deel 1/2 |  Fiumefreddo Bruzio | hardlopen 8,3 km | wandelen 6 km | auto 228,6 km | woensdag 25 januari 2017

(Ik ging “Fietsend van Napels naar Palermo”. Lees alle verhalen vanaf hier, of koop mijn eBook en lees alles op je eReader)

Ik ga vandaag niet fietsen, dus ik ga weer rennen. Zie je het patroon?

Ik bevind me in een buitenwijk, dicht bij de zee. Ik ren richting het centrum Fiumefreddo Bruzio, maar dit keer ren ik niet het hele historische centrum door. Gisteren liep ik met Carmine door het centrum van Cosenza en bij alles dat hij me liet zien, zei ik: “ja, leuk, dat heb ik vanmorgen al gezien bij het hardlopen”, dat wil ik vandaag voorkomen. Ik ren hophophop de berg op, naar beneden rennen vind ik echt vervelender dan omhoog, maar dat hoort bij omlaag.

Ik ren zo het bad in. Denis vraagt me via een app’je wat ik wil ontbijten. Ik lig lekker te dobberen als hij me een caffè brengt en fruit, precies waar ik om vroeg. Ik roep: “zet maar in de keuken”. Ik ben een prinses.

Al dat fantastische eten is heerlijk, maar ik moet nu weer eens wat normaals eten, zonder koolhydraten, vind ik. Koffie met fruit is genoeg voor de ochtend van deze fietsloze dag. Ik hoef heus geen droge, super lekkere koekjes die men hier typisch bij het ontbijt eet te eten. Maar ik kan het niet laten en eet toch een half dozijn koekjes.

Ik zit in mijn geleende badjas rustig aan tafel tussen de kruimels van de ontbijtkoekjes met een boekje (de Catherine Parr is net door de koning uitgekozen als zijn bruid, maar ze is dus verliefd op een ander) als Denis komt vragen of ik al klaar ben. Vandaag gaan we stadjes bezoeken.

Binnen twee minuten ben ik klaar voor vertrek. Ik hoef hier niet te bedenken wat ik aan zal gaan doen want ik heb weinig kleren bij me. Al snel zie ik er weer uit als als fietstoerist met mijn oranje sportschoenen, sportlegging en het oranje windjack met de ‘recente’ wijnvlek.

We stappen in de auto en rijden naar een stadje even verderop. Wat is het anders om door een bijna verlaten dorp te lopen met een extraverte moedertaalspreker. Ook al zijn er maar weinig mensen op straat, met iedereen die Denis ziet, gaat hij kletsen. Ik glimlach mee en veins Italiaans door zo nu en dan mee te lachen. Wat is het fijn om zomaar dingen tegen mensen te kunnen zeggen. Dat waardeer ik extra nu ik het zelf niet meer kan.

We rijden weer naar huis en ik heb Alles kwijt (Whoehoe!) in mijn hoofd. Ik ben nog altijd benieuwd naar het originele nummer. Dus ik vertel Denis dat ik op de fiets zo fijn een liedje heb gezongen. Dat er een Nederlandse zanger is met Italiaanse wortels die in allerlei talen behalve z’n moedertaal zong en geen succes had, maar waanzinnig beroemd werd in Nederland toen hij Nederlandse teksten op Italiaanse liedjes begon te zingen: Marco Borsato. Dat ik een van zijn liedjes zong, heel vals op de fiets, en dat ik wil weten wat het origineel was. En dan zegt hij natuurlijk: “zing het eens”. En ik vind het knap dat ik niet vooraf had bedacht dat ik mijn eigen zangfuik zwom met deze vraag.

Ik aarzel. Ik wil eigenlijk niet, maar fuck it. Met de wetenschap dat hij in elk geval niet kan horen dat de woorden helemaal niet kloppen, zing ik mijn eigen versie van het lied. Hij herkent het als Gente di mare van Umberto Tozzi. Ik zeg dat ik het heel lastig vind om te zingen als mensen me horen, hij zegt dat hij mijn stem heel mooi en eigen vindt. Ik kan niet geloven dat hij het meent, maar het raakt me toch. En in de komende dagen zing ik vaker als er liedjes in mijn hoofd zitten, soms zelfs als anderen het horen.

We halen de twee broers op. Ze worden, vertelt Denis, “de Uien” genoemd omdat hun achternaam ui betekent. Met de Uien bezoeken we het historische centrum van Fiumefreddo Bruzio. Het is mooi. Een kasteel en oude huizen en verhalen verteld door een goeie verteller.

“Wil je naar natuurlijke bronnen?” vraagt Denis en ik verzucht “yes, please” want ik begin al door te krijgen dat Denis heel fijne dingen voorstelt en dat je je gewoon door hem kunt laten meesleuren.

We gaan naar huis, waar ik mijn bikini aantrek. Eindelijk! Bikini! Prop de geleende badjas in mijn tas en een handdoek. Wij gaan zwemmen in een natuurlijk bron! Ik kan mijn geluk niet op: dit stond nog op mijn verlanglijst. Ooit in mijn leven wilde ik nog eens baden in een natuurlijke bron. In warm water dat recht uit de aarde stroomt.

We rijden richting Lamezia Terme, de naam zegt het al een beetje, daar moeten we zijn. In de auto eten we pizza die Sergio zelf heeft gemaakt. We drinken een bodempje rode wijn van gisteren. Denis rookt, belt, rijdt, kletst, er staat Italiaanse muziek op. De zon schijnt naar binnen. Ik heb Italiaanse vrienden en we hebben lol. Ik kan mijn geluk niet op.

We volgen de borden naar ‘Terme Caronte’, een betaald spa-complex. Als we daar aankomen, rijden we een stukje door, links is een parkeerplaats waarachter stoom vandaan komt. Daar stappen we uit de auto.

Het ruikt er naar rotte eieren: dat komt door de zwavel in het water. We gaan een trapje af. Hier stromen twee stomende riviertjes uit een natuurlijk warme poel in de hoek van ongeveer een meter diep. Uit de hoge met grove stenen gemetselde muur stroomt warm, stinkend water. Tien meter verderop stroomt koud water van de gemetselde muur naar beneden: een onnatuurlijke waterval. We horen niets anders dan het gebulder en geraas van koud water. Naast de warme poel is een bankje met haakjes erboven om je kleren op te hangen. We zijn alleen. We kleden ons uit.

We dompelen ons onder in het riekende water. Het is zo warm. We drijven rond. We praten niet veel. We genieten van het warme water. Aan de geur wen je. Het begint zachtjes te regenen. Het water is warm. Alles is rustig.

Ik vind een plek waar het water van de grote poel naar een van de kleine riviertjes loopt. Het water stroomt met grote snelheid door een buis, in de straal kun je zitten. Mijn rug wordt gemasseerd. Het geluid van de waterval is zo luid. Ik hoor alleen nog het geluid van water en het getrommel van ander water op m’n rug. Dit is heel fijn.

Na een tijdje voegt Denis zich bij me. We liggen naast elkaar, in het warme water. Alles wat we zien is natuur, alles dat we horen is het water. Alles wat we voelen is warm, aaiend water, met spetters koude regen. Zoals ik daar lag dat was het, dat was het paradijs.

 

Ben je er ooit in de buurt en wil je ook naar deze gratis natuurlijk bron? Volg de borden “Terme Caronte”. Als je daar aankomt, rijd je een stukje door, dan zie je links een parkeerplaats waar achter stoom vandaan komt. kaart