deel 1/1 |  San Vito Lo Capo | hardlopen 7,2 km | vrijdag 10 februari 2017

Als we wakker worden, horen we zo nu en dan het geluid van rijdende of parkerende auto’s. Tof.

Als ik de deur open schuif, zie ik de gras, stenen, zee. Verder niets. We horen nu geen auto’s, ik zie geen mensen.

Pas als ik naar buiten loop zie ik twee geparkeerde auto’s. We zijn niet de enigen die bij de zee willen zijn. Het zijn auto’s van vissers, maar van de vissers geen spoor.

Ik trek mijn hardloopschoenen aan en galoppeer wat rond. Ik zou het liefst een betere plek vinden, met minder mensen. Een plek waar ik in mijn nakie rond kan lopen omdat er niemand komt, zonder ronkend gebouwtje, zonder visburen. Met bomen.

Maar de kuststrook is populair voor huizenbouwers. Alle stukken land aan de zee zijn afgehekt. Alle bewoners zijn niet thuis, dit zijn hun vakantiewoningen. En het is helemaal niet warm genoeg voor vakantie nu. Toch zweet ik en loop ik in mijn kortemouwenshirt. Vanmiddag zon ik zonder kleren, als de vissers niets meer te vissen hebben.

Ik vind geen betere plek, dus we blijven. Verder zoeken wil ik niet. Ik wil gewoon hier zijn.

Ik zou best een boek willen lezen, maar ik kom er niet aan toe. Ik doe mijn was in de zee. Ik vind een poel tussen de rotsen waar ik mezelf kan wassen. Het is fris maar fijn. Ik zet de losgeraakte rits van een kussen weer vast. Ik zon. En daarna repareer ik Mikes geitenwollen vest waarvan de binnenvoering helemaal gescheurd en losgeraakt is. Het vest ruikt naar geitenstal. Dol ben ik op dat soort klusjes. Er is hier niet meer te doen dan niets en het is heerlijk.

En Mike, die is ondertussen zijn volgende boek aan het schrijven: over leven in een bus. Binnen boek schrijven, buiten boek schrijven.

Hij is druk met schrijven de laatste tijd, kijk maar filmpje. Het is fijn om gewoon bij elkaar in de buurt te zijn. Het voelt heel huiselijk. Soms praten we even, soms vraagt hij mijn mening over iets in het boek. Ik heb overal een mening over, zulke vragen zijn aan mij besteed.

Ik kan weer koken! Er zijn maar twee pitjes en niet al te veel pannen maar ik kook artisjokken, maak aïoli, een Pad Thai salade met kool Er is worst, restjes pannenkoek van gisteren, geroerbakte spinazie. Aan deze maaltijd kun je niet zien dat ik niet van liflafjes als avondeten houd.

Zie, ik was echt daar. Ik loop de bus in. Mijn fiets ligt op het dak.
Foto van Mike. Als ik me omdraai, later, maak ik de waar-is-Wally foto van Mike hier helemaal boven.

’s Avonds horen we het geknerp van fietsbanden op grind. Het is de Fietsende Duitser. We trekken ons terug in de bus, negeren hem, nog altijd hebben we geen zin in gezelschap. De volgende dag is hij verdwenen.