deel 1/2 | Agropoli – Roccagloriosa | fiets 59,1 km | lift 29,9 km | vrijdag 20 januari 2017

(Ik ging “Fietsend van Napels naar Palermo”. Lees alle verhalen vanaf hier, of koop mijn eBook en lees alles op je eReader)

Deze dag begint zonnig en stralend aan het strand en eindigt alweer boven op een berg, in de sneeuw, maar dit keer in het donker en dan sta ik voor een gesloten poort…

Na een heerlijke douche in het huisje dat je hier linksonder in de hoek ziet, zetel ik me aan een ontbijttafel met uitzicht op de zee. Uiteraard ben ik helemaal alleen in de eetkamer die vast heel gezellig – en veel warmer- is als het hoogseizoen is, maar ik klaag niet, zelfs niet van binnen, want het heeft geen zin.

Met een gesuikerde oliebol gevuld met Nutella achter de kiezen, fiets ik richting dezelfde autoweg als waar ik gisteren fietste. Ik neem een andere oprit en daar staat een mega groot bord met een mega grote fiets met een mega grote streep erdoor. Ineens mag ik niet meer op de autoweg fietsen. En een andere route kan Anja zo gauw niet vinden.

Dan maar liften, denk ik en terwijl ik mijn duim omhoog breng, stopt er al een auto. Zo’n handige auto, waar je fiets precies achterin past zonder dat hij beschadigd of uit elkaar moet worden gehaald. De fietstassen kunnen erop blijven zitten. Precies goed.

De liftman stelt zich voor als Joseph. Ik constateer vergenoegd dat ik al wat klets-Italiaans versta. Ik herken: waar ik vandaan kom?, wat ik aan het doen ben?, alleen??!? en dat het slecht weer is. Soms lijkt het even net alsof ik echt Italiaans spreek, maar dan val ik door de mand omdat ik echt niet kan onthouden hoe ik moet zeggen dat ik het niet begrijp. Ik zeg dan no kapiesch – waar ik non capisco had moeten zeggen en dan verbetert hij me en snapt wat ik verkeerd zeg.

De liftman neemt me mee naar Marina di Camerota, dat “Marina” verklapt dat het aan zee ligt. Onder onze banden verscheuren we in zesendertig minuten bijna dertig kilometer. Wat is het tempo anders op een fiets, wat zijn kilometers eigenlijk relatief.

Hij wil koffie met me drinken en ik denk: aiaia, nee toch, want ik wil meteen verder, de pedalen op, maar hij wil er niets van horen: “pauzeren moet je toch!”. Ik stem in, koffie hier is eigenlijk nooit een straf.

Hij tilt mijn fiets van de auto, zet me aan tafel bij een groepje Duitsers dat daar al jaren woont en dat (wel) Engels spreekt, hij bestelt koffie voor me en vertrekt met een vrolijke handgroet.

Het is heerlijk om weer eens even snel en vloeiend met wat mensen te praten, nu versta ik tenminste echt dat ze klagen over het weer en dat het nog nooit zo koud geweest is en dat de huizen niet gemaakt zijn voor deze kou. Ik zet glimlachend mijn zonnebril op, en trek alvast mijn vestje uit. Ik vind het weer prima vandaag.

Ik krijg appjes van mensen uit Nederland die zich zorgen maken want er zijn een heleboel mensen overleden toen een lawine hun hotel bedolf. Maar bij mij is het niet zo erg, zo nu dan een beetje koud. Zo nu en dan wat regen maar sneeuwen doet het niet omdat ik langs de kust blijf fietsen.

Mijn einddoel van vandaag stel ik na mijn lift bij naar Sapri: een grotere plaats aan de kust. Ik neem aan dat daar hotels te over zijn. Ik boek nog niets, want ik heb nergens wifi. Het is vri-vroe-vrijdag, olé, ik ben op een vrijdagavond in een stadje. Wie weet zijn er wel andere mensen en kan ik nog meer mensen ontmoeten, zou dat niet fijn zijn?