deel 2/3 |  Milazzo – Vulcano – Milazzo | fiets 15,3 km | wandelen 16 km | boot 88,6 km | dinsdag 31 januari 2017

Vandaag wil ik de kaap die ik gisterenavond niet zag, wel zien, dus ik haal mijn fiets op in de B&B. Ja, helemaal uit de hal op de zesde verdieping, de minilift in. Ik krul mezelf weer op zodat mijn hoofd net onder het stuur kan en draai mijn bidonhouder zo dat de deuren net dicht kunnen.

Ik fiets nog even langs mijn nieuwe Duitse vrienden. Ze hebben een oude camper, hun uitzicht op Milazzo is mooi en ze logeren er illegaal, ergo ze hoeven helemaal niets te betalen, een groot voordeel. Ik moet elke dag zo’n € 30 betalen om ergens te kunnen slapen. Ik waardeer stromend water, wifi en onbeperkte elektriciteit maar het had van mij niet (tot nu toe op één na) elke nacht gehoeven.

Het is een mooi stuk fietsen, de panoramische route richting de kaap. De zee aan mijn rechterschouder, links word ik ingehaald door een stuk of acht wielrenners. Er is een hoogteverschil van negentig meter, met een piek in het midden, over zes kilometer. Vrij vertaald: dat is niet al te steil maar je zweet als je aankomt.

De zon is al aan het zakken. Het is 17.30 uur en de kleuren in de lucht zijn al prachtig, net als gisteren. Ik slot mijn fiets aan een lantaarnpaal en vraag me af of het verstandig is om relatief laat een enorm stuk gaan wandelen, maar ik moet die kaap zien hè. Mijn gastvrouw is er laaiend enthousiast over. Maar als de zon straks zakt en ik in het pikkedonker een of ander onverhard pad moet oplopen, links én rechts aangevallen door boeven, honden én dat ik dan honger heb, ohjee wat dan?

Ik denk dat, maar loop door, want JEZUS het is hier mooi. Ik moet wel blijven lopen en glimlachen en genieten wat OH WAT MOOI. OH WAT VRESELIJK MOOI is het hier nu.

Oké, hastag nofilter #nofilter, hier zijn de foto’s. Zo was het. Zo legde m’n iPhone het vast. Zo was het, wauw.

Het was helemaal niet te laat om te gaan wandelen, sterker nog: ik heb volgens mij het allerbeste moment van de dag gekozen om dit ongelooflijk mooie stukje Italië te mogen zien.

Ik wandel rustig terug, natuurlijk is het niet ineens pikkedonker na zonsondergang. Ik neem zelfs een nieuwe route terug, waardoor ik nog meer moois zie. Ik kom maar een paar mensen tegen: één jongen met een hondje, ze vallen me allebei niet aan. Het hondje snuffelt wat en de jongen zegt salve, dat zeggen Sicilianen in plaats van ciao.

Ik maak de Dokter ook deelgenoot van mijn visuele genot, hij stuurde me gisteren foto’s van de zonsopgang na zijn nachtdienst, een beetje -ondergang terugsturen vind ik op zijn plaats.

Met een glas wijn op een nuchtere maag fiets ik weer naar beneden, het centrum van Milazzo in. Ik hoef nauwelijks te trappen.

Terug in de B&B (fiets in de lift, opbouwen, bidonhouder wegdraaien) douche ik, eet ik de laatste stukjes ricotta met crackers en dan zie ik een appje van de Dokter. Of ik zin heb om vanavond wat te gaan eten.