Het was donker en stil op de weg. Ik fietste goed door. Om me heen waren struiken, huizen met gordijnen en weilanden. De maan was een smalle glimlach. Er waren geen lantaarnpalen. Liefst fietste ik nu op m’n gemakje maar ik moest opschieten want ik had bij een vriendin afgesproken en was al aan de late kant. Mijn tas rinkelde bij een hobbel in de weg. Ik had 3 glazen flessen bij me en een lege 2-literfles van plastic.

Aan mijn rechterhand zag ik een schuurtje, daaraan moest ik voorbij fietsen. Bij de volgende schuur zie ik een deur open staan, hier moet het zijn. Er staat een auto maar er is niemand te bekennen. Aan de zijkant staat een deur open, het licht staat aan, daar staat de 5000-litertank.

Hier is het niet stil meer. Het apparaat piept alsof er iets vreselijk mis is met de machinerie. Dit is de melktank waar mijn vriendin (“de boerin houdt het liever een beetje geheim”) me in het geniep over heeft verteld. — Ze had mijn stukje over rauwe melk gelezen en tipte me. Zulke tips zijn ultra welkom btw.

In het geweldige boek The Art Of Fermentation van Sandor E. Katz las ik een stuk over rauwe melk, waardoor ik helemáál graag zulke melk wilde drinken. Katz schrijft lovend: “Fresh raw milk is so much more than the processed mass-market product that I am spoiled forever.” Als supermarktloze klonk dat me als muziek in de oren. Verder zegt hij:

“The milk industry as we know it excels at mass production of cheap milk. In order to accomplish this, land per animal is minimised, and extraordinary means are employed – such as giving cows artificial growth hormones – to boost milk production; unfortunately, these methods compromise the milk’s quality and safety. Change the context, by providing animals with space to roam and graze, and raw milk can certainly be safe, not to mention delicious, nutritious, digestible, and rich in healthful and self-protective lactic acid bacteria.” (vertaling)

Ik ben ook het boek Hungry City  van Carolyn Steel aan het herlezen. Een briljant boek over hoe voedsel steden vormt. Het geeft een geschiedkundig overzicht van voedsel en hoe steden zich rondom hun voedseltoevoer ontwikkel(d)en, over de rol van voedsel in de samenleving. Ik lees er graag in. Ze schrijft over melk:

“Perhaps the food that best illustrates how hard it was to feed a city the size of London before the age of steam is milk. Although its nutritional qualities were well recognised, the speed with which milk went off ment that it had to be produced more or less on the spot.”(vertaling)

De melk werd naar “melkkelders” gebracht, daar werd de room er af geschept een aangelengd met water. In de melk zaten soms dode slakken (dan schuimde het beter), er belande rommel in omdat het in open emmers werd vervoerd, etc. De meeste stadsmensen dronken geen melk.

Dan wordt de stoomtrein uitgevonden en melk wordt ineens een stuk populairder, omdat het nu snel van het platteland naar de stad kan worden vervoerd. De melk is een stuk minder vervuild. Er was in 1873 al een winkeltje in Londen waar je dag en nacht zelf melk kon tappen bij de “mechanische koe“.

Bij het begin van de eerste wereld oorlog wil iedereen melk drinken, de regering noemt het zelfs een “hoogst noodzakelijk levensmiddel”. Er zijn dan maar 4 grote melkleverancies, waarvan er één verantwoordelijk is voor de helft van alle melk. Wanneer de regering zich begint af te vragen of dat wellicht problematisch kan worden, beantwoorden de melkleveranciers die vraag zelf al door een kartel te vormen de prijzen omhoog te gooien.  Het Britse Ministerie van Voedingsmiddelen schrijft na de oorlog: “als de staat niets doet, dan zet deze groei door en is de consument overgeleverd aan de grillen van een machtige monopolie die alleenheerschappij heeft over een essentieel voedingsmiddel.”

Supermarkten hebben nu al een tijdje een zelfde monopolie op eten, essentieel en minder essentieel. Ze hebben niet alleen de macht om te zeggen: de melk wordt duurder maar ook omgedraaid. Ze bepalen hoe goedkoop de melk moet zijn. Steel beschrijft de prijzen in Groot-Brittanië aan het begin van deze eeuw:

“When we pay 70-80p for a litre of milk in Britain, most of us assume that farmers are getting more than the 18p many are in fact paid – representing a loss of 3p per litre for the average farmer. […] The phenomenal scale of modern food conglomerates gives them the power to create their own reality” (Vertaling).

Dus nu sta ik hier zelf. Zonder tussenkomst van een ‘conglomeraat’. Onder aan de tank zat een tapje, daarmee kon ik mijn flessen zelf vullen. Mocht dit echt zomaar? Nergens vond ik een vriendelijk briefje dat me aanmoedigde, geen uitleg, niets over de kosten, geen bakje voor de centen. Ik vulde ik eerst de grote fles, daarna een glazen fles.

Er kwam een man binnen, vermoedelijk de eigenaar van de auto naast de schuur. Hij vraagt me niet om een codewoord, zegt niets. Voor ik me goed en wel heb omgedraaid, is hij doorgelopen.

Ik pakte mijn portemonneetje en telde mijn centen. De euro’s die ik uit ons kleingeldpotje had gepakt, waren niet bij mij in de schuur. Ik ben wat chaotisch dus het verdwijnen van dingen is me niet vreemd, maar onhandig is het desalniettemin. Ik stond in een weiland naast een gillende melktank met een 3 liter zelfgetapte melk en miste 30 cent kleingeld.

Aan mijn linkerhand was een schuifdeur, misschien kon ik die man vragen om te wisselen, ik kon slechts denken “zouden hier ook de koe..” want sta meteen oog in oog met een grote koe. Van de man geen spoor.

Ik legde mijn geld op een kastje met gereedschap. Geen caissière, niemand vroeg of ik zegeltjes spaarde of een moestuintje wilde. De volgende keer dat ik ga, leg ik er 30 cent extra neer.

  • Ik heb er een boter van gemaakt, zodat ik ook uit ervaring over boter van rauwe melk (i.e. rauwe boter) kan vertellen in workshops.
  • Als je ook rauwe melk wilt en in de stad Utrecht woont, kan ik je een berichtje sturen als ik het ga halen, dan neem ik ook wat voor jou mee. Wel ophalen binnen 24 uur. Mail me maar.