Canna

Vandaag zaaide ik vijf zaden van de Canna ‘Firebird’. Een gokje, want tot vandaag had ik nog geen flauw idee van de Canna als zaaiplant. Ja, ik kende het blad van de Canna, soms heel modern toegepast als contrasterende plant in beplantingen – en het vermoeden van een tropische oorsprong. Maar nu had ik zelf een aantal zaden, dus tijd voor onderzoek.

De aanleiding was trouwens deze: Ieder voorjaar koop ik mijn peper- en tomaatzaden bij een hobbyist. De man kweekt van beide gewassen vele tientallen soorten, verzamelt de zaden en verkoopt deze via een amateuristische webshop. Hij deelt hiermee een rijkdom aan soorten die anders moeilijk, of eigenlijk gewoon niet, te krijgen zijn via de reguliere zaadhandels en -dat is mijn invulling- bekostigt hiermee zijn uit de hand gelopen hobby.

Hoe ik de man jaren geleden op het spoor kwam weet ik niet, maar sindsdien ben ik trouwe klant – in de eerste plaats om hem te laten blijven doen wat hij doet en in de tweede plaats omdat ik elk jaar wat zaden nodig heb. Die zou ik van mijn eigen planten kunnen verzamelen, maar om voorgaande reden doe ik dat niet*. Bovendien is het leuk om ieder jaar andere soorten te proberen, want gezien de hoeveelheid bestaande soorten is een mensenleven zeer kort.

Het zelf kweken van een fractie van een fractie van alle soorten is het allerhoogst haalbare. Je tegen die realisatie verzetten is zinloos en onmogelijk, zoals het jaarlijks uitkiezen van tien soorten om te proberen een zeer hoopvolle bezigheid is.

De prijsstelling van de webshop waar ik de zaden koop ligt op een (ver) vooroorlogs niveau. Hierdoor kost het me elk jaar moeite genoeg te bestellen om de man fatsoenlijk in zijn hobby te ondersteunen. Ik kies naast de bestelling die ik eigenlijk wil doen dus altijd een aantal dingen om mijn budget mee op te maken. Dikwijls zijn dat zaden die ik daarna aan iemand weggeef, of zoals dit jaar gebeurde, een aantal zaden van andersoortige planten.

Zo kwam ik aan vijf zaden voor de Canna ‘Firebird’. Onderzoek wees uit dat de zaden beter ontkiemen wanneer ze eerst worden aangevijld. Dat wil zeggen dat de bikkelharde zaadhuid doormiddel van een vijl of schuurpapier of mesje een klein beetje wordt beschadigd (zoals de woeste jungle dat normaal zou doen), zodat er vocht in kan doordringen. Daartoe werden de zaden vervolgens een dag in een bakje water geweekt. Daarna gingen ze in individuele potjes met vochtige, maar niet natte, grond en het geheel afgedekt op een warme plek. Bij ons is dat op de kachel, waar het een graad of vijfentwintig is. Het internet zegt dat aangevijlde en voorgeweekte Canna zaden binnen een aantal dagen zullen ontkiemen, terwijl het zonder deze handelingen ruim een jaar zou kunnen duren.

Nu dus doen wat een tuinier het beste doet: de tijd laten verstrijken.

*Ik verzamel al jaren de zaden van een pepersoort die ik ‘Eigen Kweek’ genoemd heb. De soort is een Cayenne-achtige die zich steeds beter aan het klimaat van mijn balkon aangepast heeft en niet te hete maar wel vele pepers per plant geeft. Honderd vruchten per plant is geen uitzondering. Dan begrijp je direct ook die volle vriezer.

← Previous post

Next post →

4 Comments

  1. Julie

    Wat klinkt die zadenhobbymeneer lief zeg! En wat ziet die Canna er indrukwekkend knallend uit. Ben benieuwd hoe het hem/haar vergaat. Wel bizar dat je met wat vijlen en weken een jaar kiemtijd kunt besparen. Wat een wonderlijke natuur.

    Ik wil hier ook starten met zaaien, alleen ik kom er maar niet uit wat nou verantwoord is voor de potgrond. Een composthoop hebben we helaas niet en na de keuringsdienst van waarden ben ik huiverig voor humus. Wellicht heeft team-T een tip?

  2. Te zijner tijd komt er vast een Canna-update, op dit moment is er echter nog niks te melden – nog geen Canna te zien. Misschien niet hard genoeg gevijld, hoe dan ook reken ik op dat jaar, dan valt alles korter mee.

    Op het vlak van potgrond, tja – er is zoveel over te zeggen. Enerzijds is er dat wat het allerbeste voor de plantjes is en anderzijds is er wat wij als mens fijn vinden om aan te schaffen. Dat er vaak turf in potgrond verwerkt wordt is niet voor niets: planten houden ervan. Alternatieven zoals kokosvezel zijn evengoed ook prima, maar hebben als nadeel dat de boel in potjes toch sneller uitdroogt.

    Om in te zaaien:
    Zelf gebruik ik algemeen verkrijgbare potgrond (die koop ik via de winkel van mijn tuinvereniging), let in elk geval op het RHP-keurmerk (wat soms ook op turfhoudende grond zit.) Verder gebruik ik daarbij om te zaaien scherp zand, vermengd met de potgrond, 1/3 zand en 2/3 grond, ongeveer. Zaaisel dek ik ook weer af met een laagje zand, dat voorkomt problemen met schimmels en de rouwvarenmug (die gek is op vochtige grond.) Afdekken kan ook met fijn grind, zoals in aquariums wordt gebruikt, perliet of vermiculietkorrels. Er is veel over te zeggen ja…

    Om planten op te potten:
    Voor planten die op lange termijn in een pot komen te staan werkt het goed om de potgrond 50/50 te mengen met bladcompost. In het meest ideale geval is dat beukenbladcompost. De potgrond biedt over het algemeen weinig voedingsstoffen, dit ondervang je met de compost. Eventueel kan dit ook met organische mestkorrels.

    Om te zaaien is het laatstgenoemde mengsel niet zo handig, omdat er teveel voeding in zit, de plantjes moeten rustig op gang kunnen komen, vandaar dat ik twee mengsels gebruik. Een voor zaaien en een voor de verdere opgroei van de plantjes.

    Enfin, hopelijk kun je daarmee uit de voeten – probeer vooral door te doen uit te vinden welke manier voor jou het beste werkt. Zaaise!

    (Reactie aangepast, iets verduidelijkt.)

  3. ik wil graag ook bij die hobby zadenmeneer zaden gaan bestellen, heb je link/

Geef een reactie