(Zo was de barre fietstocht naar de Albert Heijn.)

We komen aan bij een enorme Albert Heijn*. Echt enorm. Gelukkig was er in de straat die men “centrum” noemde ook een bakker en zelfs de slagerij was nog open. Op het parkeerterrein stond een visboer te walmen. We konden onze fietsen niet op slot zetten, er zaten geen sloten op. We gokten erop dat dat hier zomaar kan.

Bij de bakker kopen we een rol beschuit, een sesambrood en een suikerbrood (verplichte kost wanneer je in (de buurt van) Friesland bent), meer van ons boodschappenlijstje hadden ze er niet. Steeds als ik iets zeg, kijkt het meisje achter de balie me met argusogen aan alsof ik expres Fins spreek, terwijl ik toch weet dat zij dat niet spreekt, maar na herhaling, verstaat ze me tot haar eigen verbazing wel. Ik vermoed dat hier maar weinig mensen van buiten de regio komen, zeker midden in de winter.

Ook bij de slager denkt het meisje dat ik Fins spreek, als ik vraag om scharrelvlees. Zij zegt iets in het Fins terug, dat ik na herhaling kan herleiden tot “alles is hier scharrelvlees”. Dat vind ik geen verdienste, maar om biologisch vlees durf ik niet eens te vragen. We halen kip voor in de Indiase curry.

We zijn nog altijd wat overprikkeld van de barre fietstocht hierheen maar lopen toch de AH binnen. Daar gaan we.

Het is zoals altijd. Het is ook nog maar 24 dagen geleden dat we voor het laatst in de supermarkt waren. Aan het begin van de route (je loopt altijd tegen de klok in heb ik gelezen, omdat je daar langzamer van gaat lopen) zijn alle groenten. We pakken een mandje en het lijstje. We hebben aardappelen nodig.

Er zijn heel veel soorten aardappelen. Meneer T vind het opvallend dat de namen van de aardappelsoorten op de zakken staan. Er is enorm veel keus. Ik krijg er kortsluiting van in mijn hoofd. We willen een alleskunner, niet te bloemig, niet de vastkokend. Voor gebak en gepureer. We willen er niet te veel, want we willen ze liever niet mee naar huis hoeven te slepen. We willen 2 kilo. Na wat gezoekt en gelees, hebben we een heel hard krakende plastic zak met 2 kilo aardappelen met de juiste consistentie na kooktijd. Ze blijken uit Cyprus te komen. Pardon? We moeten nog een keer alle opties bekijken en nu ook nog letten op het land van herkomst.

We kopen een zak met 1 kilo iets kruimige, Hollandse milva aardappelen. Mocht het te weinig zijn, dan kunnen we altijd nog terug. Als je niet enorm omfietst, is de winkel op slechts 5 kilometer fietsen.

We hebben een rode kool nodig, die zijn per stuk geprijsd, dus we pakken de grootste. Van de restjes kan ik weer zuurkool maken. Ik heb nog nooit rode zuurkool gemaakt. De preien zijn in de bonus. Vreselijk want hoe kun je nou 1 van iets kopen, als de tweede gratis is? We kopen twee preien voor 39 cent. Hemeltjelief. We kopen een zak uien. En het valt ons enorm op. Alles zit in zakken, in pakken, in bakjes. Je mag niet zelf kiezen hoe veel van iets je wilt, het zit al in doosjes en porties. We kijken dan nog niet eens naar de zakken met voorgesneden groenten en voorgekookte aardappelschijfjes.

Overal schreeuwen boodschappen ons toe: bonus! 35% korting! 2 voor de prijs van 1! biologisch! 20% meer! Het is nogal overweldigend.

Als een baken op een woeste zee houd meneer T de lijst vast. “Boter moeten we nog” zegt hij dan en dan navigeer ik ons naar het zuivelschap, waar heel veel boter ligt. Ik was de laatste weken blij als ik ergens een pakje boter zag, als ik heel veel geluk had kon ik kiezen uit gezouten of ongezouten, maar in de meeste winkels vond ik 1 soort boter. Die kocht ik.

Nu liggen er volgens mij wel 8 soorten boter, meerdere soorten van Campina, de goedkoop ogende AH-basis boter, een absurd dure biologische boter. Gezouten, ongezouten. Gras boter, goedkope troep. Excellent in een rol. Er is zo veel! De biologische boter kost €2,78. Het zou zomaar kunnen dat ik de afgelopen weken steeds zo veel heb betaald voor mijn boter, alhoewel dat me sterk lijkt, maar zeker nu met het contrast van de AH-Basics boter ernaast is het contrast zó groot. Dus doe ik wat precies de bedoeling is. Ik koop iets in het midden. Ik koop een pakje grasboter en een pakje gewone roomboter van Campina. Een paar uur na thuiskomst is de grasboter nog altijd niet hard geworden in de koelkast. Getsie het is van die gekke boter die uit de koelkast direct smeerbaar is. Ik vertrouw dat voor geen meter. Ze zeggen: we hebben het met een speciale machine gedraaid daardoor komt dat, maar ik denk: je hebt er iets geks ingestopt. De boters kosten resp. €1,82 en €1,52.

We dwarrelen door de winkel. Ik ga even zitten bij de koffietafel, naast de automaat met gratis koffie. Even heroriënteren: wat zegt de lijst? Wat hebben we nog nodig? We moeten nog frietvet en broodkruimels. We moeten nog kaarsen. Ik kan óveral énorm over twijfelen. Het is een gotspe. Alles.

We zijn blij als we alles van het lijstje hebben gevonden. Bij de kassa blijkt dat meneer T zelfs nog een bonuskaart in zijn portemonnee heeft zitten. Dat vind ik hilarisch, maar ik kan me voorstellen dat de kassière niet helemaal begrijpt waarom ik daar zo hard om moet lachen.

Buitengekomen halen we eens diep adem. “Zullen we kibbeling gaan eten” stelt meneer T dan voor.

boodschappen 2

Dat kochten we, plus vlees, maar dat lag al in de koelkast. Alles stond op ons lijstje, behalve de chips. Daar heeft meneer T zich over gebogen. Hij koos de enige chips waar niks meer in zat dan chips+olie+zout, dat was best nog even zoeken.

* Volgens mijn internetresearch vooraf was het een C1000, dat was nog een beetje exotisch geweest, maar helaas, die was al getransformeerd naar een Albert Heijn.