Een lang verhaal over dokters en keelpijn en antibiotica. Alleen lezen als je echt niks beters te doen hebt. Ik heb bijna ALLES opgeschreven. Ook de dingen die voor jou helemaal niet interessant zijn, gok ik. Ik wilde het graag onthouden en ik deel het voor de liefhebber van lange zielige verhalen. Het is niet zo’n verhaal van: alles ging mis en ik ben niet goed behandeld. Ik ga wel even naar de spoedeisende hulp (spanning!) en op het einde werken de pijnstillers en lig ik met een glimlach in bed. Beetje high geloof ik.

Op donderdag 5 mei had ik een heel klein beetje keelpijn. Die werd gestaag erger en die zondag erop was de pijn zo erg dat ik 8 paracetamollen nam, tot mijn (een) vriend Gijs me vroeg wat eigenlijk de maximale dosis paracetamol per dag was en ik het opzocht: dat was 8. We waren naar Amelisweerd geweest en daar had ik een thee met honing gedronken en viel toen in het gras in slaap. De keelpijn werd er niet minder van. Ik sliep dat weekend in het huis van meneer T want hij was op vakantie (ander verhaal, mooie foto 1, 2). Daar aangekomen viel ik meteen in slaap, en ook daar werd de keelpijn niet minder van. Nu werd ik een beetje zenuwachtig want ik kon pas de volgende dag naar de dokter en ik mocht geen paracetamol meer.

Ik belde mijn moeder en die zei: bel de huisartsenpost. Ik vind het vreselijk overdreven om met keelpijn de huisartsenpost (in het weekend! om 18:00 uur!) te bellen. Maar ik had zo’n pijn in mijn keel en slikken deed zeer.

De doktersassistente raadde aan om ibuprofen te slikken, een thermometer te regelen en een uur later terug te bellen.

Ik was dus een beetje wappie van de pijn denk ik want ik slik eigenlijk nooit paracetamol, altijd ibuprofen. Het was dat meneer T alleen paracetamol in huis had. Ik had ook geen idee van het verschil tussen die twee. Het zijn allebei pijnstillers maar mocht ik die naast elkaar slikken? Ja dus, ik mocht er 3 per 24 uur.

Ik fietste naar mijn eigen huis, waar Shammie me ibuprofen 400 bracht want ik wist niet meer zeker hoeveel van die roze pretpillen ik nog had. Ze fietste ook nog even langs een goede vriend die dokter in opleiding is en wél een thermometer in huis heeft.

Ik had geen verhoging, de ibuprofen werkte een beetje. De pijn was nu niet meer zo tergend. Aan de telefoon klonk ik dus een stuk positiever (en minder jankerig) omdat ik altijd denk: ‘nee joh ach het gaat al wel, eigenlijk niets aan de hand’. En dat dan ook zeg.

Ik sliep slecht en werd steeds wakker van de pijn, dan nam ik nog een ibuprofen en voor de ochtend begon te gloren had ik mijn dagdosis er doorheen gebrast.

9 mei

Om 7:57 uur belde ik de dokter, maar die telefoon gaat echt pas van het antwoordapparaat om 8:00 uur dus toen belde ik stipt en nóg was ik niet de eerste. De assistente plande me in om 11:30 uur. Ik ging dus nog maar even op bed liggen.

Mijn vaste dokter was op vakantie dus ik kreeg een andere en die bedoelt het super goed, maar ik krijg bij haar altijd het gevoel dat ze het heel erg druk heeft en dat ik op moet schieten en dat werkt bij mij niet want dan ga ik dus ook opschieten en sta ik overdonderd weer buiten zonder dat ik het gevoel heb goed gehoord te zijn. We hebben het daar een keer over gehad, ze deed toen meteen haar best om me niet dat gevoel te geven. Ik koos er toch voor om te wisselen van huisarts binnen dezelfde praktijk.

Mijn verkozen huisdokter was echt op vakantie dus ik mocht toch naar Dokter Snel. Ze schreef antibiotica voor, gaf me me ibuprofen 600 (jeej). Die mocht ik 3 keer per dag (om de acht uur dus), samen met paracetamol. Het kon een keelontsteking zijn maar ook Pfeiffer (OMG! Ik ben pas 10 seconden vrijgezel!!). Als ik Pfeiffer had, dan zouden de antibiotica niet werken en ik zou uitslag krijgen. Dat was jammer, maar dan wisten we in elk geval dat het Pfeiffer was. Ik stond inderdaad een beetje overdonderd buiten.

Zolang ik niet te veel bewoog ging het wel, dus ik lag in bed te creperen. De pijn zat vooral aan de linkerkant. Shammie kwam langs en verzekerde me dat als ik een roze pilletje méér zou nemen dan de dokter had voorgeschreven ik echt niet direct al mijn interne organen zou aantasten. Dat was mooi want het duurde een uur voor de ibuprofen/paracetamol de ergste pijn wegnam en drie uur na inname was de pijn terug. En dan moest ik officieel nog 5 (vijf) uur wachten op de volgende pillenronde.

Ik besloot zelf om te switchen naar elke 4 uur ofwel 2 paracetamol of 1 ibuprofen, dat werkte iets beter. Maar ik had heel veel pijn. Ik dacht: zo gaat dat nu eenmaal. Je moet uitzieken.

10 mei

Nu had ik op dinsdag een workshop gepland staan waarin men Etageres ging maken, die was al in januari geboekt. Ik was al maanden materiaal aan het verzamelen, ik had mijn vriendin Charly om hulp gevraagd en ik had er enorm veel zin in. No way dat ik die workshop niet ging geven.

Ik hield me de hele dag koest (alles stond al een week klaar want ik had er zo’n zin in, gelukkig) en mijn Charly kwam me halen met de auto. Gelukkig was dat al zo gepland. Ik klapte er nog een pilletje in, smokkelde een paar uurtjes met de pijnmedicatieintervallen en sloeg me er doorheen als een baas.

Ik at een boterham! (mijn dieet was louter vloeibaar geworden na zondagmiddag). Ik dronk thee (ik slikte prima). Ik praatte. Ik stond versteld. Charly bracht me naar huis, de pijnpillen stopten direct met werken. Ik wist wel dat ik de zure vruchten zou moeten eten en dat deed ik dus.

Ondertussen was de warme gloed die ik ’s ochtends al had gevoeld in mijn liezen, uitgegroeid tot een rode, warme jeukboel. Het kon dus Pfeiffer zijn.

 

11 mei

De volgende dag jeukten mijn enkels een beetje en de rode gloed hield aan. Oh en de pijn natuurlijk. Die was echt niet te onderdrukken met mijn 4-urige pijnschema. Slikken lukte nog wel, maar gemakkelijk was het niet. Als ik me niet concentreerde kwam het water dat ik dronk mijn neus is. Ik belde de volgende dag de assistent en mocht nu al om 10:30 uur komen.

Ik had weer een andere huisarts. Een oudere die enorm veel tijd nam en in een boek (van papier) ging opzoeken welke antibioticakuur ik nu dan zou moeten krijgen. De uitslag kon op Pfeiffer wijzen maar waarschijnlijker een kleine allergische reactie op de antibiotica. Opvallend detail is dat hij niet eens keek naar de uitslag. Hij vermoedde een abces maar kon niet in de keel kijken. En stuurde me naar een andere apotheek om daar bloed te laten prikken op Pfeiffer.

Ik mocht van dokter Snel dus  al 4×2 paracetamollen per dag en 3 x ibuprofen 600. Ik slikte met mijn eigen bedachte schema dus routineus minder paracetamol omdat het voor de pijn beter was om in blokken van 4 uur te werken. Dus ik had nog speling van 2 paracetamollen voor als het te erg was. Dus dacht dokter Oud: neem die 2 extra dan sowieso in. En die nieuwe antibiotica zouden snel aanslaan en dan werd de pijn vanzelf minder. Ik drong niet aan op betere pijnmedicatie omdat hij zei: dit is het maximale per dag – tenzij je een ander soort ziekte danwel pijn had. Ik drong niet aan.. Daar baal ik nu van want ik had best kunnen aangeven dat de pijn echt erg was, dat het niet genoeg was. Maar ik deed het niet want ik dacht: hoort erbij, gewoon uitzieken. Ik zegde mijn (enorm leuke) weekendplannen (ik zou gaan schminken op een lief klein festival) maar af.

Donderdag voelde ik me iets beter. Ik kon weer een beetje nadenken en die 2 van de 4 uur dat de pijnstillers werkten voelde ik me prima. Ik kon zelfs water drinken, whoehee. Mijn lymfeklieren slonken wat. Dus dat zei ik tegen dokter Snel toen ze belde. Ik vertelde over de pijn en ze schreef me Tramedol voor, iets wat ik doodeng vond omdat ze het woord morfine gebruikte bij haar uitleg en half-opiaat zei. Ik dacht: dit is echt voor als ik gil van de pijn, toch niet voor een beetje keelpijn. Shammie zei dat zij heel ziek werd van Tramedol en 16 uur per dag sliep, dat wilde ik nou ook weer niet. Dus ik hield het achter de hand voor noodgevallen.

Shammie vierde die avond haar verjaardag en daar had ik me al weken op verheugd dus ik gooide er een roze pil in, trok mijn zwarte kokerjurk aan, at samen met meneer T Indiaas in de tuin (vast voedsel baby!). We liepen samen naar Shammy. Het was druk en er waren leuke mensen en er was bier, wat ik niet dronk want dat combineerde vast niet met 1 van de 3 soorten pillen die ik slikte, en al helemaal niet met beter worden in het algemeen.

Een feestje waarop je klinkt als een dronken, slechthorend persoon, dat werkt niet. Ik moest te hard praten om iets te kunnen zeggen. Meneer T en ik probeerden even of we konden doen alsof we praatten, zonder geluid. Af en toe lachen zonder geluid. Maar het was toch niet helemaal wat ik van een feestje wil: water drinken en gesprekken vermijden.

Ik praatte meer dan goed voor me was en kreeg steeds meer pijn (ik wilde op het feestje blijven!) ik nam nog een hapje paracetamol maar ik moest toch echt naar huis. Ik werd, zoals die week elke nacht, een paar keer wakker met enorme pijn bij het slikken en uitstraling van de pijn naar mijn oren en ogen. Ik keek dan op mijn pijnstillers-logboek wat ik nu nog mocht of kon slikken zonder die enge Tramedol.

Vrijdag voelde ik me hetzelfde. Ik wachtte rustig af tot die antibiotica eens gingen werken. Het ging best oké. Ik begon een patroon te ontdekken: de ochtenden waren meestal beter dan de middagen. Het was een van de laatste mooie warme dagen, ik was de hele zomerweek al ziek. En de zomer kan in Nederland zomaar maar één week duren.

Ik ging een ijsje eten met Gijs en daarna aten bitterballen op het terras. Die waren moeilijk te eten want mijn mond kon maar 2 vingerkootjes openen en dat is lastig voor het eten bitterballen van 3 vingerkootjes, maar voor bitterballen doe ik graag mijn best. Die avond en nacht had ik weer veel pijn. Ik dacht: houdt dit nou niet op?? Maar de volgende dag zouden de nieuwe antibiotica vast wél echt werken en de pijn wegnemen.

14 mei

Ik deed rustig aan, computerde wat, liep in de middag een rondje door de stad. Toen mijn keelpijn zich alweer geen bal aantrok van de maximale hoeveelheid pijnmedicatie, belde ik met lood in de schoenen (oké en met traantjes in de ogen) weer de huisartsenpost. De pijn was niet te harden en de gedachte dat ik tot dinsdag zou moeten wachten (maandag Pinksteren) tot ik weer naar de huisarts mocht (alweer!) maakte het er niet beter op.

De doktersassistent was het met me eens: na 4 dagen antibiotica nog zo weinig pijnverschil en nog altijd zo moeilijk slikken dat was niet goed. Ik mocht naar de huisarts in het Diaconessenhuis. Hoezee. Ik zweefde naar mijn fiets en deed rustig aan.

De huisarts aldaar stelde dezelfde vragen als de twee huisartsen voor hem, mat óók geen koorts bij me en stuurde me gelukkig door naar de dienstdoende kno-arts. In Woerden, 22 kilometer verderop.  De kno-arts heeft namelijke dienst in drie ziekenhuizen en hij was nu nét in Woerden om een kind te opereren. Ik was niet meer helderdenkend en had dus geen idee hoe ik snel en moeiteloos in Woerden kon komen.

Ik kon ineens niemand bedenken met een auto in Utrecht (knap want ik kan er nu zo twee opnoemen zonder hard na te denken). De dokter schrok ervan dat ik niet wist hoe ik in Woerden moest komen, en hij zei gemeend: Oh ja sorry, ik kan je ook niet brengen.  Wat lief was en erg onervaren klonk. Goede antwoord was: Neem een taxi, die wordt waarschijnlijk vergoed en zo niet: helaaspindakaas. Je kunt niet 50 minuten met de bus en de trein gaan hannessen.

Ik belde natuurlijk mijn moeder, die zei: neem een taxi en ik luisterde braaf. Ze bood zelfs aan om ‘m te betalen wat fijn was want ik kán het heus zelf betalen maar ik vond het te duur en dus twijfelde ik langer dan op dit moment goed voor me was.  De receptioniste bood aan een taxi voor me te bellen. Heerlijk, want ik klonk nog steeds als iemand met een gigantische aardappel in haar keel en bovendien straalbezopen.

De taxichauffeur gooide al mijn problemen en het feit dat ik nu naar Woerden moest op bezuinigingen in het zorgstelsel, ik vond het fijn dat híj praatte en niet ik. Ik kon het gesprek bijsturen naar bijzondere taxiverhalen en werd getrakteerd op een paar sappige verhalen (waarvan er bijna geen zijn blijven hangen). Ik werd er in elk geval een stuk vrolijker van.

Vijftig euro later zat ik tussen vier kinderen met hun hockeypakje nog aan, levensgevaarlijke sport.

in het ziekenhuisIk wachtte even en werd toen in een heuse eerstehulpkamer gelegd op een bedje met een piepding aan mijn vinger. Soms piepte het even met een lampje en dan stond er dat mijn pols 55 was en dat dat niet goed was. De niet-toesnellende verpleegsters stelden me gerust. En ik googelde nog even wat een normale pols is, maar over eventjes 55 kon ik niets schrikbarends vinden. Ik had genoeg tijd om te googelen, mijn moeder en vrienden te appen en De Eenzaamheid van de Priemgetallen te lezen.

Wat een geluk dat ik in de haast op weg naar de huisartsenpost medicijnen, pijnstillers en een boek in mijn tas gegooid en een warme trui aan getrokken.

Ik wachtte 1 uur en 10 minuten. Meteen op het begin had de zuster bloed afgenomen, mijn bloeddruk gemeten, wat vragen gesteld. Daarna gebeurde er niets meer. Verderop op de gang hoorde ik een meisje blaffend hoesten, als een zeehondje. Die was vast zieker dan ik. De kno-arts was vast dat zieke kind van een nieuwe keel aan het voorzien.

Ik was alleen. Dat was gek. Alle mensen daar waren met minstens één begeleider. Maar ik dacht dat ik alleen maar even naar de huisarts ging. Mijn moeder bood aan te komen maar dat vond ik overdreven, helemaal vanuit Den Bosch. Shammie was aan het werk en ik vond het stom om meneer T te vragen helemaal naar Woerden te komen, ik vroeg hem wel of hij later op de avond nog wilde chillen want na zo’n avond wilde ik niet in een leeg huis thuiskomen. Ik begon te merken hoe moeilijk ik het vind om om hulp te vragen. Nu ik het ook opschrijf denk ik soms “.??!…..?!”. Ik ging er maar eens goed over nadenken hoe ik ervoor kan zorgen dat ik het aandurf om op sommige momenten iets meer aandacht en ruimte voor mezelf te vragen. Ik had voor die gedachten allemaal tijd.

Ik begon ook honger te krijgen want ik had om 15:20 uur voor het laatst wat gegeten. Dat wist ik precies want toen had ik ook pijnmedicatie van 16:00 uur ingenomen, gesmokkeld! En had het netjes gelogd in mijn pijnstillers-logboek. Ik hield maar bij wat wanneer want ik kon echt niet meer onthouden wanneer wat en of ik pijn had gehad toen ik de volgende lading in nam. Tomtiedom. Ik wilde net gaan vragen om room service toen de zuster me verzekerde dat de kno-arts er nu echt aan kwam.

Inmiddels was mijn pijnstillerwekker gegaan, maar ik had niets ingenomen. Ik dacht dat het handiger was als ik pijn had, dan kon ik beter uitleggen waar het zeer deed. Nu was de pijn helemaal niet zo erg. En mijn stem klonk weer stukken beter. Nog altijd slecht maar ik praatte niet meer door mijn tanden heen. Prachtig, ik voelde me al zo’n aansteller en nu verbeterde mijn klachten zich nog zonder enige medische inmenging. Behalve de gedachte dat ik nu in goede handen was.

Toen kwam de kno-arts, jeej. Hij was aardig en in Zweden geboren. Hij verontschuldigde zich. Ik was niet ingecheckt door de zuster dus hij wist niet dat ik er al was. Grr.

De kno-arts spoot verdovende spray in mijn mond, heerlijk! Hij zei dat ik er slechter door zou kunnen slikken maar ik kón al zo slecht slikken dat dit slechte slikken zonder pijn een genot was. Hij keek eerst vanbuiten en ging toen met een slang mijn neus in. Het deed geen zeer en ik kon meekijken op de monitor. Hij gaf me een rondleiding door mijn eigen binnenste. Heb jij al ooit je buis van Eustachius gezien? Nou ik zag ‘m voorbij flitsen.

In mijn keel zien we een verdikking aan de linkerkant en aan de bovenkant. Het is geen verdikking van OMG NU OPEREREN JE GAAT ZO STIKKEN. Maar hij kan ook wel zien dat ik pijn had.

Hij prikte de bulten door met een naald (oogjes dicht brrr) om te kijken of er pus in zat, zo ja dan moest hij dat eruit halen. Maar er was geen pus. Zie je wel dat ik helemaal niet zo ziek ben.

De dokter legde uit wat hij heeft geconstateerd. Ik vroeg hem het op te schrijven:

“Keelamandelontsteking met ontstekingsuitbreiding boven de keelamandel”.

Hij schrijft een A6’je vol met geneesmiddelen en pijnbestrijdingsplan. Heerlijk. Hij houdt het niet bij ibuprofen maar schrijf me Diclofenac voor en ik kan het woord Diclofenac nu niet meer schrijven zonder vertedering te voelen. Dag schatje!

Met een verdoofde keel kan ik weer een beetje kletsen en ik vermaak me een half uur bij de apotheek (die nog open is, het is inmiddels al na 21:00 uur, goed bezig). Die dankbaarheid werd niet gedeeld door de andere apotheekbezoekers, die allemaal klaagden dat het altijd veel te lang duurt bij deze apotheek en dat ze veel te voorzichtig zijn. Ik haalde een zakje drop uit de automaat en deelde uit. Ik had een openhartig gesprek met de dame die na me aan de beurt was. Het was koddig allemaal. Ik was zo blij dat de pijn weg was.

Voorzien van 4 doosjes nieuwe pillen liep ik naar het station en pakte daar de verkeerde trein. Ik was wazig en de NS zette Utrecht op het bord en vertelde me pas bij vertrek dat dit de trein naar Amsterdam was. Ik kon uitstappen in Breukelen, nam een andere trein. Ik nam alvast een maagbeschermer en een Diclofenac (dag lieve!). Ik voelde me inmiddels heel gezellig en rustig en onbezorgd.

Op het station wachtte ik te lang op mijn avondeten omdat ik niet snapte wat ik moest doen (het betaalbonnetje inleveren in plaats van verwachten dat dat automatisch gaat, thanks Julia’s) maar dat maakte niet uit hoor. Ik had met meneer T afgesproken bij een van de vele uitgangen van Hoog Catharijne maar die was dicht. Maar dat maakte niet uit hoor.

Etend liep ik met meneer T naar mijn huis, waar we thee dronken en hij me hielp met een logisch schema te maken voor mijn pillenoverdaad. Ik had pijnstillers (3xdaags), paracetamol (8xdaags), maagbeschermers(1xdaags,voor bij de pijnstillers), ontstekingsdempers(3xdaags 4 stuks) én een verlenging van mijn antibioticakuur (2xdaags). Die moesten allemaal om de zoveel uur, het was een hele puzzel en die kon ik niet meer uitpuzzelen. Meneer T was gelukkig wat logischer. Nu heb ik een “schema der pillenpret” waarin alle 26 pillen die ik per dag (26 hemeltjelief) netjes zijn ingedeeld.

De pijnpillen begonnen nu goed te werken en ik werd er een beetje giechelig van. We kletsen heel fijn nog wat en toen ging hij naar zijn huis en ik viel direct in slaap.

En sliep een hele nacht! Zonder wakker worden!

Ik werd wakker zonder pijn, zonder licht opgezwollen gezicht, zonder slikmoeilijkheden. Het enige waar ik nog aan kon merken dat ik ziek was, was dat mijn mond niet zo ver open kon als gewoonlijk en ik voelde me erg zwaar en moe.

Ik wilde meteen de wereld in. Mijn fiets ophalen bij het ziekenhuis. Opruimen, afwassen, de doos met kopjes en borden van de workshops sorteren en goed opbergen, een bordje maken met de inhoud van mijn ranja-bar, posters printen voor de geluksroute (28 mei open ik een huiskamertosti restaurant met knutsel optie, daarover later meer).

Op mijn arm schreef ik dat ik rustig aan moet doen want zonder enig symptoom huppel ik graag de wereld weer in. Ik ben geneigd om dan toch allerlei leuke dingen te gaan doen (zoals melk kefir maken, wel gedaan, gnagna). Mijn tijdelijke tattoo herinnerde me er wel aan echt binnen te blijven en niet al te veel hooi op de vork te nemen.

Ik verwende me tijdens de lunch (niet vloeibaar, baby).

lunch

Dat is een yuppie-cracker met kruidenroomkaas, zalm en zelfgekweekte sla (deze sla is inmiddels uitgegroeid tot een 3-tal heuse eetbare plantjes, ik ben enorm trots).

Na de lunch was ik zo moe dat ik de boel de boel maar liet en in bed ging liggen. Ik liet me door Shammie nog even verleiden om buiten een rondje te gaan lopen. Er was een leuk muziekfestival om de hoek, maar er waren te veel mensen die wilden praten en ik wilde vooral liggen dus ik hield het al snel voor gezien.

Ik dook mijn bed in, warmde nog wat Indiase curry met paneer op, oh vriezer wat ben je toch fijn. En die combi-magnetron die ik mag lenen van bovenbuurman/vriend Wilco tot ik zelf een goeie heb… die werkt nauwelijks maar die warmt nét mijn prakjes op. Heerlijk.

Nu lig ik in bed en ik dacht: even een kort stukje schrijven, maar het werd dus een ENORM lang stuk over alles. Als je het tot zover hebt gered dan ben je vast familie.

Nu ga ik snel slapen omdat ik nog altijd hoop dat ik morgen (maandag dus) heel even naar de plantenruilmarkt van Deining in de Kas kan. Ik heb al zo veel voorbereid daarvoor en het is zo’n leuke plek. Als ik niet te veel praat… Ik voel toch niks, kan toch heus?

>> Oh wat ben ik dankbaar dat sommige mensen voor huisdokter of nog verder hebben gestudeerd.
>> De antibiotica maken korte metten met alle gezellige bacterien in mijn darmen dus binnenkort ga ik helemaal los op al mijn gefermenteerde eten: wortels, kombucha, kefir: er zitten allemaal levende culturen in en die helpen de boel weer goed op gang. Enorm probiotisch.
>> (foto bovenaan) Ik heb inderdaad nog altijd geen gordijnen voor mijn ramen, maar vuilniszakken. Ik wil nl. niet zomaar gordijnen, ik wil perfecte gordijnen en het duurt nog even voordat ik die gevonden heb.