Geen Italiaan die ik ontmoette, sprak met me zonder een eettip te geven. Hier een aantal van de tips.

  • Alles met aubergine: in het bijzonder in Sicilië eet je over aubergine, ingemaakt, in een stoof, gegrild. Laat het maar gewoon tot je komen want het is allemaal lekker.
  • Arancino: een gevulde rijstbal. At ik in Napels en (volgens de uitdrukkelijke aanbeveling van Carmine en Denis) op de veerboot naar Sicilië
  • Champignons, zoals hiernaast. Liefst ingemaakt door de moeder van Carmine en Sergio. Het heet “Ovuli sott’olio” Het zijn ‘amanita caesarea’ (een soort champignons) met knoflook, laurier in olijfolie.
  • N’dunga. Varkensvlees met pepers. Prima voor op toastjes bij een aperitvo. Ik at het op deze en deze dag.
  • Pizza: probeer er maar eens aan te ontkomen. At ik bijna elke dag. Zelfs als ik me voornam een dag geen pizza te eten.
  • Tartufo, gevulde ijsbal. Specialiteit uit Calabrië. Ik at er een in Pizzo

Met dank aan Carmine en De Dokter, om wiens namen ik hartjes teken. Dank.