Zes weken heb ik mijn huis uitgeleend aan een vriendin. Ik reis rond met een rugzak en een wispelturige planning.

Van Fleur mocht ik in haar huis wonen als zij op vakantie was, maar haar kind kreeg de waterpokken en met (open) waterpokken mag je niet vliegen, dus verzette ze haar vakantie een week.

Zo had ik de eerste huisloze week geen leenhuis.

Op 5 mei organiseerde ik een markt bij het Bevrijdingsfestival in Den Bosch, dus zou ik sowieso een weekend bij mijn moeder in haar boshuis in het nabij gelegen Vinkel logeren. Geen straf.

Ik ben blij dat ik in een ruim appartement in de binnenstad van Utrecht, om de hoek van mijn beste vriendin woon. En soms vind ik het jammer dat mijn familie zo ver weg woont.

Aan mijn Brabantbezoeken ligt doorgaans een werk-, verjaar- of feestdag of vervelende gebeurtenis ten grondslag, andersom zijn het ziekte, huisklus- en verjaardagen die de Brabanders mijn kant op lokken. We hebben altijd redenen nodig, want het is net te ver voor zomaar.

Nu woon ik een week in de buurt. Dus kan het zomaar.

Ik maakte een vuur met mijn Brabantse en dus te-weinig-geziene vriendin Ties en at met haar de lekkerste worstenbroodjes van Nederland*. Later die avond dronk ik wijn met de buurvrouw.

Ik fietste door de bossen waar ik in opgroeide naar mijn stiefbroer en -zus en bewonderde hun huizen en at mee. Bij mijn vader en stiefmoeder schoof ik spontaan aan.

En elke dag wandelde of rende ik door de bossen. Ik ademde opgelucht de schone lucht van mijn wortels in. Ik bleef maar foto’s en filmpjes maken, bleef vrienden kiekjes sturen, het is er zo mooi.

Op werkuren klap ik mijn laptop open en werk ik door, op vrije momenten ben ik ergens anders dan thuis. Ik ben op reis.

* op hun site geen spoor van de worstenbroodjes, maar op het terras kun je ze wel bestellen.