deel 2/2 |  San Vito Lo Capo – Palermo | hardlopen 9,3 km | wandelen 0,7 km | fietsen 2,2 km | zondag 12 februari 2017

Het is prachtig terugrijden naar Palermo. De zon zakt. Ik ben weer lyrisch over hoe mooi het is. Ik val stil midden in diepgravende analyses over relaties die we ooit eerder hadden, “het is zo mooi, hè”. De voorruit is een panoramisch scherm en bij tijd en wijle zijn de vergezichten wijds.

Het is genieten om mee te mogen rijden.

We praten praten praten, de wereld wordt donker. We rijden terug, stoppen op een vluchtstrook omdat ik echt heel erg moet plassen (we zijn boefjes). Handig hoor, met je huis reizen.

Bijna in Palermo zijn we melig van uren rijden. Hikkend van het lachen bedenken we hoe leuk het zou zijn om aan voorbijgangers te vragen of we in Palermo zijn. Palermo kun je gewoon zeggen of je probeert het op z’n Italiaans. Ik heb er audioopnames van, hoe we giechelen in de auto, ik kan ze niet met je delen want dan wordt alleen maar duidelijker dat je erbij had moeten zijn (maar je had er niet bij kunnen zijn want we hadden je dus gewoon alleen door het donker het niemandsland in laten fietsen).

We willen parkeren op de plek waar we eerst stonden maar daar kunnen we niet meer parkeren. Gelukkig vinden we een plek achter het benzinestation waar we water tankten, een paar dagen geleden. Daar moeten we eerst twintig minuten heen en weer rijden om de allerbeste parkeerplek te vinden. Ik laat dat maar over aan de expert. Hij heeft honger, ik zie het aan hem en herken het. We zijn slap.

Mike tilt onze fietsen weer van het dak.

Daar zijn we weer. Hallo, Palermo. We zijn weer terug.

 

We fietsen weer door de warme, nagalmende straten. Het is heel druk in de stad, veel drukker dan het was toen we er eerder waren. Op de grond ligt confetti er lopen verklede kinderen rond. Alles wijst erop dat we net een groot feest hebben gemist. Welk feest weten we niet.

We hebben honger, zwaaien nog even naar de koning . In een etalageruit zie ik salades vol groentes, in dat restaurant gaan we eten. Het personeel is heel onvriendelijk. Het eten is niet zo lekker. We hebben veel te veel aan twee pizza’s en nemen bijna een hele pizza da asporto (om mee te nemen) naar huis.

Voor een grote deur ligt een prachtige hond. Misschien wil die onze pizza wel! Ik leg een lapje pizza voor zijn neus.  Hij heft zijn kop op, snuffelt eraan, zucht, verplaatst zich. Hij hoeft die stomme pizza niet.

We eten ons dessert in een vreselijk hippe, in elke toeristenstad vindbare ijssalon. En daar is het fijn. Het personeel is vrolijk.

We zijn allebei tam en fietsen terug naar de bus. Daar staan vijf politieagenten te overleggen. Ik schrik me het apenzuur.

We zijn allebei een beetje tam en fietsen terug naar de bus. Daar staan vijf politieagenten te overleggen. Ik schrik me het apenzuur. Mijn eerste reactie is: wegwezen. Gelukkig is de zijne anders.

We fietsen gewoon langs die mannen. Mike legt zonder iets te zeggen onze fietsen op het dak. We gaan naar binnen en dat is dat. Even later zijn de agenten weg. Blijkbaar hebben die vaak wel wat anders aan hun hoofd dan toeristen niet in busjes te laten overnachten. Ik had geen idee, ik dacht: die komen meteen verhaal halen als ze ons zien. Maar nee.

We zetten allebei een wekker voor morgen.

Ik slaap een vliegtuigmissende-nieuwe-reserveringen-maken-lukt niet droomvolle slaap. Van reizen met op-een-vaste-tijd-vertrekkend vervoer word ik nerveus, lees maar.

Ik ben er van overtuigd dat ik weet waar het vliegveld van Palermo is. Haha.