deel 1/1 |  Milazzo – Oliveri | fiets 25,7 km | wandelen 5,2 km | auto 38,6 km | woensdag 1 februari 2017

Ik kom krakend overeind deze ochtend. Ik was iets na half 3 thuis en uitslapen stond in de planning maar mijn interne fietsklok rammelt me om 9 uur al mijn bed uit.

Gelukkig had ik gisterenavond nog de tegenwoordigheid van geest een bakje havermout klaar te zetten voor het ontbijt [zo maak ik dat: havermout + water + iets fruitigs + nootje of zaadje, water erbij, nachtje laten staan].

 

Ik fiets een mooi stukje vandaag. Bijna geen bergen. Het weer is niet zo mooi als gisteren maar het regent niet, en dat is altijd een zegen.

Mijn b&b heet de Witte Kat. De mensen zijn lief, het ontbijt is lekker (ik heb het natuurlijk al voorgeproeft, hadden ze het maar niet al klaar moeten zetten) maar het kost €50 om hier te slapen en dat vind ik veel te veel. Er was niks goedkopers en verder fietsen redde ik vandaag niet want de weg gaat vanaf hier zo omhoog:

/

echt heel stijl. Dat doe ik morgen wel.

Ik installeer me en wandel naar een natuurgebied, dat is wel aardig. Er is een grot, daar loop ik doorheen. Hij is heel donker. Aan het einde is nog meer natuurgebied. De zon zakt achter de berg, het wordt koud, ik ga weer terug naar mijn b&b.

Weet je nog dat ik een paar dagen geleden huilend tegen een mij-niet-horende auto ging roepen: “Hoe ver is het *&(*±§?@!* nog? ” [zo niet dan lees] dat was een van de voortekenen van mijn naderende ongesteldheid. Die kan zich manifesteren als een dikke, levensmoeie, chocolade container.

Nu is het eindelijk zover. De dijken zijn gebroken, moeder natuur doet haar rode werk. Dat, noch mijn fantastische date met de dokter gisteren, weerhoudt me er niet van lekker verder te bladeren op Tinder. Ik doe het niet per se om te daten. Een gemakkelijkere manier om locals te ontmoeten heb ik nog niet ontdekt.

Sinds een paar dagen heb ik een match met een Comedian die, getuige een van zijn foto’s, ooit naar Utrecht liftte. Daar woon ik! Hebben we in elk geval wat om over te praten. We kletsten zo nu en dan wat op Tinder, maar helaas chocoladepasta, hij  is nu in Barcellona. Wat jammer. Ook gek want mijn afstand-instellingen op Tinder zouden matches met mensen uit Verweggistan moeten voorkomen.

In het dorp onderaan de berg waar ik slaap, Oliveri, is alleszins niets te doen. Ik vraag de Comedian wat hij aan het doen is in Barca en hij verduidelijkt: hij is niet in het Spaanse Barcelona maar in het Italiaanse Barcellona Pozzo di Gotto,  Barccialliona in het Siciliaans, duidelijker: dat dorpje 20 kilometer bij mij vandaan. Aha.

Het lot grijp direct in en alle vrienden waarmee hij wat zou gaan drinken zeggen af, dus hij springt in zijn auto en komt me halen. We gaan een aperitvo doen, heerlijk. Ik trek mijn feestjurk weer aan, goed dat ik die heb zeg!

Ik sta op de hoek van de straat te wachten. Hij komt aanrijden in een grotemensenauto. Ik doe de deur open. Oh jee. Hij is heel knap. Met leuke kleren aan enzo. Hij ziet er een beetje jong uit, maar daar uh heb ik wel enige ervaring mee, geen probleem. Hij is vele malen mooier dan op zijn foto. Die heb je er ook bij op Tinder.

Het is meteen gezellig. Zoals het een echte Italiaan betaamt, denk ik inmiddels, laat hij me met de auto zijn stad zien. Met een bloemlezing van verhalen over de stadsgeschiedenis en persoonlijke anekdotes.

We vinden een restaurantje voor onze aperitivo. Hij en de ober praten lekker lang over welke wijn we in godsnaam moeten gaan drinken. Ze praten daar echt lang over. Ik heb me nu voorgenomen om gewoon voor altijd Nero d’Avola te drinken, maar dat kan zomaar niet. Er zijn nog zoveel meer wijnen. Plus de ene Nero d’Avola is de andere niet. De ober zegt ook een paar keer perfetto en ik [kuch].

Dan gaan we het apertivo-eten bestellen. Tegenover ons zit een stel met twee planken vol warm, koud en stukken brood; hun hele tafel is volgelegd met dingen die ik zou serveren als ik een aperitivo ging serveren én meer. Nou zoiets wil ik dus ook. We hebben een menukaart, en daar staat wel wat op, maar je moet het meer zien als een suggestie en dan overleggen met de ober wat je nou écht wilt. Dit principe kom je op veel plekken in Italië tegen. We doen een suggestie maar als je het anders wilt, of het komt even niet uit, dan doen we het anders. Logisch eigenlijk.

Ik wil een brede selectie van koud en warm, dus dat krijgen we. Het is een berg hapjes-eten waarna je echt geen maaltijd meer wilt. Mijn Italiaanse vriendin Carla leerde me daar laatst een woord voor (ik hang aan haar lippen als ze iets zegt over Italië tegenwoordig, als ze iets organiseert met eten -en dat deed ze afgelopen weken al twee keer- kom ik direct. Italië, eten, oh kom maar op), het heet apericena“. Ik hou ervan.

Hij zit op Tinder, vertelt hij, omdat veel van de Italiaanse meisjes heel lang willen over-en-weer sms’en voordat ze afspreken en hij kan zo met allerlei verschillende mensen sms’en en zijn grappen uitproberen op een divers publiek.  Kijk, dat is lasten en lusten combineren.

Aan het einde van de avond hebben we genoeg gegeten, maar hij wil me toch opeten, kijk maar:

Het lukt me! Ik krijg het voor elkaar om een deel van de rekening te betalen. Gelukkig houdt hij wel alle deuren voor me open en laat hij me voorgaan. Er zijn geen plassen, maar waren die er, had hij zijn jas erin gegooid. We drinken nog iets in een bar. Volgens mij is het eigenlijk al verboden dat hij nog rijdt, maar ik ga er helemaal van uit dat alles goedkomt, dus ik stap in.

We luisteren naar goeie muziek ()  hij zegt dat hij ook een Nederlands liedje kent ().

Heb ik alweer een Italiaanse vriend gemaakt! We hebben zojuist nog gesms’t, hij was gisteren jarig, hoera. Hij is nog altijd vastbesloten om weer naar Nederland te komen. Ik stelde voor dat hij weer ging liften en ik bood hem uiteraard mijn couchsurfbank aan.