deel 3/3 |  Marina di Belvedere – Cosenza | trein 27,7 | fiets 31,3 km | auto 6,3 km | maandag 23 jan 2017

(Ik ging “Fietsend van Napels naar Palermo”. Lees alle verhalen vanaf hier, of koop mijn eBook en lees alles op je eReader)

In Cosenza regent het zowaar nog harder. Hier valt het echt met bakken uit de lucht. Ik ben tot op het bot doorweekt als ik aankom bij mijn slaapplek voor de nacht.

Een negen-jarig jongetje doet open. Hij helpt me met mijn tassen. Ik prop mijn fiets weer in een kleine lift. Hij jongetje spreekt net voldoende Engels om me de belangrijke informatie over het huis over te brengen. Zijn moeder is nog aan het werk, weet ik.

Hij geeft me een rondleidinkje door hun appartement. Ik slaap in een van de twee slaapkamers.. Ik weet vrij zeker dat ik vannacht in het bed van de moeder slaap en dat zij bij haar zoon op de kamer gaat logeren, daar voel ik me ongemakkelijk bij.

Het jongetje zegt: “doe of je thuis bent” en gaat op zijn kamer zitten. Ik spring meteen hun bad in, heerlijk. Er stroomt weer warmte in me.

Ik besef me dobberend dat ik graag mensen om me heen wilde en dat ik na een aantal nachten in eenzame, van toeristen verstoken Airbnb-huizen, pardoes in een eenoudergezin ben beland. Je krijgt soms meteen waar je om vraagt.

De moeder stormt even later het huis binnen. Ze moet iets eten en zo meteen weer werken. Ik kijk haar aan en ik maak me nergens zorgen meer over. Ik voel me niet meer ongemakkelijk dat ik haar uit haar bed jaag vannacht. Ik weet niet waarom maar ik merk dat zij super oké is, dus ben ik het ook. Ik ben eigenlijk wel blij dat zij mijn geld krijgt. Er zijn genoeg stommere mensen die geld van me krijgen voor een overnachting.

Ik voel zo’n drang, zo’n enorme drang naar mensen. Ik jaag op het internet. Duikel een piloot op op Tinder, maar die woont veel te ver weg. Ik vind de “hangout” in de Couchsurf-app. Een chatroom waar je kunt zeggen dat je “(vul zelf in)” wilt doen, iedereen die daarin zin heeft, kan met je kletsen.

Ik raak aan de praat met ene Denis. Hij wil “samen tijd verspillen”, maar dan zie ik dat hij veel te ver weg is. Hij is in een dorpje bij de zee waar ik net vandaan kom. Geen probleem hoor, vindt hij.

Ik heb zin om iets leuks te doen? Hij belt wel even wat vrienden. “Ze zijn een beetje verlegen, maar ze zijn leuk.” Ik laat het me gebeuren. “Oké, ik heb ze gebeld, ze bellen jou zo”, handig zeg, zo’n eigen telefoonnummer.

Inderdaad gaat mijn telefoon even later. Het is Carmine. Hij klinkt heel aardig en hij komt me zo ophalen met de auto, gaan we wat drinken. Hahahaha.

Wat moet ik erover zeggen? Het voelt goed dus ik doe het. Maar ik app ook mijn find-my-phone gebruikersnaam en wachtwoord naar Shammie zodat ik nog tot op het laatst dat ik samen met mijn telefoon was, gevonden kan worden.

Ik trek mijn natte schoenen weer aan en mijn natte regenjack. Ik zie er echt uit als een sport/natuurtoerist, maar ik heb wel glitters op. Even later gaat de bel. Ik ren de trap af en ontmoet Carmine en even later zijn broer Sergio. Het zijn twee lieve broers, ze zijn kort, donkerharig en gedrongen.

Ze nemen me mee naar een bar waar ik wijn drink en zij bier. Het is gezellig, we hebben genoeg om over te praten. Ik zeg dat ik het natuurgebied ‘Sila’ dichtbij Cosenza best zou willen zien. Carmine zegt dat hij morgen posters voor een optreden van Denis moet ophangen.

Nou ja, van het een komt het ander en zo spreken we af om de volgende dag samen posters te verspreiden in de binnenstad en daarna dat geweldige natuurgebied maar eens te gaan bekijken.

Denis geeft aan een van de broers door dat ik morgen bij hem mag blijven slapen als ik wil. Hij moet overdag iets doen in Cosenza maar daarna kunnen we met z’n allen terugrijden naar Fiumefreddo Bruzio, het dorp aan de zee waar hij vandaag ook is. Mijn fiets gooien ze gewoon achter in een van de auto’s, geen probleem. De ouders van de broers hebben daar ook een huis, zij gaan ook mee die kant op.

Ik word netjes weer terug naar de zee gebracht. Dat komt precies goed uit want om mijn reis straks te vervolgen moet ik sowieso terug naar de zee. Gezien het hoogteverschil van 1,2 kilometer tussen Cosenza en de zee moest ik wel gemotoriseerd die kant op: van 1,2 kilometer hoogteverschil ga je zeg maar dood op de fiets. Nu ga ik niet dood én ik heb een slaapplek én goed gezelschap.