deel 3/3 |   Caccamo – Palermo  | fiets 51,4 km | wandelen 3,8  km  | maandag 6 februari 2017

De Fietsende Duitser krijgt zijn schone was van mij en vist naar mijn avondplannen. “Ik ga een zelfgemaakte bus bekijken!” vertel ik enthousiast, maar ik nodig hem niet uit om mee te gaan. Ik douche, trek mijn nieuwe kleren weer aan, top het af met mijn nieuwe t-shirt.

Mijn fiets moest op de 2e etage in de opslagruimte van het hostel logeren, in de hal staan was geen optie. Er is geen lift. Dus ik til mijn fiets weer naar beneden en vertrek in mijn nieuwe stadskloffie naar Mike.

Onderweg fiets ik langs een Indiaas eettentje in een van de grote winkelstraten, daar wil ik wel eten vanavond.

In het donker vind ik op mijn fiets mijn weg terug naar de kust. Tussen de zee en een drukke autoweg staat op een parkeerplaats een witte bus. Een onopvallende, witte buitenkant die niet verraadt dat hier een mens woont. De binnenkant is warm, huiselijk, mooi.

De wanden en het plafond zijn met hout bekleed. Er is een bank die een bed wordt als hij er zin in heeft. Achterin de bus is een klein bankje en een bureautje: het kantoor. Boven het bureaubladje hangt een houten plaat met gaatjes erin waaraan uh elektrische apparaatjes zijn vastgemaakt. Processoren en Arduino’s en andere dingen die mij intimideren. Naast het kantoor is de badkamer, ca. 80 centimeter bij 80 centimeter met een toilet en een douche.

De keuken is klein maar praktisch. De keukenmuur heeft een rand met mooie, kleine blauwe tegeltjes. Er is een voorraadhok. Er is een grote tank voor water, hij kookt op gas. Boven de keuken zijn tekeningen en spreuken geplakt.

Er hangen goeie boxen en de bus is zo goed geïsoleerd dat je buiten niet hoort, wat voor feestje er binnen is. Op de vloer ligt zeil met een houtpatroon.

Op het dak ligt een zonnepaneel. Hij heeft een zelfvoorzienend, rijdend, minihuis gebouwd. Het is heel indrukwekkend. Kijk:

Heeft ‘ie zelf gemaakt. Props.

We praten uren over van alles. We zitten tegenover elkaar op de bank. Hij vertelt dat ‘ie een e-boek heeft geschreven over hoe je van een gewone bus een woonbus kunt maken. Dat boek verkoopt ‘ie en heel veel mensen willen het hebben. Wat een alleraardigste constructie.

In 2013 zegde hij zijn baan als engineer op booreilanden op, kocht een bus, maakte er een huis van, bereisde de wereld. Hij maakt muziek, schrijft, maakt elektronische muziekinstrumenten. Hij is technisch en opgewekt [bewijs], grappig en stelt een miljoen vragen. Wat een leuk mens.

Pas later ga ik zijn website “Vandogtraveler” en social media bekijken en ik sla steil achterover van het aantal volgers dat hij heeft. Categorie: internet royalty in zijn niche.  Nou, kijk jij ook maar even als je wilt [insta / face] en aarzel niet te liken want hij post altijd hele mooie foto’s. Het zijn altijd van die plaatjes waardoor je denkt: “och wat is de wereld toch mooi” maar ondertussen kijk je naar je eigen uitzicht en je denkt: “shit wat doe ik híer?”  Ik heb dat in elk geval.

Het is echt gezellig. Niet gossiemijne-stuit-ik hier-ineens-op-een-zielsverwant-gezellig maar gewoon: leuk kletsen over dingen. De afgelopen weken leefde hij op Sardinië, waar hij zijn tweede boek schreef: over leven in een bus.

Ik vraag of hij al heeft gegeten, denk aan dat Indiase tentje waar ik langsfietste maar hij heeft al gegeten dus ik krijg van hem een bak sla met een avocado en eet zo eindelijk weer eens iets gezonds.

Dat ik nog niet gegeten had, komt omdat ik gevoelsmatig inmiddels een halve Italiaan ben. Ik eet hun eten (zoveel is inmiddels geloof ik duidelijk), ik slaap in hun bedden, fiets door hun land. Ik probeer hun taal te spreken en met hen mee te klagen over het weer. Ik avondeet op hun avondeettijd inmiddels, rond een uur of negen / tien.

Mike heeft al gegeten want hij is geen halve Italiaan. Hij heeft weken achtereen aan zijn boek geschreven op de mooiste plekken van Sardinië (echt, kijk op zijn instagram, daar wil je ook zijn), maar met niemand gepraat. Hij kent geen Italianen, geen woorden, geen eetgewoontes. Ik besef daardoor dat ik ervan heb genoten me onder te dompelen en meer van het leven hier te weten te komen.

Inmiddels is het gaan regenen. Het klettert zachtjes op het dak. We kletsen maar door. Het wordt steeds later, ik heb helemaal geen zin om door de regen te fietsen.

Ik vind ‘m aardig en mooi, maar er is geen erotische spanning. Geen knetterende, sissende, ik-ga-jou-hier-eens-even-enorm-versieren spanning. Dat heeft me in het verleden trouwens niet weerhouden om met mensen te kussen.

Het regent maar door, het is laat en hij zegt dat ik mag blijven slapen. Graag. Ik wil dolgraag naast hem in deze prachtige bus slapen.

De hele nacht woel en draai ik, word ik wakker van het aanhoudende verkeer en regen op het dak. Het bed is smal, we raken elkaar soms aan.

Ik zal eerlijk zijn: de breedte van het bed, die aanhoudende geluiden maken allemaal niet uit, dat is niet waarom ik niet kan slapen. Ik kan niet slapen omdat hij er ligt. Omdat ik zo graag wil dat we kussen. En later ergens in een halfslaap, als de regen tikt en het verkeer raast, kussen we.


Ook weten hoe je van een bus een huis maakt? Mike legt je stap-voor-stap uit hoe :

>>Koop het ebook hier <<

Het is een affiliate link, dat betekent dat als je het koopt nadat je op mijn link naar het boek hebt geklikt, dat ík dan ook geld krijg. Vet cool want zo verdien ik ook geld online en kan ik straks van mijn eigen online inkomsten de wereld bereizen.