchsurfer

Wanneer ik aan het reizen ben en couchsurf, neem ik me altijd voor om als ik thuis ben ook onbekenden op mijn bank te laten slapen.

Veilig thuis kruip ik al snel diep weg in mijn comfortabele zone en zet mijn logeerbank-status op “maybe accepting guests”. Dientengevolge ontvang ik weinig slapers.

Gelukkig delen Shammie en ik couchsurfers. Zij laat ze op haar bankje slapen en geeft ze ’s ochtends ontbijt. Ik mag mee leuke dingen bedenken en doen.

Zo verwelkomden we laatst een 22-jarige Costa Ricaan. Hij wilde twee dagen na koningsnacht komen maar Shammie overtuigde hem om vooral niet in dat saaie Parijs te blijven hangen maar direct naar Utrecht te komen om de verjaardag van onze koning bij de wonen.

Het werd de leukste dag van het jaar (een gedeelde eerste plaats met deze dag, op de hielen gezeten door deze dag).

De volgende dag dansten we salsa. Een dag later wandelden we gedrieënlijk vijfentwintig kilometer door bossen en nog later kanoden hij en ik door Utrecht. Hij was aardig, deed zijn best maar was totaal anders dan ik. Tijdens het kanoën genoot hij ook met volle teugen en ook bij hem was het prettig om mee te genieten. Maar het was toch heel anders. Gesprekken voeren deden we, van diepgang was geen sprake.

Al snel ging hij weer op weg naar nieuwe landen, reisavonturen, vakantieliefdes en natuur (enzo). Hij had een onbeperkte eersteklas treinreiskaart en was niet bang ‘m te gebruiken.

Twee weken later appte hij Shammie: hij had de waterpokken. Hij had koorts en jeuk en zat onder de bulten, in het hostel wilden ze van hem af want waterpokken zijn hartstikke besmettelijk.

Nu is Shammie dol op mensen verzorgen, maar met de waterpokken kwam hij er bij haar niet in want zij had ze nog niet gehad.

Ik logeerde op dat moment bij haar (we vierden dit) dus ik had geen bank om hem aan te bieden. Gelukkig wilde Janne, die nu zes weken in mijn huis woont, hem wel op haar bank een beetje beter laten worden.

Zo kon ik op bezoek in mijn eigen huis. Hij was te ziek om te koken dus mocht ik  koken eten van Shammie in mijn eigen magnetron opwarmen.

Toen ik weer een eigen huis had, een paar heerlijke dagen in Amsterdam Noord, mocht hij bij mij logeren. Ik reisde vooruit, waardoor ik een nacht alleen in mijn nieuwe huis kon slapen. Ik strooide mijn bezittingen door het huis en sprong het bad in (een bad, yes please).

Op de dag dat hij kwam, was ik een beetje chagrijnig. Waarom, vroeg ik me af, want ik had die dag tussen de groene bomen door Noord gerend. Ik had heerlijke koffie gedronken, gewerkt. Het was lekker weer. Ik was gezond en op reis.

Maar er kwam iemand bij me wonen en ik vond het best wel spannend. Dit was namelijk geen ik-trek-lekker-mijn-eigen-plan-couchsurfer of we-hebben-al-zo’n-leuke-klik-vriend. Dit was een jonge zieke, die de hele tijd op mijn bank ging liggen. In mijn huis. Terwijl ik moest werken. En we hadden het leuk gehad eerder, maar dat was een feestweekend en zoveel hadden we elkaar niet te vertellen.

Waarom ben jij niet zo’n leuk iemand die leuk en gemakkelijk met iedereen kan samenleven, verweet ik mezelf. Waardoor ik nog kribbiger werd.

Hij kwam klagend binnen over het openbaar vervoer en ik wilde hem van een stoepje duwen. Hij was namelijk wel ziek, maar was ook in de ongelooflijk luxe positie dat er drie quasi wildvreemden voor hem aan het zorgen waren. Ze kookten, wasten, haalden anti-jeuk en lieten hem in hun huis slapen.

Maar hij was dus echt ziek. Zijn gezicht zat onder de rode bulten. Zijn koorts was net 20 uur daarvoor gezakt en niemand kon hem uitleggen hoe je voor de bus kon betalen, was ook best irritant ja.

Ik toonde hem zijn kamer, het prachtige huis.

Het huis was van Fleur en Fam. Ik zou al een week eerder in hun huis hebben mogen logeren, ware het niet dat één van Fleurs kinderen ook waterpokken kreeg. En daarmee mocht hij het vliegtuig niet in.

Toen ik mijn nieuwe bank wilde aanbieden aan de couchsurfer, dacht ik er gelukkig net op tijd dat vooraf even te overleggen met Fleur ipv dat zij dat via de appgroep van de buren zou horen. Ze vond het goed dat ik -praktisch wildvreemd- een nog wildvreemdere bij me liet logeren.

Hoe lang wil je blijven? vroeg ik de Couchsurfer, “ik woon hier tot en met de 25e.” Dat was ruim negen dagen.
Nou zo lang wilde hij ook wel blijven.

Waarom niet, dacht ik, hij heeft  een huis nodig en ik heb een huis. Ik had me verheugd op alleen, want ik ben dol op alleen, maar ik wil ook meer mensen ontmoeten en meer mensen om me heen. Mij werd gezelschap in de schoot geworpen, ik ging daar geen nee tegen zeggen.

Maar.

Ik dacht: oh jee zo lang.
Ik vond dat ik me eroverheen moest zetten: ik wilde toch zo graag reizen en avontuur en uit de comfort zone, nou hazza, eruit dan maar.

Hij was inmiddels al koortsvrij en als hij nog een aantal dagen op mijn bank kon aansterken dan kon hij prima weer voor zichzelf zorgen.

Dus ging ik er ’s avonds maar eens voor zitten en zei ik tegen hem: “even over de duur van je verblijf”, ik slaakte een diepe zucht en maakte geen oogcontact “het is te lang”. En ik stelde een uiterste vertrekdatum in. Ik legde de schuld bij mezelf: ik heb meer ruimte voor mezelf nodig, ik ben niet zo’n leuk iemand die graag de hele tijd met andere mensen is. En dat is onder andere hoe ik het soms zie, maar het was ook dat wij samen niet konden wonen, ziek of niet.

Hij ging meteen zoeken naar andere plekken om te logeren, zuchtte af en toe dat hij niks kon vinden, dat alles zo duur en te vol was. Dan glimlachte ik bemoedigend en ik dacht tegen mezelf: onthoud dat het niet jouw probleem is. Ik wil helpen, maar er is een grens aan mijn gehelp. Ik mag grenzen stellen. Ik wilde me er niet schuldig over voelen. Ik wist dat het zijn probleem was en dat hij dat prima zelf ging oplossen. En ik voelde me natuurlijk schuldig.

Hij kreeg  al snel heimwee, maar ik geloofde er niet in. Hij was gewoon even sip omdat zijn reis nu niet was hoe hij wilde dat het was. Als hij weer natuurschoon, stedelijke pracht en praal of met honderden andere dronken twintigers in een zwembad stond te housen dan was hij zijn heimwee zo weer vergeten.

We leefden met elkaar. Ik probeerde ondertussen Amsterdam te leren kennen. Hij was steeds bang dat hij nog besmettelijk was, dus hij durfde niet zo goed naar buiten. Ik -met al mijn medische kennis- zei dat hij al lang niet meer besmettelijk was en nam hem mee naar de supermarkt.

Die avond maakte hij eten uit zijn thuisland, daar werd ‘ie blijer van. En ik ook, het was heerlijk.

We klikten niet. Ik dacht even dat het ons leeftijdsverschil was, maar sprak die avond met een 23-jarige vriend af om te picknicken in het Vondelpark en wist weer zeker dat ik in elk geval soms met jonge mensen uren kan praten en lachen.

Hij maakte een collage voor me, waarin hij probeerde uit te drukken naar wat “reizen” voor hem betekende. Dat vond ik leuk, want we zochten daar allebei naar. Ik probeer erover te schrijven: wat ik precies zoek als ik op reis ben. Ik kom er niet uit. Ik maak door stukjes te schrijven een collage en probeer zo ook uit te vinden wat ik eigenlijk aan het doen ben en waarom.

Na vijf dagen aansterken zwaaide ik hem uit. Mij restten nog een paar dagen alleen in Amsterdam en ik genoot er met volle teugen van. Ik rende door de stad met angstaanjagend fitte Amsterdammers, at eindelijk yoghurtijs dat je zelf mag tappen en bij elke beweging die ik maakte besefte ik me eens te meer dat ik op reis was en dat ik daar blij van word. Nog steeds kan ik niet precies formuleren waarom, dus ik blijf maar gewoon stukjes schrijven om het te ontdekken.