deel 2/2 |  Rosario – Messina – | fiets 19 km | boot 7,5 km | trein 39,9 km | auto 2,7 km | zondag 29 jan 2017

Ik trek mijn rode Italiaanse jurk met diamanten aan en vertrek een half uur te vroeg naar het café waar ik met de Dokter heb afgesproken. Ik wil nog even gaan zitten schrijven. Het opschrijven van alles dat me overkomt elke dag kost veel tijd, maar ik volhard. Ik heb vandaag geen zin om in mijn eigen kamer eenzaam te gaan zitten schrijven, liever in een leuk café.

Het café is dicht.

Ik app de Dokter dat ik een ander café zal zoeken, maar dat is niet makkelijk in Italië. Ik begrijp nog altijd niet hoe je hier een leuk café herkent. In Nederland zou je hard weglopen van een felverlichte caffetteria, maar hier kun je in zo’n tent prima met al je vrienden de hele avond gezellig hangen. Ik zie niet zo heel veel goeie opties. Bij een felverlichte gelateria zie ik heel wat mensen bij de deur staan, maar die tl-verlichting, dat is echt geen eerste date-licht. Er mag wel iets van illusie overblijven.

Ik app ‘m dus maar dat we toch bij het dichte café afspreken en dan samen iets zullen zoeken. Ik struin wat door de winkeltjes in de buurt. Het zijn allemaal Chinese winkeltjes, waar ze allemaal hetzelfde verkopen, waar de verkoper heel dicht bij je komt staan en over je schouder meekijkt.

Ik ben niet echt zenuwachtig voor mijn date, maar van gezonde spanning is sprake. Ik denk altijd dat ze me zien en dan denken: shit. Maar als zij niet op hun foto lijken, interesseert me dat niet zo. Ik verwacht het eigenlijk al.

Ik ben sinds anderhalve maand geen Tinder-date-groentje meer. Ik kan tegenwoordig zonder angst vragen: “zullen we vanavond daten?”. Het heeft een paar maanden geduurd voor ik zo ver was. Ik evolueerde traag van stille Tinder-match-hebber naar Tinder-prater naar Tinder-dater. Ik vond het allemaal heel spannend. Gelukkig was ik een keer een beetje aangeschoten en durfde ik wel. Mijn eerste Tinder-date was hartstikke leuk.

Hij was heel mooi, hield ook van fietsen, we deelden een eenvoudige gemoedelijkheid, dansten een paar nachten samen. Ik ben hier aan het fietsen met zijn fietstassen, zijn kooksetje, regenkleren en andere handige dingen voor een fietsvakantie. Mocht ik zomaar lenen. Tinder is echt zo slecht niet.

Ik loop naar de dichte bar. Hij staat er al. Adem in. Het duurt hoe dan ook maar een uurtje. Hij moet levens redden vanavond, die mensen op de eerste hulp gaan zichzelf niet genezen.

Hij is mooi, niet zo belachelijk knap als op zijn profielfoto’s, gelukkig maar, zoveel knapheid had ik niet aangekund. Adem uit. Hij heeft bruine ogen en een levendig, lief gezicht. Hij draagt een leuk mutsje en als hij het afdoet zie ik dat hij een beetje kalend is. Hij is een kop groter dan ik en hij is dikker dan op de foto (dat laatste zijn ze altijd).

We lopen naar de gelateria waar ik net voorbij snelwandelde omdat het licht er zo fel was. Tsja, hij zal wel gewend zijn aan dit licht. We kletsen gemakkelijk. Hij spreekt goed Engels. Hij heeft een tijdje in New York gewoond.

Ik denk: wat een aardige jongen, zou ik me tot hem aangetrokken voelen? Mijn lichaam is er al lang uit. Als ik lach, raak ik zijn arm aan en dat doe ik als ik iemand leuk vind. Interessant.

We praten over hoe Tinder anders wordt gebruikt in New York. Daar is het een dating-app. Je kunt met een heleboel mensen tegelijk daten, sterker nog, men gaat ervan uit dat je met anderen aan het daten bent. Totdat je exclusive wordt. Dan spreek je af: “nu is het over met de pret, vanaf nu mag je alleen nog met mij naar bed”. Mijn eigen date-gedrag is volgens het New Yorkse model, alleen dat stukje “uit met de pret” spreekt me niet zo aan.

In Italië gaat het heel anders, zeker in de kleinere dorpen en op Sicilië. Op Tinder zitten hier alleen mensen die met elkaar willen seksen. Zit je erop en kom je een collega tegen, dan geef je die niet juichend een super Like (zoals de mores is in Nederland). Nee, dan schamen jullie je allebei een beetje omdat je weet dat die ander een viezepeuk is.

Als je in Italië met iemand aan het daten slaat, dan ga je eerst maanden met iemand sms’en of appen. Heel veel, echt dagelijks berichten sturen. Dan na maanden voorbereiding, ga je een keer koffie drinken. Dan wordt er niet gekust. Ze is toch geen makkelijke! Dat gaat zo door in een traag tempo en als ze er ondertussen achterkomt dat je met iemand anders aan het sms’en bent of godverhoede koffie hebt gedronken, dan is het basta klaar. Na een hele tijd ga je eens kussen en omdat heel veel mensen nog bij hun ouders wonen, kus en bevoel je elkaar daarna in de auto. Heb je tenminste een beetje privacy.

Na vandaag hoor ik nog meer mannen op die manier over het daten in Italië praten. De rol van de vrouw lijkt hier de tegenhouder, degene die rekt en zeurt en uitstelt. Degene die altijd gewild is, maar nooit wil. Wat vinden de vrouwen er zelf van? Die spreek ik nooit, want ik kom ze nergens tegen.

En ik ben dus in dit land. Mijn instelling is: ik ben hier nu en morgen niet meer. Wat we doen, doen we vandaag of misschien morgenochtend. Dat is een heel andere houding. Ik wil alles wat ik meemaak daar laten waar het is. Ik wil niet afspreken met mensen die ik eerder ontmoette. Ik wil elke keer aankomen waar ik aankom, en daar dan zijn, zonder in gedachten elders te zijn.

We kletsen en ik raak nog eens zijn arm aan. Dat gaat niet expres, dat gebeurt zo maar. Hij vertelt me over Italië. We praten over eten, het langzamere tempo in Sicilië waar hij na het drukke New York maar moeilijk aan kan wennen. Het is leuk en dan is de tijd om. Hij moet levens redden. Hij betaalt de rekening, dat is hier zo normaal. Later tijdens mijn reis ga ik een keer aandringen tot ik mag betalen, maar vandaag niet.

Maar hij heeft nog wel eventjes hoor. “Wil je de hoogtepunten van de stad zien?”. “Yes please”, zeg ik en ik we lopen naar zijn auto. We rijden naar een prachtig verlichte kerk en kijken uit over de stad. Draaien ons om, rijden naar het volgende uitkijkpunt. Daar is het ook al zo mooi. Het is ook best een romantische plek.

Maar we hebben haast, dus we springen de auto weer in. Hij vertelt over de verschillende toeter-geluiden die automobilisten gebruiken om tijdens het rijden met elkaar te communiceren. Ik vertel dat ik nooit de toeter gebruik, dat is echt alleen voor heel erge momenten, voor levensgevaar. “Oh maar toeteren” zegt hij “hoort er bij”. Dus hij pakt mijn hand en laat me toeteren en ik schater het uit.

We nemen afscheid bij de kathedraal. Wat was het gezellig. Jammer dat ‘ie morgen niet mee kan gaan hardlopen.

Die avond eet ik alleen wat in een eetcafé terwijl ik een boek lees. Het is niet ongezellig. Ik slenter door de stad. Word bijna bekeerd tot Jehova’s getuige door twee knappe, vloeiend Engels sprekende jongens met diep blauwe ogen. Oh, mensen die een taal die jij goed spreekt, spreken zijn ineens allemaal aantrekkelijk. Echte gesprekken voeren met mensen, ik ga ernaar verlangen. Hun fantastische ogen helpen ook mee. Ik ben zo dol op blauwe ogen.

’s Avonds stuurt de dokter me nog een berichtje vanuit het ziekenhuis. Ik vraag me vluchtig af of ik iets heel gevaarlijks moet doen, zodat ik op de eerste hulp terecht kom vannacht. Maar ga netjes naar m’n B&B.