duim omlaag (dag 7)

 

deel 2/2 | Agropoli – Roccagloriosa | fiets 59,1 km | lift 29,9 km | vrijdag 20 januari 2017

(Ik ging “Fietsend van Napels naar Palermo”. Lees alle verhalen vanaf hier, of koop mijn eBook en lees alles op je eReader)

Het is echt een prachtige, zonnige fietsdag. Ik daal en stijg, het is allemaal te behappen. Ik bak weer ergens op een bijzonder panoramisch plekje een ei. Ik fiets langs een geopende camping met een prachtig uitzicht maar het is pas 15.00 uur ’s middags en ik wil Sapri vandaag bereiken, niet weer vroeg op de dag stoppen. Nu mag je straks niet denken: was ik toch maar daar gestopt, denk ik en ik denk aan mezelf terug: neehoor nee, dat zal ik niet doen. Sapri is nog ver, maar het is te doen hoor, hou ik mezelf voor. Dat ik nog geen slaapplek heb geboekt is vast geen probleem, het is een grote stad.

Ik fiets voorbij de laatste grote plaats vóór Sapri, het is er mooi, maar het kan mooier! Ik fiets door een fantastisch dal, langs een rivier die veel groter kan zijn dan ‘ie nu is. Er zijn niet heel veel auto’s, het is hier prachtig. Ik fiets een tunnel door, auto’s mogen hier 80 km/u maar ik mag er toch ook echt fietsen. Ik kom uit in een gigantisch dal, de zon zakt en de kleuren, de diepte, hoe ver je kunt kijken, de wirwar van bruggen, hemeltjelief het is onmogelijk te beschrijven hoe mooi het daar was. (Google Maps was er toen het er minder mooi was).

En dan staat er ineens weer zo’n mega bord, waarop staat dat je vanaf nu niet meer met de fiets op de weg mag. Dus ik wil weer lekker liften, maar dat zit er nu niet in. Een man met een stationwagen stopt, maar de achterklep kan niet dicht als mijn fiets erin ligt en zo durft hij niet te rijden. Niemand anders neemt me mee, de zon zakt steeds verder.

Ik wil hier niet te lang wachten.

De andere route naar Sapri is kilometers om, dus ik besluit mijn slaapplek dichterbij te zoeken. Ik ga landinwaards, richting Torre Orsaia, waar ik heen wilde op fietsdag drie, toen de sneeuw me deed omdraaien.

Bij een discotheek zijn ze druk bezig met een verbouwing en ik vraag er naar een B&B, hopend dat ze gaan zeggen: “waarom zou je gaan zoeken? Kom toch lekker bij ons slapen!”. Dat zeggen ze niet, ze zeggen: “vijf kilometer die kant op, een rechte weg, kom je bij de enige B&B in de wijde omtrek” en ik denk: kun je voor me opzoeken of ze ook open zijn? maar ik zeg: “Bueno, grazie!”.

Ik fiets en de zon zakt. Het wordt kouder en het is maar vijf kilometer, dus dat kan gemakkelijk hoor. Ik haal dat op mijn sloffen. Ook al zijn mijn voeten inmiddels koud. En moet ik steeds maar omhoog, omhoog, omhoog. De avond valt rap en dan is het ineens echt donker. Het is pas iets na zessen, maar wat is het donker. Langs de kant van de weg ligt sneeuw. Ik heb het koud en ineens begin ik me zorgen te maken.

De B&B is vast dicht, denk ik, en wat dan? Niet aan denken, dat kun je pas oplossen als je er bent. Het is vast dicht, niet aan denken, denk aan leuke dingen. Lukt niet. Ik begin zwaarder te ademen. Ik herken deze ademhaling, die leidt tot hyperventileren. Ik zeg hardop: “je mag hier prima in paniek raken maar pas straks als de B&B echt gesloten is”. Het universum zorgt voor je, niks aan de hand. Dat is lekker makkelijk geloven als het goed gaat, nu geloof ik er niets meer van. Had ik bij die camping moeten stoppen? Nee. Ik haal duidelijk hoorbaar adem en probeer goed uit te ademen want dat is wat je dan moet doen, weet ik, “goed uitademen” zeg ik vijf keer hardop tegen mezelf, “alles komt goed hoor, weet je toch” herhaal ik. Als je hardop op jezelf aan het inpraten bent op een donkere berg, dan weet je al wel hoe goed het met je gaat, hè. Het universum zorgt voor je hoor, maar ik raak meer en meer in paniek en zeg weer: “straks pas, als je weet dat het dicht is”.

Dan kom ik aan bij de B&B.

Ik sta voor de dichte poort op de deurbel te drukken. Er brand geen licht in het huis. En dan, ja dan, mag ik dus van mezelf in paniek raken. Ik schreeuw heel hard en adem heel moeilijk, wat de fuck moet ik nu doen? In de sneeuw, op een donkere berg?? Maar ik pak mezelf bij elkaar. Ik krijg mijn adem onder controle, gewoon goed uitademen en zorgen dat het goed komt, kom op. Iemand moet hier gaan zorgen dat het goed komt en volgens mij ben jij het.

Ik houd een auto aan, die gek genoeg in het donker voor een vreemde stopt. De bestuurder probeert de B&B telefonisch te bereiken maar krijgt geen gehoor.

“Ze zijn dicht”, zegt hij.

“Ik  moet de trein halen”, zegt hij.

En hij rijdt weg met de boodschap: “in het volgende dorp is vast wel wat”. En laat me achter. In het donker.

Ik fiets richting dat ‘volgende dorp’ en zie na honderd meter licht branden bij een huis. De poort naar de tuin-in-wording staat open, ik fiets de oprit op. Een bouwvakker (erg knap, constateer ik ondanks alles) komt op me af en ik stamel dat ik een hotel zoek en dat ik geen Italiaans spreek en “panico” zeg ik “piccolo panico”.

Hij knikt en begin mensen te bellen. Belt nog meer mensen, sms’t, spreekt met iemand en zegt dan: “Franco komt je zo halen”. Ik heb geen enkele twijfel meer, een rust daalt over me neer want ik weet al zeker dat alles nu goed is gekomen.

Franco komt me vijftien minuten later halen. Hij is een licht gezette, donkerharige man van een jaar of veertig. We overleggen in het Duits. Hij woonde een aantal jaar in Duitsland en ik spreek het redelijk. Wat fijn om zonder vertaal-app met iemand te kunnen praten, vooral als diegene je net van een donkere berg aan het redden is.

Hij vertelt dat hij in Roccagloriosa, het dorp verderop, woont. Dat hij een aantal vakantieappartementen naast zijn huis heeft die hij in het hoogseizoen verhuurt. Ik mag in één ervan wel een nachtje slapen. Hij doet eigenlijk niet aan korte-termijn verhuur, maar voor deze keer kan het wel. Zijn moeder is het appartement al aan het schoonmaken.

Hij wil me meteen meenemen naar zijn huis maar mijn fiets past niet in zijn auto, dus hij haalt zijn jeep. Ik wacht nog eens vijftien minuten tot hij terugkomt met een speelgoedformaat Jeep. Daar past mijn fiets ook niet in. Dus gaan we het anders doen: mijn tassen in de achterbak, ik fiets voor hem uit, hij verlicht de weg.

Ik hou niet van paprika maar ik was vergeten dat peperoni het Italiaans is voor paprika, maar hij smaakt me best.

Het is een ruim appartement. Na een lange, warme douche, een reepje chocola en een kort slaapje om bij te komen, eet ik een prima pizza in het dorp. Er zit paprika op en ik hou niet van paprika, maar dat kan me geen reet schelen. Uiteraard ben ik de enige gast in de pizzeria. Terug in het appartement geniet ik van warmte van gaskachel, de wifi, er is zelfs een wasmachine! Wat een luxe. Na een week handwas werd het wel weer eens tijd voor een machinale wasbeurt van al mijn kleren.

Midden in de nacht word ik gewekt door mijn wekker. Die was uit de wasmachine moet wel droog zijn morgen, dus ik moet eruit, was ophangen voor de gaskachel. Nu maar hopen dat ik ’s nachts niet sterf door koolmonoxidevergiftiging.

← Previous post

Next post →

1 Comment

  1. Oh my god !!!! Hoe spannend was dat. Ik kreeg hartkloppingen tijdens het lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *